ECLI:NL:RBNHO:2026:8527

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
C/15/379240
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 RvArt. 1:253a lid 1 BWArt. 1:253a lid 5 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor schoolwijziging minderjarige in belang van het kind

Partijen zijn gescheiden en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over drie minderjarige kinderen. Eén van de kinderen, [minderjarige 3], woont op basis van een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader en gaat momenteel naar school in de woonplaats van de moeder, op circa 20 kilometer afstand van de vader. De vader wil het kind inschrijven op een school dichter bij zijn woning, omdat dit beter is voor de sociale ontwikkeling van het kind en de huidige situatie een zware belasting vormt voor hem.

De moeder weigert haar toestemming te geven voor de schoolwijziging en het delen van gegevens tussen de oude en nieuwe school. De vader vordert daarom vervangende toestemming van de voorzieningenrechter. Tijdens de zitting is gebleken dat een vergelijk tussen de ouders niet mogelijk is en het kind zelf heeft aangegeven graag naar de nieuwe school te willen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de schoolwijziging in het belang van het kind is, mede gelet op de woonplaats en sociale omgeving van het kind, en verleent de vervangende toestemming. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor inschrijving van het kind op een andere school en het delen van gegevens, omdat dit in het belang van het kind is.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/379240 / KG ZA 26-346
Vonnis in kort geding van 10 juli 2026
in de zaak van
[eiser 1],
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. M.D. Balesar,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: de moeder,
in persoon verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7
- de mondelinge behandeling van 10 juli 2026.
1.2.
Voor de mondelinge behandeling op 10 juli 2026 zijn verschenen de vader, bijgestaan door mr. Balesar voornoemd, en de moeder, in persoon.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 3] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 3] heeft hierover op 8 juli 2026 een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de voorzieningenrechter samengevat wat [minderjarige 3] heeft verteld.
1.4.
Tenslotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn gehuwd geweest. Het huwelijk is ontbonden op 25 maart 2022 door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
2.2.
Uit het huwelijk zijn drie, thans nog minderjarige, kinderen geboren:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [plaats 1],
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [plaats 1],
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [plaats 1].
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
2.3.
De kinderen staan tot 2 december 2026 onder toezicht van de Jeugd- en Gezinsbeschermers. [minderjarige 1] woont op basis van een machtiging tot uithuisplaatsing bij de oma van vaders zijde. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen op basis van een machtiging uithuisplaatsing bij de vader. De rechtbank heeft de machtiging uithuisplaatsing van alle kinderen recent met zes maanden verlengd.
2.4.
De vader woont in [plaats 1]. [minderjarige 3] gaat nu naar school in [plaats 2], de woonplaats van de moeder, ongeveer 20 kilometer van de woning van de vader. De vader brengt [minderjarige 3] naar school. Hiervoor moet hij vaak vrij nemen van zijn werk. Omdat dit al meer dan een jaar duurt, staat de vader bij zijn werkgever voor ruim 100 uur in de min. De vader wil [minderjarige 3] inschrijven op een andere school, gelegen in [plaats 1] en dichter bij zijn woning. De vader heeft de moeder verzocht haar toestemming te verlenen voor de wijziging van de school. De moeder heeft de gevraagde toestemming eerst geweigerd. Vervolgens liet de advocaat van de moeder weten dat de moeder toestemming gaf, maar kort daarna stuurde de moeder e-mailberichten aan de huidige school van [minderjarige 3], waarin zij haar zorgen uitsprak. De moeder heeft het toetsemmingsformulier voor de schoolwijziging niet getekend.

3.Het geschil

3.1.
De vader vordert dat de voorzieningenrechter hem, uitvoerbaar bij voorraad, vervangende toestemming verleent om [minderjarige 3] in te schrijven op de school [naam 1] ([adres] in [plaats 1]), en om alle benodigde informatie van de oude school ([naam 2]) van [minderjarige 3] te delen met de nieuwe school ([naam 1]) zodat plaatsing zo spoedig mogelijk kan plaatsvinden, met veroordeling van de moeder in de kosten van dit geding.
3.2.
De vader legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de weigering door de moeder niet in het belang van [minderjarige 3] is en dat de huidige situatie niet langer houdbaar is. Hij voert aan dat [naam 1] bereid is [minderjarige 3] te plaatsen maar dat dit onder voorbehoud van toestemming van de moeder of vervangende toestemming is.
3.3.
De moeder voert verweer. Zij maakt bezwaar tegen de inschrijving van [minderjarige 3] op [naam 1]. Zij wil dat [minderjarige 3] op haar vertrouwde basis op [naam 2] blijft, waar men de geschiedenis van dit gezin kent.
3.4.
Op de stellingen van partijen gaat de voorzieningenrechter hierna, voor zover relevant, in.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
Op grond van artikel 254 Rv Pro is de voorzieningenrechter in alle spoedeisende zaken, waarin gelet op de belangen van partijen een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, bevoegd deze te geven. Omdat de inschrijving op [naam 1] zo spoedig mogelijk gerealiseerd moet worden om te zorgen dat [minderjarige 3] in het nieuwe schooljaar daar kan starten, heeft de vader een spoedeisend belang bij de vorderingen.
De voorzieningenrechter verleent de gevraagde toestemming voor de inschrijving en het delen van de relevante informatie
4.2.
In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een ouder aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechter neemt een beslissing die hij/zij in het belang van het kind wenselijk vindt. Alvorens te beslissen moet de rechter, op grond van artikel 1:253a lid 5 BW, een vergelijk tussen beide ouders beproeven.
4.3.
Op de zitting is gebleken dat een vergelijk tussen de ouders niet mogelijk is.
4.4.
De vader verzoekt vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 3] in te schrijven op de school [naam 1] in [plaats 1] en om alle benodigde informatie van de oude school, [naam 2], over [minderjarige 3] te delen met de nieuwe school, [naam 1].
4.5.
De vader voert hiervoor aan dat [minderjarige 3] al een tijd bij hem woont en zelf de wens heeft uitgesproken om naar basisschool [naam 1] te gaan, mede omdat vriendjes en vriendinnetjes van haar op die school zitten en dit voor haar dichtbij huis is zodat het makkelijker is af te spreken met haar vriendjes en vriendinnetjes. Een plaatsing op [naam 1] draagt daarom bij aan haar sociale ontwikkeling. Verder voert de vader aan dat hij [minderjarige 3] al meer dan een jaar elke ochtend vanuit [plaats 1] naar [naam 2] in [plaats 2] brengt. Hiervoor moet hij uren vrij nemen van zijn werk en staat hij inmiddels bij zijn werkgever al ruim 100 uur in de min hierdoor. Deze situatie kan niet onbeperkt voortduren. Voortzetting van deze situatie is ook zeker niet in het belang van [minderjarige 3], omdat zij inmiddels geworteld is in [plaats 1] en daar steeds meer vriendjes en vriendinnetjes krijgt.
4.6.
[minderjarige 3] heeft tegen de kinderrechter gezegd dat zij heel graag naar [naam 1] wil, omdat die school dichter bij het huis van haar vader is en zij na school met haar vriendjes en vriendinnetjes kan spelen.
4.7.
De moeder weigert de gevraagde toestemming en voert daarvoor aan dat zij niet gelooft dat [minderjarige 3] echt naar een andere school wil. Zij betoogt dat zij zelf ook jarenlang ‘met een masker op’ gelopen heeft en dat zij bang is dat haar kinderen dat ook doen. Zij benadrukt dat zij niets meer gebruikt, dat zij clean is en dat zij de kinderen weer zo snel mogelijk bij haar thuis wil hebben.
4.8.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat inschrijving van [minderjarige 3] op [naam 1] in haar belang wenselijk is. De voorzieningenrechter legt dit hierna uit.
4.9.
Op basis van een machtiging uithuisplaatsing, welke machtiging recent nog is verlengd, woont [minderjarige 3] al langere tijd bij de vader. Aannemelijk is dus dat terugplaatsing van [minderjarige 3] en haar broer en zus bij de moeder de komende tijd niet aan de orde zal zijn.
Dit betekent dat [minderjarige 3] voorlopig nog in [plaats 1] zal wonen en dat het in haar belang is dat zij in [plaats 1] op school kan gaan met vriendjes en vriendinnetjes uit haar woonomgeving. Daar komt bij dat de huidige situatie, waarbij [minderjarige 3] elke dag naar en van [plaats 2] moet worden gebracht en gehaald een zware belasting betekent voor vader. Tot slot merkt de voorzieningenrechter op dat uit de aantekeningen die zijn gemaakt van het gesprek van de kinderrechter met [minderjarige 3] naar voren komt dat [minderjarige 3] openhartig vertelt en de vragen van de kinderrechter vrijelijk beantwoordt. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding om eraan te twijfelen of [minderjarige 3] echt wil wat ze zegt.
4.10.
De voorzieningenechter zal daarom de verzochte toestemming, die de moeder weigert te geven, voor het inschrijven van [minderjarige 3] op [naam 1] verlenen. Ook de verzochte vervangende toestemming om de gegevens van [naam 2] over [minderjarige 3] over te dragen aan [naam 1] zal de voorzieningenrechter verlenen. Het is voldoende aannemelijk dat het voor [naam 1] niet mogelijk is om [minderjarige 3] op de juiste wijze in te schrijven en verder te begeleiden zonder overdracht van die gegevens.
Proceskostenveroordeling
4.11.
De voorzieningenrechter zal de gevorderde veroordeling van de moeder in de proceskosten afwijzen. De vader heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat het al de tweede keer is dat hij een procedure aanhangig moet maken om vervangende toestemming te verkrijgen, maar de voorzieningenrechter vindt dat niet voldoende om nu af te wijken van de hoofdregel dat tussen ex-partners de proceskosten worden gecompenseerd. Dit kan anders zijn als sprake is van misbruik van recht. De moeder heeft evenwel haar eigen redenen waarom zij tegen wijziging van de school van [minderjarige 3] is. Zij heeft het recht om die mening naar voren te brengen in een procedure. Dit levert in de gegeven omstandigheden geen misbruik van recht door de moeder op. De voorzieningenrechter zal de proceskosten dan ook compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt
4.12.
De voorzieningenrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als een partij daartegen hoger beroep instelt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verleent de vader vervangende toestemming om de minderjarige [minderjarige 3] (geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [plaats 1]) in te schrijven op de school [naam 1]
([adres] te [plaats 1]),
5.2.
verleent de vader vervangende toestemming om alle benodigde informatie van de
oude school ([naam 2]) van [minderjarige 3] (geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [plaats 1]) te delen met de nieuwe school ([naam 1]) zodat plaatsing zo spoedig mogelijk kan plaatsvinden,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.
1155