ECLI:NL:RBNHO:2026:849

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
15/059943-25
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens overlijden verdachte in ontucht- en kinderpornozaak

De rechtbank Noord-Holland behandelde een strafzaak tegen een verdachte die werd verdacht van ontucht met minderjarige jongens en bezit van kinderpornografisch materiaal. Tijdens de procedure bleek dat de verdachte was overleden op een datum in 2025.

Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering door het overlijden van de verdachte. De officier van justitie werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. Omdat de vervolging niet ontvankelijk is, konden ook de vorderingen van de benadeelde partijen niet worden ontvangen.

De rechtbank wees de vorderingen van negen benadeelde partijen af en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 2 februari 2026 in Alkmaar.

Uitkomst: De officier van justitie en benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden van de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/059943-25, 15/174914-25 en 15/254571-25 (gev. ttz.) (P)
Uitspraakdatum: 2 februari 2026
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 november 2025 en 2 februari 2026 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats],
overleden op [overlijdensdatum] 2025 te [overlijdensplaats].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. A.M.H.G. Peters en van het standpunt van de raadslieden van de verdachte,
mr. M.D. Balesar en mr. D.E. de Boer, beiden advocaat te [geboorteplaats].

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich in de zaken met de parketnummers 15/059943-25 en 15/254571-25 heeft schuldig gemaakt aan ontucht met minderjarige jongens. In de zaak met parketnummer15/174914-25 wordt de verdachte verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan het bezit van kinderpornografisch materiaal.
De volledige tekst van de tenlasteleggingen is als
bijlage 1aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De rechtbank heeft vastgesteld dat in het dossier een informatiestaat SKDB-persoon van de Justitiële Informatiedienst van 14 november 2025 is opgenomen, waaruit blijkt dat de verdachte op [overlijdensdatum] 2025 te [overlijdensplaats] is overleden.
Volgens artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht is het recht tot strafvordering door de dood van verdachte vervallen. De officier van justitie zal daarom - overeenkomstig haar vordering - niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging.

3.Vorderingen benadeelde partij

Aangezien de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vervolging, kan de rechtbank de benadeelde partijen, bekend bij alle procesdeelnemers onder de nummers 1 tot en met 9, evenmin ontvangen in de vorderingen.

4.Beslissing

De rechtbank:
verklaart de officier van justitie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in de vervolging;
verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. M. Hoendervoogt, voorzitter,
mr. C.H. de Jonge van Ellemeet en mr. H. Bakker, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier, mr. M.N. de Bruijn,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 februari 2026.