ECLI:NL:RBNHO:2026:8229

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
C/15/378856
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De officier van justitie verzocht op 9 juni 2026 om een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een manische ontremming binnen een schizo-affectieve stoornis. De mondelinge behandeling vond plaats op 26 juni 2026, waarbij betrokkene niet aanwezig was maar via haar advocaat haar standpunt liet overbrengen. Betrokkene verzette zich niet tegen het verzoek en deed afstand van haar recht om zelf te worden gehoord.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornis, waaronder ernstige psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, en dat de veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Er is zorg nodig om dit nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te herstellen, waarbij vrijwillige zorgmogelijkheden ontbreken.

De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatie, medische controles, beperkingen in vrijheid, bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie. Deze zorg is evenredig, effectief en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging wordt verleend voor 12 maanden, tot en met 26 juni 2027.

De beschikking is op 26 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter W.P. van der Haak en schriftelijk vastgesteld op 30 juni 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van 12 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/378856 / FA RK 26-3165
beschikking van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2026,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. M.R. Ploeger, kantoorhoudende te Schagen.

1.Procedure

1.1.
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 09 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • het informatierapport Wvggz van de politie van 6 mei 2026;
  • het zorgplan van 20 mei 2026;
  • de medische verklaring van 2 juni 2026;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur van 8 juni 2026;
  • een historisch overzicht van eerder gegeven machtigingen in het kader van de Wvggz van 8 juni 2026.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 juni 2026, in het gebouw van de rechtbank.
1.4.
De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
  • de advocaat van betrokkene;
  • [casemanager] , casemanager.
1.5.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.
Betrokkene is ter zitting niet verschenen. De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat zij op de hoogte is van de zitting en dat zij ervoor heeft gekozen om niet te verschijnen, maar haar standpunt door haar advocaat te laten overbrengen. Zij heeft het verzoek besproken met haar advocaat, verzet zich niet tegen het verlenen van een zorgmachtiging, is net weer thuis en vindt het belastend om in dit stadium naar de rechtbank te komen. Zij is tevreden over de depotmedicatie die zijn thans krijgt toegediend. De rechtbank leidt uit de verklaring van de advocaat af dat betrokkene ondubbelzinnig en uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van haar recht om ter zitting te worden gehoord.
Daarom is de rechtbank overgegaan tot het houden van de mondelinge behandeling, ondanks afwezigheid van betrokkene.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een manische ontremming in het kader van een schizo-affectieve stoornis.
2.3.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
  • ernstige psychische schade;
  • ernstige verwaarlozing;
  • maatschappelijke teloorgang;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.4.
Betrokkene heeft zorg nodig om:
- ernstig nadeel af te wenden;
- de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat betrokkene diens autonomie zoveel mogelijk herwint.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Op grond van de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank gedurende de volledige geldigheidsduur van de zorgmachtiging de volgende vormen van verplichte zorg nodig:
- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
Uit de overgelegde stukken maakt de rechtbank op dat slechts in het geval dat betrokkene ernstig (psychisch) ontregelt, wordt overgegaan tot opname en de daarbij behorende vormen van verplichte zorg.
Indien dat het geval is en het ernstig nadeel niet langer kan worden afgewend door middel van de hiervoor vermelde vormen van verplichte zorg, worden gedurende de volledige geldigheidsduur van de zorgmachtiging ook de volgende vormen van verplichte zorg nodig geacht:
- het beperken van bewegingsvrijheid, telkens maximaal 3 maanden;
- het insluiten van betrokkene, telkens maximaal 7 dagen;
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens maximaal 7 dagen;
- opnemen in een accommodatie, telkens maximaal 3 maanden.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van 12 maanden, en geldt aldus tot en met 26 juni 2027.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.5 vermeld voor de volledige duur van de zorgmachtiging, tenzij onder 2.5 een kortere duur is vermeld;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
26 juni 2027.
Deze beschikking is gegeven door mr. drs. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van E.B.B.M. van Linden als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.