ECLI:NL:RBNHO:2026:8359

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
C/15/373637
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:203 BWArt. 4:204 BWArt. 4:206 BWArt. 288 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming onafhankelijke vereffenaar nalatenschap na weigering executeur en onenigheid erfgenamen

Op 16 januari 2017 overleed de erflater, ongehuwd en met drie erfgenamen, waaronder de verzoeker en twee verweerders. De executeur uit het testament had zijn benoeming niet aanvaard, waarna de nalatenschap feitelijk onbeheerd bleef. De verzoeker aanvaardde de nalatenschap beneficiair en verzocht de rechtbank om Partiar B.V. als vereffenaar te benoemen.

De verweerders verzetten zich tegen dit verzoek, stellende dat de nalatenschap zuiver was aanvaard en dat Partiar B.V. niet onafhankelijk is vanwege eerdere bemoeienissen met één erfgenaam. Ook wezen zij op de geringe omvang van de nalatenschap en de onnodige kosten van een professionele vereffenaar.

De rechtbank oordeelde dat, ongeacht de wijze van aanvaarding, de nalatenschap feitelijk onbeheerd is en de erfgenamen niet tot afwikkeling komen. Daarom is benoeming van een vereffenaar gerechtvaardigd. Gezien de eerdere contacten en belangenverstrengeling met Partiar B.V. werd deze niet benoemd. In plaats daarvan werd een onafhankelijke notaris bereid gevonden als vereffenaar aan te treden.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de vereffenaar is opgedragen binnen drie maanden verslag uit te brengen aan de kantonrechter over de voortgang van de vereffening.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een onafhankelijke notaris als vereffenaar van de nalatenschap en wijst de benoeming van Partiar B.V. af wegens gebrek aan onafhankelijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/373637 / HA RK 26-5
Beschikking van 7 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. P.J. de Groen,
tegen

1.[verweerder 1] ,

te [plaats 2] ,
hierna te noemen: [verweerder 1] ,
2.
[verweerder 2],
te [plaats 3] ,
hierna te noemen: [verweerder 2] ,
3. [verweerder 3] ,
te [plaats 4] ,
hierna te noemen: [verweerder 3] ,
verwerende partijen.
Met betrekking tot de nalatenschap van:
[erflater] ,
geboren te [plaats 5] op [geboortedatum] 1921,
laatstelijk wonende te [plaats 6] ,
overleden op 16 januari 2017 te [plaats 6] ,
hierna: erflater

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ontvangen op 13 januari 2026
- de oproepingsbrieven van de rechtbank waarmee partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling
- de e-mailberichten waarin de verwerende partijen hebben aangegeven verweer te willen voeren tijdens de zitting
- de mondelinge behandeling van 26 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij [verweerder 1] en [verweerder 3] spreekaantekeningen hebben overgelegd.
1.2.
Namens [verzoeker] is mr. J.A. de Graaf verschenen bij de mondelinge behandeling op 26 mei 2026. Hij nam waar voor zijn kantoorgenoot mr. De Groen. Mr. De Graaf deelt mede dat [verzoeker] zelf in verband met zijn hoge leeftijd en zijn gezondheid niet aanwezig is. [verweerder 1] , [verweerder 2] en [verweerder 3] zijn in persoon verschenen.. Namens Partiar B.V. zijn verschenen mevrouw [betrokkene 1] en mevrouw [betrokkene 2] .
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op 16 januari 2017 is in [plaats 6] overleden [erflater] , geboren in [plaats 5] op [geboortedatum] 1921. De laatste woonplaats van erflater was [plaats 6] . Erflater was ten tijde van zijn overlijden ongehuwd.
2.2.
In zijn testament van 16 december 2005 heeft erflater beschikt over zijn nalatenschap. Hij heeft tot zijn erfgenamen benoemd zijn erfgenamen volgens de wet. Dat zijn zijn kinderen:
- [verzoeker]
- [verweerder 1]
- [betrokkene 3] .
Laatstgenoemde is op 29 november 2024 overleden. Zijn erfgenamen zijn [verweerder 2] (zijn weduwe) en [verweerder 3] (zijn zoon). In het testament is de heer [betrokkene 4] tot executeur benoemd. De heer [betrokkene 4] heeft de benoeming niet aanvaard.
2.3.
Op 12 november 2025 heeft [verzoeker] (bij gevolmachtigde) voor de rechtbank verklaard dat hij de nalatenschap van de erflater onder voorrecht van boedelbeschrijving (beneficiaire aanvaarding) aanvaardt.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoeker] verzoekt de rechtbank bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad Partiar B.V., professioneel vereffenaar van nalatenschappen, te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater.
3.2.
[verzoeker] voert het volgende aan. De in het testament benoemde executeur heeft die rol niet aanvaard. Er zijn geen activiteiten ter afwikkeling van de nalatenschap geweest. [verzoeker] en de andere erfgenamen komen niet tot afwikkeling. De nalatenschap is al geruime tijd feitelijk onbeheerd gelaten. Daarom heeft [verzoeker] er recht en belang bij dat de rechtbank een vereffenaar benoemt. Hij wil zijn kinderen niet met deze kwestie opzadelen. [verzoeker] wil dat Partiar B.V. benoemd wordt. Het is in het belang van verzoeker, crediteuren en overige belanghebbenden dat Partiar de vereffening van de nalatenschap zo spoedig mogelijk ter hand neemt, aldus [verzoeker] .

4.Het verweer

4.1.
[verweerder 1] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Zij voert het volgende aan. Alle drie de erfgenamen hebben de nalatenschap in 2017 zuiver aanvaard. Toen al heeft [verzoeker] spullen (zoals meubels) meegenomen die tot de nalatenschap hoorden.
Er is daarbij geen noodzaak om een vereffenaar te benoemen. Alle erfgenamen zijn al overeengekomen dat notariskantoor Novitarius te Hoofddorp de financiële afwikkeling zal verzorgen en de spullen uit de kluis van erflater door loting worden verdeeld. Daarbij komt dat het om een kleine, niet complexe nalatenschap gaat, waarbij de schulden enkel zijn ontstaan door de onwillige houding van [verzoeker] . Daardoor worden bijvoorbeeld al ruim negen jaar bankkosten in rekening gebracht voor bankrekeningen van erflater die geblokkeerd zijn. Dit komt allemaal voort uit een discussie over compensatie voor goederen van € 200,00. Daarbij komt dat een professionele vereffenaar veel geld kost, dat onnodig ten laste van het erfdeel van de andere erven komt.
Mocht de rechtbank toch een vereffenaar willen benoemen dan moet dat een andere partij zijn dan Partiar B.V. De erven zijn eerder met Partiar in overleg geweest. Omdat Partiar de eerste afspraak al niet nakwam, wilden [verweerder 1] en [verweerder 3] niet verder met Partiar. Daarna heeft [verzoeker] in 2018 de heer [betrokkene 2] van Partiar ingeschakeld als “erfgenaam-vertegenwoordiger”. Daarmee kan Partiar niet als onafhankelijk worden aangemerkt. [verweerder 1] verzet zich ook tegen de gevraagde uitvoerbaarheid bij voorraad. Zij is bang dat Partiar in een functie als vereffenaar alle door [verzoeker] zelf gemaakte kosten ten laste van de erfenis gaat brengen.
4.2.
[verweerder 2] verzet zich ook tegen toewijzing van het verzoek. Zij geeft aan dat in het testament de ‘koude kant’ van erfopvolging is uitgesloten, zodat zij niet meedeelt in de nalatenschap, maar haar zoon wel. Zij sluit zich aan bij het verweer zoals gevoerd door [verweerder 1] . Zij zegt dat zij nog een overzicht heeft waarop de voorgestelde afwikkeling staat vermeld, onder meer van de spullen uit de kluis van erflater. Zij biedt aan om dit alsnog te overleggen. De rechtbank heeft ter zitting aangegeven dat zij [verweerder 2] daartoe niet in de gelegenheid zal stellen wegens strijd met de goede procesorde. [verweerder 2] had dit overzicht al voor de zitting in de procedure kunnen inbrengen. Ten overvloede heeft [verweerder 2] aangegeven dat het bedrag van circa € 1.600,00 dat [verzoeker] aan de Belastingdienst heeft betaald ten behoeve van erflater uit de nalatenschap kan worden vergoed waarna het saldo op de bankrekening minus de notariskosten verdeeld kan worden tussen de drie erfgenamen, ieder voor een gelijk deel. Zij verzet zich tegen benoeming van een vereffenaar, en zeker tegen de benoeming van Partiar die zij, gelet op de voorgeschiedenis, niet onpartijdig acht.
4.3.
Ook [verweerder 3] sluit zich grotendeels aan het bij het verweer van [verweerder 1] . Daarbij benadrukt hij dat in het verzoekschrift ten onrechte staat dat onduidelijk zou zijn wie na het overlijden van zijn vader erfgenaam is. Hij is als enig kind in de rechten van zijn vader getreden. Hij maakt bezwaar tegen benoeming van een vereffenaar. Als er een vereffenaar benoemd moet worden, dan moet dat niet Partiar zijn, omdat die partij al sinds 2018 eenzijdig de belangen van één erfgenaam behartigt. [verweerder 3] zou de nalatenschap veel liever in goed overleg en zonder onnodige kosten afwikkelen.

5.De beoordeling

5.1.
De in artikel 4:206 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde personen, voor zover bekend, zijn gehoord althans behoorlijk opgeroepen.
5.2.
[verzoeker] baseert zijn verzoek tot benoeming van een vereffenaar op artikel 4:203 BW Pro. Dit artikel bepaalt dat na een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving (een beneficiaire aanvaarding) de rechtbank op verzoek van een erfgenaam een vereffenaar kan benoemen.
5.3.
Op 12 november 2025 heeft [verzoeker] voor de rechtbank verklaard dat hij de nalatenschap van de erflater beneficiair aanvaardt. [verweerder 1] en [verweerder 2] zeggen dat alle erfgenamen in 2017 de erfenis al zuiver hebben aanvaard, doordat zij spullen van de erflater zoals meubels feitelijk hebben verdeeld en hebben meegenomen. [verzoeker] was zelf niet bij de mondelinge behandeling aanwezig om dit gemotiveerde verweer te weerspreken.
5.4.
Het verweer van verweerders op dit punt kan hen echter niet baten. Ook als zou komen vast te staan dat de nalatenschap door geen van de erfgenamen beneficiair is aanvaard – hetgeen de rechtbank gelet op het tijdverloop en het relaas van verweerders niet onaannemelijk acht, maar in het midden laat – is het mogelijk een vereffenaar te benoemen, namelijk op grond van artikel 4:204 BW Pro. In lid 1, aanhef en onder a van deze bepaling is onder meer bepaald dat de rechtbank op verzoek van een belanghebbende een vereffenaar kan benoemen wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten.
5.5.
Ook uit het relaas van verweerders komt naar voren dat de erfgenamen er sinds 2018 niet in slagen om de nalatenschap verder af te wikkelen. Daarbij is de onderlinge verstandhouding tussen de erfgenamen – ondanks een recente poging van [verweerder 3] om in gesprek te raken – zodanig dat de erven niet meer met elkaar in gesprek zijn over afwikkeling van de nalatenschap. Niet duidelijk is verder wie het beheer over de nalatenschap voert. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4:204 lid 1 aanhef Pro en onder a BW. De rechtbank zal daarom een vereffenaar benoemen.
5.6.
Anders dan door [verzoeker] verzocht zal de rechtbank echter niet Partiar B.V. als vereffenaar benoemen. Niet betwist is dat [verweerder 1] en [verweerder 3] al voor 2018 met Partiar contact hebben gehad en toen besloten hebben geen opdracht aan Partiar B.V. te willen geven. Ook is niet betwist dat Partiar B.V. (de heer [betrokkene 2] ) daarna voor [verzoeker] heeft opgetreden in de communicatie naar de overige erven. Voor de hand ligt dat hij daarbij als adviseur/gemachtigde van [verzoeker] standpunten heeft ingenomen die afdoen aan het vertrouwen van de andere erven in de onafhankelijkheid en de onpartijdige positie van Partiar B.V. bij de afwikkeling van de nalatenschap.
5.7.
De rechtbank heeft notaris mr. [betrokkene 5] te [plaats 7] bereid gevonden om als vereffenaar op te treden. Hij heeft dit schriftelijk aan de rechtbank bevestigd.
5.8.
De rechtbank ziet aanleiding om deze beschikking op de voet van artikel 288 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het inhoudelijke verweer dat verweerders tegen uitvoerbaarheid bij voorraad hebben gevoerd ziet op de situatie dat Partiar B.V. als vereffenaar wordt benoemd. Die situatie doet zich niet voor.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
benoemt
notaris mr. [betrokkene 5] , notaris te [plaats 7] ,
kantoorhoudende te [postcode] [plaats 7] , [adres] ,
tot vereffenaar van de nalatenschap van:
[erflater] ,
geboren te [plaats 5] op [geboortedatum] 1921,
met als laatste woonplaats [plaats 6] ,
overleden op 16 januari 2017 te [plaats 6] ,
6.2.
draagt de griffier op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven,
6.3.
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant,
6.4.
verzoekt en – voor zoveel nodig – beveelt de vereffenaar om binnen drie maanden na heden aan de kantonrechter van deze rechtbank (locatie Alkmaar) verslag te doen van de voortgang van de vereffening,
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A. Hoogkamer en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
1155