ECLI:NL:RBNHO:2026:8490

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/15/376228 / HA ZA 26-194
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 3 Wet griffierechten burgerlijke zakenArt. 127a lid 2 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 127a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens niet tijdige betaling griffierecht door eiseres

Eiseres, AFG Consultancy B.V., heeft een procedure aangespannen tegen gedaagden, Stickx Arcade Holding B.V. en S.A. Group Holding B.V. De rechtbank beoordeelt de procedure en constateert dat eiseres het griffierecht niet binnen de wettelijk gestelde termijn heeft betaald.

Volgens artikel 3 lid 3 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken moet het griffierecht binnen vier weken na de eerste roldatum zijn voldaan. De eerste roldatum was 1 april 2026, waardoor de betalingstermijn liep tot 29 april 2026. Eiseres betaalde het griffierecht pas op 5 mei 2026, wat te laat is.

De advocaat van eiseres voerde aan dat door een kantoorwissel de nota niet was ontvangen en dat de inning abusievelijk via de rekening van het voormalige kantoor liep. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden geen reden zijn om de wettelijke sanctie buiten toepassing te laten. De nota was op 1 april 2026 naar het nieuwe kantoor gestuurd en een advocaat wordt geacht op de hoogte te zijn van de betalingstermijn en de gevolgen van overschrijding.

De rechtbank ontslaat daarom de gedaagden van de instantie en veroordeelt eiseres in de proceskosten van €7.062,00.

Uitkomst: De rechtbank ontslaat gedaagden van de instantie wegens niet tijdige betaling van het griffierecht door eiseres en veroordeelt eiseres in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/376228 / HA ZA 26-194
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AFG CONSULTANCY B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Zaandam,
eiseres,
advocaat mr. I.A. Hoedemaeker,
tegen
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STICKX ARCADE HOLDING B.V.,
2.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
S.A. GROUP HOLDING B.V.,
beiden statutair gevestigd en kantoorhoudende te Zaandam,
gedaagden,
advocaat mr. J.M. Geelkerken.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de akte van eiseres.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Ingevolge artikel 3 lid 3 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken is eiseres griffierecht verschuldigd vanaf de eerste roldatum en dient zij ervoor te zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel daar ter griffie is gestort.
2.2.
De eerste roldatum in deze zaak was 1 april 2026. De termijn voor het betalen van het griffierecht liep daarom tot en met 29 april 2026. De griffier heeft geconstateerd dat eiseres het griffierecht pas op 5 mei 2026 heeft voldaan en dus niet tijdig. Op grond van het bepaalde in artikel 127a lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) leidt dit tot ontslag van instantie van gedaagden, met veroordeling van eiseres in de kosten.
2.3.
De advocaat van eiseres, mr. Hoedemaeker, voert in haar akte aan dat zij de nota voor het betalen van het griffierecht, in verband met een wisseling van kantoor, niet heeft ontvangen. Zij heeft op 3 april 2026 een mailbericht gestuurd aan het Rechtspraak Servicecentrum. Zij heeft haar kantoorgegevens gewijzigd in Mijn Orde (van de Orde van Advocaten) en gevraagd haar nieuwe kantoorgegevens (per 1 februari 2026) te verwerken in de administratie van de rechtspraak en de factuur voor het griffiegeld te corrigeren. Volgens mr. Hoedemaeker was de inning van het griffierecht abusievelijk via de rekening-courant rekening van haar voormalige kantoor gelopen. Op 1 mei 2026 heeft zij de aanmaning voor het betalen van het griffierecht ontvangen. Vervolgens heeft zij zo snel mogelijk na het weekeinde, op 5 mei 2026, alsnog het griffierecht voldaan.
2.4.
De door mr. Hoedemaeker aangevoerde omstandigheden geven geen aanleiding om laatstgenoemde bepaling op de in artikel 127a lid 3 Rv genoemde grond buiten toepassing te laten. Anders dan mr. Hoedemaeker stelt, is het griffierecht dat eiseres is verschuldigd niet geïnd op de rekening-courant rekening van haar voormalige kantoor. Op 1 april 2026 is de nota voor het griffierecht gestuurd naar mr. Hoedemaeker, op het adres van haar (nieuwe) kantoor. Bovendien moet volgens vaste rechtspraak een advocaat op grond van zijn deskundigheid en kennis ten aanzien van de procedure zonder meer geacht worden op de hoogte te zijn van de betalingstermijn en de verstrekkende gevolgen die de wet verbindt aan de overschrijding daarvan.
2.5.
Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagden worden begroot op € 7.062,00.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
ontslaat gedaagden van de instantie,
3.2.
veroordeelt eiseres in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op € 7.062,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en in het openbaar uitgesproken op
13 mei 2026. [1]

Voetnoten

1.Conc.: 287