Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Ansvar wenst op haar beurt de door haar uitgekeerde schadebedragen te verhalen op [eiser] .
De rechtbank wijst de vordering van [eiser] af, omdat Ansvar op grond van een polisuitsluiting (het weigeren van een bloedproef door [eiser] ) niet tot dekking is gehouden. Ansvar heeft een verhaalsrecht op [eiser] voor diverse door haar uitgekeerde schadebedragen. Ansvar heeft onverschuldigde betalingen aan [eiser] gedaan. Daarnaast mag Ansvar op grond van artikel 15 lid 1 WAM Pro de uitkeringen die zij heeft gedaan aan de andere inzittenden verhalen op [eiser] , omdat [eiser] niet te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt. De door Ansvar betaalde cascoschade aan de auto komt ook voor rekening van [eiser] . De rechtbank wijst de vordering van Ansvar tot (terug)betaling grotendeels toe.
1.De procedure
2.De feiten
“7.2. Niet verzekerd is schade veroorzaakt terwijl de bestuurder van het motorrijtuig onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank of enig bedwelmend of opwekkend middel verkeerde, dat hij niet in staat moest worden geacht het motorrijtuig behoorlijk te besturen, dan wel het rijden hem bij wet of door de overheid zou zijn verboden.
“De bestuurder van de auto heeft 5 seconden voor de botsing met de boom gereden met een snelheid van 94 km/h. De snelheid van het voertuig werd tot 1,5 seconden voor de botsing verhoogd tot 102 km/h. Vanaf 1,5 seconden voor de botsing werd het gaspedaal van het voertuig geheel losgelaten/niet meer bediend. 1 seconde voor de botsing werd het rempedaal van het voertuig bediend en werd het ABS systeem geactiveerd. Ook werd er vanaf dit moment naar links gestuurd met het voertuig. Op het moment van de botsing met de boom werd een voertuigsnelheid geregistreerd van 87 km/h.”
“Op woensdag 30 december 2020 omstreeks 21:14 uur reed de personenauto op de [adres] , gelegen in de plaats [plaats] , komende uit de richting Achterveld en gaande in de richting [plaats] . Deze weg was gelegen in een 60 km/h zone. In de personenauto zaten 4 inzittenden. Bij het naderen van perceelnummer 15, vanuit de rijrichting van de personenauto gezien gelegen aan de linkerzijde van de rijbaan, passeerde de personenauto een verkeersbord waarop de maximumsnelheid van 30 km/h aangeduid stond. Vervolgens naderde de personenauto twee drempels, waarvan de tweede drempel voorafgegaan werd door een verkeersbord dat wees op een slecht wegdek.
3.Het geschil
a. voor recht verklaart dat [eiser] aansprakelijk is voor het ongeval en de hieruit voortvloeiende schade;
Ten aanzien van de uitkeringen aan [eiser] uit hoofde van de SVI-verzekering grondt Ansvar haar vordering op onverschuldigde betaling. Wat betreft de vergoede schade van de andere inzittenden beroept Ansvar zich op de ‘tenzij-bepaling’ van artikel 15 lid Pro 1, tweede volzin, WAM. Volgens Ansvar mocht [eiser] , gelet op zijn exorbitante snelheidsovertreding, zijn middelengebruik en/of zijn weigering mee te werken aan een bloedproef niet te goeder trouw aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt.
Over de vergoede cascoschade aan de auto stelt Ansvar dat [de B.V.] een vorderingsrecht op [eiser] heeft en dat dit bij wijze van subrogatie is overgegaan op Ansvar (artikel 7:962 lid 1 BW Pro). Aldus maakt Ansvar aanspraak op betaling van een totaalbedrag van € 168.035,01.
In het geval wel sprake zou zijn van een bewuste snelheidsovertreding moet rekening worden gehouden met een gebruikelijke marge van 7% die autofabrikanten aanhouden, zodat de daadwerkelijke snelheid 88 km/u betrof in plaats van 94 km/u. Verder is relevant dat de 60 km/u zone vlak voor de plaats van het ongeval in een 30 km/u zone is overgegaan, zodat de kans groot is dat hij daarvoor al de macht over het stuur en snelheid was verloren. Daarnaast was de bebording ter plaatse niet op orde, nu een verkeersbord met een waarschuwingsteken en daarboven een bord met de tekst ‘EIGEN WEG’ op de grond heeft gelegen en niet zichtbaar is geweest. Gelet hierop is een overschrijding van de maximumsnelheid op een verlaten landweg in de nachtelijke uren met 28 km/u niet voldoende om van opzet, bewuste roekeloosheid of grove schuld te kunnen spreken. Daarnaast heeft [eiser] met zijn weigering om het afgenomen bloed te laten analyseren geen verzekeringsvoorwaarden geschonden.
4.De beoordeling
7.2.1 – aan de verzekeringsovereenkomst verbonden. Artikel 7.2.1. van de bijzondere voorwaarden bepaalt dat dekking alleen is uitgesloten als een bloedproef bij aanhouding wordt geweigerd. [eiser] is niet aangehouden. Volgens [eiser] is sprake van onduidelijke bepalingen die ‘contra proferentem’ – dus ten gunste van hem als consument en ten nadele van Ansvar – moeten worden uitgelegd.
- [eiser] heeft een bloedproef na een verkeersongeval geweigerd, welke weigering op zichzelf al een strafbaar feit is;
- [eiser] heeft de toegestane maximumsnelheid met meer dan 60 km/u overschreden;
- [eiser] heeft minimaal vijf seconden, dus over een afstand van meer dan 130 meter van de ongevalslocatie, gereden met een snelheid van 94 km/u, waarna [eiser] zijn snelheid nog heeft verhoogd;
- [eiser] reed in een brede auto in het donker, op een onverlichte, smalle landweg die toegankelijk was voor verkeer in beide richtingen;
- De landweg had aan beide zijden bomen en een slecht wegdek;
- [eiser] was ter plaatse niet bekend.