ECLI:NL:RBNHO:2026:8114

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
15/188290-24 en 16/11819-23 (tul)
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving wegens onvoldoende bewijs

De verdachte werd verdacht van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving op 9 juni 2024 te Zaandam, waarbij een benadeelde partij werd opgesloten, geslagen en bedreigd in een woning. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring, stellende dat verdachte door het teruglokken van de benadeelde partij en aanwezigheid tijdens het incident medepleger was.

De verdediging betoogde dat niet kon worden bewezen dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op medeplegen van het strafbare feit. De rechtbank stelde vast dat verdachte de benadeelde partij had teruggebeld, maar onvoldoende bewijs was dat hij wist wat er zou gebeuren. Verdachte was wel aanwezig, maar had geen actieve rol in de vrijheidsberoving, bedreigingen of geweld.

De rechtbank oordeelde dat de vereiste nauwe en bewuste samenwerking en dubbel opzet ontbraken. Verdachte had geen substantiële bijdrage geleverd en was niet betrokken bij de uitvoering van het strafbare feit. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van medeplegen.

Daarnaast werd een schadevordering van €1.600 afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Ook werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf afgewezen omdat verdachte niet schuldig was bevonden aan een nieuw strafbaar feit.

De uitspraak werd gedaan door mr. J. van Beek, mr. C.E. Voskens en mr. A.K. Mireku op 1 juli 2026.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf
Locatie Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/188290-24 en 16/11819-23 (tul)
Uitspraakdatum: 1 juli 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 16 en 17 juni 2026 in de zaak tegen:
[de verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
[officier van justitie] , en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. F.L. Lischer, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 9 juni 2024 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door die [benadeelde partij]
- in een kamer in een woning aan [adres] op/in te sluiten
- in/tegen het gezicht/hoofd en/of het lichaam te duwen/slaan en/of
- [dreigend] de woorden toe te voegen: "als je je wachtwoord niet geeft dan prik ik je helemaal lek!" en/of "Als je naar de politie gaat dan schieten we je dood!",
- te verhinderen die kamer te verlaten;

2.Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving door aangever na het verlaten van de woning weer naar binnen te lokken. Gelet op wat zich reeds in de kamer had afgespeeld, vindt de officier van justitie het onaannemelijk dat de verdachte niet wist wat er vervolgens zou gebeuren.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van wat de verdachte ten laste is gelegd. De verdediging heeft aangevoerd dat - hoewel de verdachte wist dat er iets gebeurde dat niet in de haak was - niet kan worden bewezen dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving.

4.Het oordeel van de rechtbank

Op basis van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting, stelt de rechtbank het volgende vast. De verdachte heeft de aangever gevraagd om in de middag van 9 juni 2024 bij hem thuis te chillen. Op een gegeven moment zijn medeverdachten [de medeverdachte 1] , [de medeverdachte 2] en [de medeverdachte 3] ook naar de woning van de verdachte gekomen. In eerste instantie was er niets aan de hand, maar op enig moment sloeg de sfeer om en werd de aangever onder meer geslagen, werden zijn schoenen gestolen en is zijn jas afgenomen. De aangever heeft de woning verlaten, maar is kort daarna door de verdachte gebeld die hem vroeg terug te komen. De aangever is vervolgens teruggekeerd met het idee om zijn schoenen op te halen. Toen de aangever weer in de woning was, werd de deur van de kamer dicht gedaan en op slot gedraaid. Vanaf dat moment is de aangever van zijn vrijheid beroofd (gehouden), waarbij hij wederom door meerdere jongens geïntimideerd, geslagen, bedreigd en van zijn spullen is beroofd.
De verdachte is, samen met medeverdachten [de medeverdachte 3] , [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] ten tijde van het gehele incident in de woning aanwezig geweest. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte als medepleger kan worden aangemerkt van de tenlastegelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Voor een veroordeling voor medeplegen moet vast komen te staan dat bij het begaan van de feiten sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de mededaders. Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn mededaders. De bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal ook dan van voldoende gewicht moeten zijn. Daarnaast geldt een dubbel opzetvereiste. De verdachte moet zowel opzet op de onderlinge samenwerking met de mededaders hebben gehad, als opzet op het gronddelict: in dit geval de wederrechtelijke vrijheidsberoving.
Het dossier bevat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen dat sprake was van een vooropgezet plan om de aangever van zijn vrijheid te beroven. Uit het dossier volgt dat het de verdachte is geweest die de aangever heeft gebeld om terug te komen naar zijn woning, maar niet is komen vast te staan dat hij daarbij wist of had kunnen weten wat er vervolgens zou gebeuren. Uit het dossier is verder af te leiden dat de verdachte weliswaar in de woning aanwezig was ten tijde van de wederrechtelijke vrijheidsberoving, maar niet vastgesteld kan worden dat de verdachte een rol heeft gehad in de uitvoering hiervan. Niet is komen vast te staan dat de verdachte zelf geweldshandelingen heeft verricht, de aangever heeft bedreigd of anderszins substantieel heeft bijgedragen aan de dreigende sfeer in de woning. De verdachte was erbij en heeft niet ingegrepen, maar die enkele omstandigheid is onvoldoende om te kunnen spreken van een bijdrage van voldoende gewicht, wat voor medeplegen noodzakelijk is.
De rechtbank concludeert dan ook dat van enige cruciale rol bij de totstandkoming en de uitvoering van de wederrechtelijke vrijheidsberoving niet is gebleken. Ook kan niet worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap had van de bedoeling van zijn mededaders, evenmin dat hij de op de wederrechtelijke vrijheidsberoving gerichte (voorwaardelijke) opzet had. De rechtbank is om die reden van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor de nauwe en bewuste samenwerking die voor de bewezenverklaring van het medeplegen is vereist. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken van dit feit.

5.Vordering benadeelde partij

Namens de benadeelde partij [benadeelde partij] is een vordering tot schadevergoeding van € 1.600 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden.
De rechtbank is van oordeel dat, nu niet wettig en overtuigend is bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd, de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, kan worden ontvangen.
Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.

6.Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 31 oktober 2023 in de zaak met parketnummer 16/118319-23 is de verdachte voor poging tot zware mishandeling veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zestig dagen. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De proeftijd is ingegaan op 15 november 2023.
Omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, kan niet worden vastgesteld dat hij de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.
De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging reeds om die reden afwijzen.

7.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering.
Wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland in de zaak met parketnummer 16/118319-23 opgelegde voorwaardelijke straf.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. J. van Beek, voorzitter,
mr. C.E. Voskens en mr. A.K. Mireku, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier B.H.E. Zuidam,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 juli 2026.