Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De vordering
3.De beoordeling
OV-fiets (…)
Rechtbank Noord-Holland
De eisende partij, NS Reizigers B.V., vordert betaling van reiskosten, kosten voor het huren van een OV-fiets en buitengerechtelijke incassokosten van de gedaagde partij die verstek liet gaan.
De rechtbank kwalificeert de reiskostenovereenkomst als een overeenkomst via een geautomatiseerde handelsruimte, waardoor de informatieplichten niet van toepassing zijn en deze kosten toewijsbaar zijn. De OV-fietshuur wordt gezien als een overeenkomst binnen de verkoopruimte, waarbij de informatieplichten zijn nageleefd, zodat ook deze kosten toewijsbaar zijn. De boete voor het niet tijdig inleveren van de OV-fiets wordt eveneens als redelijk beoordeeld en toegewezen.
De kantonrechter toetst ambtshalve de algemene voorwaarden op oneerlijke bedingen. De incassokostenbedingen in zowel de Productvoorwaarden als de OV-fiets Productvoorwaarden worden als oneerlijk beoordeeld en vernietigd, waardoor de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
De overige algemene voorwaarden bevatten geen relevante bedingen voor deze vordering. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van € 948,11 plus wettelijke rente en proceskosten, terwijl het meer gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de gevorderde reiskosten, OV-fietshuurkosten en boete toe, maar wijst de buitengerechtelijke incassokosten af wegens oneerlijke bedingen.