ECLI:NL:RBNHO:2026:8463

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/15/377813
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:261 BWArt. 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing ondertoezichtstelling wegens emigratie gezin naar het buitenland

De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de kinderrechter om de ondertoezichtstelling (OTS) van vier minderjarige kinderen op te heffen omdat het gezin vermoedelijk naar het buitenland is geëmigreerd. De ouders en kinderen zijn feitelijk niet meer bereikbaar en het adres van verblijf is onbekend. De GI heeft meerdere pogingen gedaan om contact te leggen, maar zonder succes.

Tijdens de zitting was de GI aanwezig, maar de ouders verschenen niet. Uit informatie van het netwerk van de moeder en internet blijkt dat het gezin hun woning in Nederland heeft verkocht en zich in het buitenland bevindt. Een overdracht van de OTS naar het buitenland is niet mogelijk, waardoor de GI haar taak niet kan uitvoeren en de doelen van de OTS niet kunnen worden bereikt.

De kinderrechter overweegt dat het niet duidelijk is of er concrete zorgen zijn over de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen. Het gezin volgt thuisonderwijs en maakt geen gebruik van overheidszorg, wat vragen oproept, maar op zichzelf geen reden is om de OTS te handhaven. De kinderrechter besluit daarom de OTS per 9 juni 2026 op te heffen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De kinderrechter heft de ondertoezichtstelling op omdat het gezin naar het buitenland is verhuisd en het toezicht niet kan worden uitgevoerd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/377813 / JU RK 26-724
Datum uitspraak: 9 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een opheffing ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermerste Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
  • [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige 1] ;
  • [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige 2] ;
  • [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige 3] ;
  • [de minderjarige 4], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige 4] ;
hierna samen ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
in de Basisregistratie Personen ingeschreven in [plaats] ,
feitelijk verblijvende op een onbekende plek,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
in de Basisregistratie Personen ingeschreven in [plaats] ,
feitelijk verblijvende op een onbekende plek,
hierna samen ook te noemen: de ouders.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 april 2026, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Daarbij was de GI aanwezig, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De ouders zijn, zonder zich vooraf af te melden, niet verschenen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
2.2.
De kinderen staan in de Basisregistratie Personen ingeschreven bij de ouders in [plaats] . Net als de ouders verblijven zij kennelijk feitelijk in de [land] .
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van 27 januari 2026 zijn de kinderen onder toezicht gesteld tot 27 januari 2027.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van de kinderen op te heffen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI onderbouwt het verzoek als volgt. De ondertoezichtstelling is onuitvoerbaar. Ondanks verschillende brieven van de GI, hebben de ouders geen contact opgenomen met de GI. De moeder heeft bij haar netwerk aangegeven dat het gezin nu in de [land] verblijft en dat de kinderen daar binnenkort naar school zullen gaan. Het is niet gelukt om het verblijfsadres van het gezin te achterhalen. De GI heeft contact gehad met de Centrale Autoriteiten en heeft daarna een zorgmelding gedaan. Het gezin is waarschijnlijk geëmigreerd en ook ter zitting is nader toegelicht dat een overdracht van de ondertoezichtstelling naar de [land] niet mogelijk is.
3.3.
De GI heeft hier tijdens de zitting aan toegevoegd dat met name zorgen waren over huiselijk geweld van de vader naar de moeder, maar niet van de vader naar de kinderen. Vanuit (bijvoorbeeld) de buurt zijn nooit meldingen gedaan over het gezin. Voor de GI is het niet duidelijk of concrete zorgen zijn over de kinderen. Het netwerk van de moeder heeft aangegeven dat de moeder soms contact met hen heeft. Recent heeft de moeder via videobellen met het netwerk contact gehad. De moeder zag er toen rustig uit, aldus het netwerk. Het gezin lijkt op een met hekken afgeschermde plek te wonen, waar ook een school is. Als het gezin terugkomt naar Nederland, zal het netwerk contact opnemen met Veilig Thuis.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling opheffen als de gronden daarvoor niet meer aanwezig zijn. [1] De kinderrechter kan dit doen op verzoek van de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft. [2]
4.2.
De kinderrechter heft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , [de minderjarige 3] en [de minderjarige 4] op en legt uit waarom.
4.3.
Uit de stukken en wat op de zitting is besproken, blijkt dat de GI in de afgelopen maanden geen direct contact heeft kunnen krijgen met de ouders en de kinderen. Via het netwerk van de moeder heeft de GI informatie ontvangen over de feitelijke verblijfplaats van het gezin in de [land] , maar een adres ontbreekt. De GI heeft tijdens de zitting aangegeven dat uit internetinformatie blijkt dat de gezinswoning in [plaats] kort geleden is verkocht. Het gezin is dan ook hoogstwaarschijnlijk geëmigreerd naar de [land] en de GI heeft aangegeven dat een overdracht van de ondertoezichtstelling naar de [land] niet mogelijk is. Dit betekent dat de GI de ondertoezichtstelling niet kan uitvoeren en dat de doelen van de ondertoezichtstelling daarmee niet kunnen worden bereikt. Het is niet te verwachten dat binnenkort verandering komt in deze situatie, mede gelet op de verkoop van de gezinswoning. De kinderrechter heft de ondertoezichtstelling van de kinderen dan ook op met ingang van 9 juni 2026, zoals met de GI tijdens de zitting is besproken.
4.4.
De kinderrechter heeft daarbij rekening gehouden met de omstandigheid dat niet duidelijk is of daadwerkelijk zorgen bestaan over de veiligheid van de kinderen en dat zij in hun ontwikkeling worden bedreigd. Het gezin heeft kennelijk een (onbekend gebleven) geloofsovertuiging waardoor zij geen bemoeienis wil van overheidsinstanties. De leerplichtige kinderen gaan niet naar school, maar krijgen thuisonderwijs. De kinderen maken ook geen gebruik van van overheidswege beschikbare gezondheidszorg. Dit zijn keuzes waarvan de kinderrechter zich kan voorstellen dat die vragen oproepen, met name omdat daardoor geen zicht in de gezins- en opvoedsituatie komt. Ook is opvallend dat het gezin bijna direct na het uitspreken van de ondertoezichtstelling in januari van dit jaar, uit Nederland is vertrokken zonder de GI daarvan op de hoogte te stellen. Echter, alleen daarmee komt nog niet vast te staan dat de kinderen zodanig in hun ontwikkeling worden bedreigd dat een ondertoezichtstelling nodig is. Het is fijn dat het netwerk nog contact met de moeder heeft. Als blijkt dat de zorgen over de kinderen toch groter zijn dan gedacht, zal het netwerk de GI daarvan op de hoogte stellen.
4.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
heft de ondertoezichtstelling van
[de minderjarige 1],
[de minderjarige 2],
[de minderjarige 3]en
[de minderjarige 4]op met ingang van
9 juni 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, in aanwezigheid van
mr. F.G. van der Erve als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:261, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) en artikel 1:255, eerste lid, BW.
2.Artikel 1:261, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.