Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 9 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de vakantie van hun 12-jarige zoon naar Mallorca. Vader verzocht vervangende toestemming om met het kind van 10 tot 25 juli 2026 op vakantie te gaan, nadat moeder eerder toestemming had gegeven voor 13 tot 25 juli 2026. Op 6 juli 2026 weigerde het kind echter mee te gaan en brak zijn ID-kaart uit protest.
De rechtbank hield een kindgesprek op 7 juli 2026, waarin het kind duidelijk aangaf niet mee te willen naar Mallorca vanwege afstand en onprettige ervaringen met overnachten elders. De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind zwaarder weegt dan het vakantieverzoek van vader en weigerde de gevraagde toestemming.
Daarnaast vorderde moeder in reconventie de tijdelijke schorsing van de zorgregeling voor de zomervakantie, zodat het kind de gehele periode bij haar kan verblijven. De rechtbank achtte dit gegrond vanwege de uitgesproken bezwaren van het kind tegen de vakantie en schorste de zorgregeling tot en met 25 juli 2026. De overige omgangsrechten blijven na de vakantie gehandhaafd. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank weigert vervangende toestemming voor vakantie met vader en schorst de zorgregeling tijdelijk zodat het kind de zomervakantie bij moeder verblijft.