ECLI:NL:RBNHO:2026:8491

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/15/379951 JU RK 26-1042
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 6.1.3 JeugdwetArt. 2 Besluit gezagsregistersArt. 807 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met complexe problematiek

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 9 juli 2026 om een voorlopige ondertoezichtstelling van de minderjarige voor drie maanden en een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp gedurende vier weken. De minderjarige kampt met autisme, hechtingsproblemen, stemmings- en traumaproblematiek, gedragsstoornissen en suïcidaal gedrag, en brengt zichzelf regelmatig in gevaarlijke situaties.

De minderjarige woont bij haar moeder, die overbelast is en gezondheidsklachten heeft, en de vader woont elders. Ondanks pogingen tot toezicht bij de vader blijven incidenten zich voordoen, waaronder weglopen en middelenmisbruik. Een gesloten jeugdhulpinstelling is noodzakelijk omdat de minderjarige zich onttrekt aan hulp en er geen passende open setting beschikbaar is.

De kinderrechter oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat van acuut en ernstig gevaar voor de ontwikkeling van de minderjarige, en dat onmiddellijke gesloten jeugdhulp noodzakelijk is. Daarom wordt de voorlopige ondertoezichtstelling voor drie maanden ingesteld en de spoedmachtiging voor gesloten plaatsing voor vier weken verleend. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling en een zitting wordt gepland.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige voorlopig onder toezicht en verleent een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp vanwege acuut gevaar en onttrekking aan hulp.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/379951 / JU RK 26-1042
Datum uitspraak: 9 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 9 juli 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 8 juli 2026.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
3.
Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen
3.2.
De Raad verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] heeft een lange voorgeschiedenis aan hulpverlening. Zij heeft autisme, een belaste hechtingsontwikkeling, een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling, stemmings- en traumaproblematiek en een gedragsstoornis. [de minderjarige] brengt zichzelf in gevaarlijke situaties. Er is sprake van seksueel wervend gedrag in contact met jongeren (waarbij zij door haar kwetsbaarheid risico loopt misbruikt of uitgebuit te worden), alcohol- en middelenmisbruik, een medicatie-intoxicatie en weglopen in de nachten (soms met iemand), zij hangt rond, gaat naar het spoor of de snelweg en toont daarmee suïcidaal gedrag. Als de politie komt verzet ze zich en is ze fysiek agressief. Ook weigert ze te praten met de crisisdienst. [de minderjarige] neemt haar ouders niet in vertrouwen en er zijn voortdurend escalaties naar haar ouders toe. Ook gaat ze al maanden lang niet naar school.
4.2.
[de minderjarige] is een aantal keer weggelopen en is dan 48 uur vermist waarbij ze gevonden werd op een vakantiepark in [plaats] waar er grote zorgen waren over haar contacten in die situatie. Ze is door de politie een aantal keer op straat aangetroffen onder invloed van drugs. De afspraak is toen gemaakt dat [de minderjarige] naar haar vader zou gaan die in [plaats] woont. Vader leek aanvankelijk in staat om meer toezicht te houden op [de minderjarige] . De incidenten werden eerst minder, maar later kwamen er incidenten voor zoals ‘s nachts weglopen.
4.3.
Op 7 juli 2026 is er met [de minderjarige] en de ouders gesproken om tot een goede samenwerking te komen voor een overbruggingsperiode naar een behandelsetting ( [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] ). In dit gesprek zijn verschillende opties besproken waaronder ook die van verblijf op jeugdzorg plus instelling [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] (een gesloten plaatsing). Overbruggen in de thuissituatie tot de opname is echter niet mogelijk omdat moeder overbelast is, zij is nu uitgevallen door gezondheidsklachten door deze situatie, burn-out klachten en medische klachten. Beide ouders zijn coöperatief en zeker bereid om alles te doen wat binnen hun macht ligt om de veiligheid te herstellen. Als er niets verandert aan de situatie dan zal [de minderjarige] gevaarlijk gedrag blijven ondernemen met kans op een ernstig ongeluk, schade aan haar lichaam of onder invloed komen van een loverboycircuit en een ernstig verstoorde relatie met haar ouders. Verblijf binnen het netwerk is niet mogelijk. Plaatsing in een setting met veel toezicht is noodzakelijk om de veiligheid te kunnen waarborgen. De setting moet zo veel mogelijk rekening houden met wat [de minderjarige] nodig heeft aan structuur, overzicht en voorspelbaarheid. Een plaatsing in een gesloten setting is daarnaast noodzakelijk en geschikt omdat [de minderjarige] zich aan jeugdhulp onttrekt doordat zij wegloopt (van huis) en er geen andere geschikte plek (op een open setting) voor [de minderjarige] beschikbaar is die passende behandeling biedt voor haar problematiek.
4.4.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.5.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [2]
4.6.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.
4.7.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
4.8.
De Raad, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
stelt [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio [plaats] met ingang van 9 juli 2026 tot 9 oktober 2026;
5.2.
verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] , geboren op
[geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 9 juli 2026 tot 6 augustus 2026;
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.4.
roept de Raad, de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] op voor de zitting van
mr. M.M. van Weely op
[datum]in het gerechtsgebouw van deze rechtbank aan de Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar;
5.5.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.D. de Jong, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof [plaats] . Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open. [4]

Voetnoten

1.Artikel 1:257 BW Pro.
2.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.
4.Artikel 807 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).