ECLI:NL:RBNHO:2026:8429
Rechtbank Noord-Holland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitschrijving dochters uit basisregistratie personen wegens termijnoverschrijding
Eiser maakte bezwaar tegen de ambtshalve uitschrijving van zijn dochters uit de basisregistratie personen vanwege vertrek naar Rusland. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer handhaafde dit besluit bij besluit van 26 augustus 2024. Eiser stelde bijna twee maanden te laat beroep in tegen dit besluit, waardoor de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze was bekendgemaakt aan de gemachtigde van eiser, zowel per e-mail als per aangetekende brief. Hoewel de brief niet werd afgehaald, was de e-mail met de beslissing op bezwaar wel ontvangen. De ingebrekestelling van eiser was onvoldoende om de verzending te betwijfelen. Eiser voerde geen gegronde redenen aan waarom de termijnoverschrijding hem niet kon worden toegerekend.
Verder stelde eiser een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn op grond van artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank stelde vast dat de totale duur van bezwaar en beroep, vermeerderd met de niet verschoonbare vertraging van eiser, de termijn van twee jaar niet overschreed. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Omdat het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard, behandelde de rechtbank het inhoudelijke geschil niet en wees zij het verzoek om griffierechtteruggave en proceskostenvergoeding af. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitschrijving is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.