ECLI:NL:RBNHO:2026:8508

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
K/4101/11528838
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:13 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling geldvordering en afwijzing deskundigenbenoeming in nalatenschapszaak

Op 12 juni 2023 overleed de erflater, gehuwd met verweerster, met wie hij huwelijkse voorwaarden had gewijzigd tot algehele gemeenschap van goederen. Uit het huwelijk en een eerder huwelijk zijn vijf kinderen geboren. In het testament werd verweerster benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder, met een erfdeel van 1/100 en de kinderen samen 99/100.

Verzoekster vorderde vaststelling van haar geldvordering op verweerster, primair op € 2.108.651,94, subsidiair de benoeming van een deskundige om de waarde van aandelen in een vennootschap te bepalen. Verweerster stelde dat de waardering van € 7.500.000,- correct was, gebaseerd op een deskundigenrapport van accountantskantoor Goed Geregeld.

De kantonrechter oordeelde dat de waardering volgens de Discounted Cash Flow-methode en de peildatum 1 januari 2023 juist waren, en dat verzoekster onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om een andere waardering te rechtvaardigen. Het verzoek tot deskundigenbenoeming werd afgewezen. De geldvorderingen van de kinderen werden vastgesteld conform de notariële boedelbeschrijving. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot deskundigenbenoeming af en stelt de geldvorderingen van de kinderen conform de notariële boedelbeschrijving vast.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 11528838 \ EJ VERZ 25-41 (rvk)
Beschikking van 10 juli 2026
in de zaak van
[verzoekster],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. A. Lof,
tegen
[verweerster],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verweerster] ,
gemachtigde: mr. E. Hoekstra,

1.[belanghebbende sub 1] ,

te [woonplaats] ,
2.
[belanghebbende sub 2],
te [woonplaats] ,
3.
[belanghebbende sub 3],
te [woonplaats] ,
belanghebbenden,
hierna samen te noemen: de belanghebbenden, of afzonderlijk: [belanghebbende sub 1] , [belanghebbende sub 2] en [belanghebbende sub 3] .

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoekschrift ingediend, later herzien door het indienen van een herziene versie. [verweerster] heeft een verweerschrift met een tegenverzoek ingediend.
1.2.
Op 26 mei 2026 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord, mede aan de hand van pleitaantekeningen. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Vóór de zitting heeft [verweerster] bij brief van 13 mei 2026 nog producties toegezonden.

2.De feiten

2.1.
Op 12 juni 2023 is de heer [erflater] (hierna: erflater) overleden. Erflater was gehuwd met [verweerster] . Dit huwelijk is in 1982 gesloten zonder het opstellen van huwelijkse voorwaarden. In 1999 hebben erflater en [verweerster] huwelijkse voorwaarden, inhoudende een uitsluiting van de wettelijke gemeenschap, opgesteld. In 2016 zijn de huwelijkse voorwaarden gewijzigd waardoor een algehele gemeenschap van goederen is ontstaan.
2.2.
Uit dit huwelijk zijn geboren [belanghebbende sub 2] en [belanghebbende sub 3] .
2.3.
Erflater is eerder gehuwd geweest en uit dit eerdere huwelijk zijn [verzoekster] en [belanghebbende sub 1] geboren.
2.4.
Erflater heeft in zijn testament van 16 augustus 2022 over zijn nalatenschap beschikt en [verweerster] voor één honderdste (1/100) gedeelte tot erfgenaam benoemd en zijn vier kinderen tezamen en voor gelijke delen voor negenennegentig honderdste (99/100) tot erfgenaam benoemd.
2.5.
Erflater heeft in zijn testament voorts de wettelijke verdeling buiten toepassing verklaard, maar bepaald dat de nalatenschap dient te worden verdeeld als ware er een wettelijke verdeling en inhoudelijk overeenkomende met de wettelijke verdeling als bedoeld in artikel 4:13 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
2.6.
In het testament is [verweerster] benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder. [verweerster] heeft die benoeming aanvaard.
2.7.
[verweerster] heeft een notariële akte laten opstellen waarin een boedelbeschrijving is vastgelegd. De akte is gepasseerd op 10 september 2024.
2.8.
Uit de akte blijkt dat tot de gemeenschappelijke bezittingen horen 10.000 aandelen in de besloten vennootschap [de B.V.] B.V. ( [de B.V.] ). Volgens de akte hebben die aandelen een waarde van € 7.500.000,-.
2.9.
Daarnaast behoren, volgens de akte, tot de gemeenschappelijke bezittingen 70 aandelen in de besloten vennootschap Tija Media Beheer B.V. (Tija Media Beheer). Volgens de akte hebben die aandelen een waarde van € 3.785.171,-.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekster] verzoekt, na aanvulling en wijziging van haar verzoek, primair dat de niet-opeisbare vordering van [verzoekster] op [verweerster] in verband met het overlijden van haar vader (erflater) wordt vastgesteld op € 2.108.651,94.
3.2.
[verzoekster] verzoekt subsidiair, in de tweede plaats, dat een deskundige benoemd wordt om de waarde van de aandelen in [de B.V.] te bepalen, zulks op basis van de waarde in het vrije economische verkeer, uitgaande van de situatie dat de onderneming aan een derde tegen de beste verkoopcondities zal worden verkocht.
3.3.
[verzoekster] verzoekt ook om [verweerster] te veroordelen om aan de deskundige de door hem gevraagde schriftelijke stukken ter beschikking te stellen.
3.4.
Daarnaast verzoekt [verzoekster] dat [verweerster] veroordeeld wordt om binnen vijf dagen na betekening van de beschikking te bewijzen, door het overleggen van schriftelijke stukken, op welke wijze de waarderingen zoals opgenomen in de akte van 10 september 2024, tot stand zijn gekomen, voor zover de te benoemen deskundige dat bewijs niet kan vinden en leveren. Meer specifiek ziet dit op het overleggen van schriftelijke stukken met betrekking tot de waardering van de aandelen in de onderneming [de B.V.] en de aandelen in de onderneming Tija Media Beheer en de gemeenschappelijke schulden. [verzoekster] verzoekt dat op die veroordeling een dwangsom van € 500,- per dag gezet wordt.
3.5.
[verzoekster] verzoekt verder dat [verweerster] veroordeeld wordt in de kosten van de deskundige en de proceskosten.
3.6.
Aan het verzoek heeft [verzoekster] het volgende ten grondslag gelegd. [verzoekster] kan met [verweerster] geen overeenstemming bereiken over de hoogte van de geldvordering. De discussie gaat over de waardering van de tot de nalatenschap behorende aandelen in de vennootschappen [de B.V.] . [verweerster] stelt dat de aandelen in [de B.V.] op € 7.500.000,- moeten worden gewaardeerd, terwijl [verzoekster] van mening is dat de waardering € 12.500.000,- moet zijn. [verzoekster] stelt dat zij de in de akte opgenomen waardering niet kan controleren omdat zij niet betrokken is geweest bij het opstellen van de notariële akte van boedelbeschrijving en omdat zij het rapport van accountantskantoor Goed Geregeld pas in een heel laat stadium heeft ontvangen zodat zij zich daarover geen mening heeft kunnen vormen. De waardering van deze ondernemingen dient, als de door [verzoekster] gestelde waardes niet gevolgd worden, te worden vastgesteld door een deskundige, waarbij die deskundige dient uit te gaan van een waarde in het vrije economische verkeer, uitgaande van de situatie dat de onderneming aan een derde wordt verkocht tegen de beste verkoopcondities.
3.7.
[verweerster] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. [verweerster] heeft aan ieder van de kinderen inzage verstrekt in de financiële administratie en bij akte van 10 september 2024 is een complete boedelbeschrijving opgesteld en zijn de vorderingen van de kinderen zorgvuldig berekend. De waarde van de aandelen [de B.V.] is correct gewaardeerd op € 7.500.000,-. Dit is gebeurd na een waardering door een deskundige, accountantskantoor Goed Geregeld en na overleg met de Belastingdienst. De waarde van de aandelen in Tija Media Beheer is correct gewaardeerd op € 3.785.171,-.

4.Het tegenverzoek

4.1.
[verweerster] verzoekt dat de vorderingen van de kinderen vastgesteld worden op de bedragen die zijn opgenomen in de notariële akte van boedelbeschrijving. Dat betekent dat [verweerster] schuldig is aan:
[belanghebbende sub 1] € 1.184.691,-
[verzoekster] € 1.139.691,-
[belanghebbende sub 2] € 94.847,-
[belanghebbende sub 3] € 94.847,-
4.2.
[verweerster] verzoekt ook dat [verzoekster] wordt veroordeeld in de proceskosten omdat zij, ondanks dat het rapport van Goed Geregeld met haar is gedeeld, onnodig en zonder belang de procedure heeft voortgezet, terwijl een onderbouwing van haar standpunten ontbreekt.

5.De beoordeling

Het verzoek
5.1.
[verzoekster] heeft op de zitting haar primaire verzoek ingetrokken en zij heeft ook verklaard dat zij zich wat betreft de waardering van de aandelen in Tija Media Beheer aansluit bij de waarde zoals opgenomen in de notariële boedelbeschrijving. Dat betekent dat nog moet worden beoordeeld of een deskundige moet worden benoemd om de waarde van de tot de nalatenschap behorende aandelen in [de B.V.] te bepalen. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet zo is. Dit oordeel wordt hieronder toegelicht.
5.2.
[verweerster] heeft aangevoerd dat de aandelen in [de B.V.] door Goed Geregeld zijn gewaardeerd volgens de Discounted Cash Flow-methode (DCF) en er van uitgaande dat het bedrijf wordt voortgezet ‘going concern’. [verzoekster] heeft dat niet betwist en zij is het er mee eens dat de DCF-methode op basis van voortzetting van de onderneming de juiste maatstaf is. [verzoekster] heeft aangevoerd dat het rapport uitgaat van een waardering per januari 2022, terwijl de peildatum voor de waardering 12 juni 2023 moet zijn, de datum van overlijden van erflater. Op de zitting heeft [verweerster] aangevoerd, dat het waarderingsmoment in onderhandelingen met de Belastingdienst is bijgesteld naar 1 januari 2023. Deze stelling is door [verzoekster] niet betwist en omdat zij ook niet heeft gesteld dat van die datum niet kan worden uitgegaan vanwege significante marktfluctuaties of waardestijging, acht de kantonrechter het bezwaar van [verzoekster] tegen de peildatum niet steekhoudend.
5.3.
[verzoekster] heeft voorts gesteld dat zij niet kan uitgaan van de juistheid van het rapport van Goed Geregeld omdat zij te weinig tijd heeft gehad om dit door een deskundige te laten beoordelen. De kantonrechter volgt [verzoekster] ook daarin niet. [verzoekster] heeft het rapport van Goed Geregeld op 5 september 2025 ontvangen. Zij had een deskundige kunnen vragen om te beoordelen of het rapport deugdelijk is. Dat heeft zij niet gedaan. Omdat zij, behalve ten aanzien van de peildatum, verder geen concrete feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht op grond waarvan tot een andere waardering zou moeten worden gekomen, zal de kantonrechter tot uitgangspunt nemen dat de waardering van de aandelen in [de B.V.] op een juiste manier tot stand is gekomen.
5.4.
De opmerking dat De Telegraaf enkele jaren geleden een bod van 12,5 miljoen euro op de aandelen heeft gedaan is onvoldoende en leidt niet tot een ander oordeel.
5.5.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er onvoldoende aanleiding is om een deskundige te benoemen om de aandelen in [de B.V.] te waarderen. Het verzoek van [verzoekster] zal dan ook worden afgewezen.
5.6.
Gelet op de familierechtelijke relatie, ziet de kantonrechter aanleiding te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Het tegenverzoek
5.7.
Omdat in de zaak van het verzoek is geoordeeld dat uitgegaan kan worden van de waardering van de aandelen in [de B.V.] zoals opgenomen in de notariële akte van boedelbeschrijving en [verzoekster] tegen de gehanteerde methodiek van het berekenen van de geldvordering op zich geen bezwaren heeft aangevoerd, kan uitgegaan worden van de juistheid daarvan. Dat betekent dat het verzoek van [verweerster] om de geldvorderingen van de kinderen vast te stellen conform de notariële akte van boedelbeschrijving zal worden toegewezen.
5.8.
[verweerster] heeft verzocht dat [verzoekster] in de proceskosten wordt veroordeeld omdat zij onnodig en zonder belang een procedure aanhangig heeft gemaakt. De kantonrechter overweegt dat [verzoekster] pas na het indienen van het onderhavige verzoek het rapport van Goed Geregeld toegezonden heeft gekregen, zodat alleen al daarom niet gezegd kan worden dat zij nodeloos en zonder belang deze procedure is gestart. De kantonrechter ziet geen aanleiding af te wijken van het in zaken van familierechtelijke aard gebruikelijke uitgangspunt dat de proceskosten worden gecompenseerd. De kantonrechter zal dan ook bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

6.De beslissing

De kantonrechter
op het verzoek
6.1.
wijst het verzoek af,
6.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt,
op het tegenverzoek
6.3.
stelt de geldvorderingen van de kinderen op [verweerster] vast als volgt:
[belanghebbende sub 1] € 1.184.691,-
[verzoekster] € 1.139.691,-
[belanghebbende sub 2] € 94.847,-
[belanghebbende sub 3] € 94.847,-
6.4.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt,
6.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.