ECLI:NL:RBNHO:2026:8501

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/15/379936 JU RK 26-1041
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 1:265b BWArt. 2 Besluit gezagsregistersArt. 807 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens ernstig risico

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 8 juli 2026 om een voorlopige ondertoezichtstelling van een elfjarige minderjarige voor drie maanden en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing voor vier weken. De minderjarige woont bij haar moeder, ouders zijn gescheiden en er is een voorgeschiedenis van huiselijk geweld. De minderjarige is verkracht door een vriend van haar broer en er circuleert een filmpje hiervan, wat tot ernstige spanningen en risico's heeft geleid.

De kinderrechter oordeelde dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de ontwikkeling van de minderjarige acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om deze bedreiging weg te nemen. Tevens is uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding. Gezien het onmiddellijke gevaar kon geen zitting worden afgewacht.

De beschikking stelt de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling voor drie maanden en verleent een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing voor vier weken, uitvoerbaar bij voorraad. De behandeling van het verzoek wordt verder aangehouden en belanghebbenden worden opgeroepen voor een zitting. Tegen de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk, tegen de ondertoezichtstelling niet.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige voorlopig onder toezicht en verleent een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing wegens acuut en ernstig gevaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/379936 / JU RK 26-1041
Datum uitspraak: 8 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. C.A.F. Visser uit Wormerveer,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam.

1.Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • het mondelinge verzoek van de Raad op 8 juli 2026;
  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 9 juli 2026.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar moeder.

3.Het verzoek

De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder 24-uurs te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] is elf jaar oud. Haar ouders zijn gescheiden. Er is een voorgeschiedenis van huiselijk geweld tussen de ouders. [de minderjarige] woont bij de moeder en is in het weekend bij haar vader. [de minderjarige] is verkracht door een vriend van haar broer. Er gaat een filmpje rond van de verkrachting. De ouders hebben dit filmpje afgelopen maandag ontvangen. De vader heeft zich daarop, onder andere bij de politie, negatief uitgelaten over [de minderjarige] . [de minderjarige] is weggelopen en aangetroffen in [plaats] . Door het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld wordt risico op eergerelateerd geweld aanwezig geacht. [de minderjarige] verblijft op een geheime plek. Er wordt onderzoek gedaan door de zedenpolitie en het Centrum Seksueel Geweld is betrokken. [de minderjarige] geeft aan dat haar vader veel meer dan boos gaat worden en dat zij ‘er niet meer zou zijn’ als ze nog bij de vader was.
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.3.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst. [2]
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.7.
De Raad, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
stelt
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] , voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 8 juli 2026 tot 8 oktober 2026;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van
[de minderjarige], geboren op
[geboortedatum] in [plaats] , [land] , in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder 24-uurs met ingang van 8 juli 2026 tot 5 augustus 2026;
5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.5.
roept de Raad, de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van
mr. B.M.A. Bataille op
[datum]in het gerechtsgebouw van deze rechtbank De Appelaar aan Simon de Vrieshof 1 in
HAARLEM;
5.6.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
5.7.
vraagt de griffier [de minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door
mr. C. Maat, kinderrechter, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier, en op schrift gesteld op 9 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open. [4]

Voetnoten

1.Artikel 1:257 BW Pro.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.
4.Artikel 807 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).