Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.STRANDHUIS EXPLOITATIE B.V.,
2.
CLUB ZAND VERHUUR C.V.,
1.De procedure
- de aanvullende productie van VSC,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de aanvullende producties van de exploitanten,
- de mondelinge behandeling van 25 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van VSC,
- de pleitnota van de exploitanten.
2.De uitgangspunten
1. Bemiddelingsresultaat en uitwerking daarvan
3.Het geschil
4.De beoordeling
noch dat aan dit reglement of een vergelijkbaar document op enigerlei wijze zelfstandig rechtsgevolg te doen toekomen”, zal worden afgewezen. Het is de voorzieningenrechter niet duidelijk wat VSC met dit gedeelte van haar vordering bedoelt. Het is aan VSC om haar vorderingen duidelijk te formuleren en toe te lichten, maar daar is VSC op dit onderdeel zowel in de dagvaarding als op de zitting, niet in geslaagd.
10. Overige punten, "HR" jo. 5.1 Vaststellingsovereenkomst”. Voor zover VSC daarmee doelt op onderdeel 10 van het bemiddelingsresultaat wordt - voorzover de voorzieningenrechter kan beoordelen - in dat onderdeel alleen vermeld “HR Reeds toegezegd door verhuurder”, terwijl artikel 5.1 van de vso niet lijkt te bestaan. De vordering is daarmee onvoldoende toegelicht, waardoor de voorzieningenrechter niet kan vaststellen of er sprake is van een spoedeisend belang bij deze vordering, laat staan dat hij die vordering inhoudelijk kan beoordelen.