Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak tussen
Menzies Aviation (Ground Handling) B.V., gevestigd te Schiphol
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister,
Samenvatting
Procesverloop
[naam 4] (juridisch adviseur afdeling handhaving), [naam 5] (senior medewerker afdeling boete, dwangsom en inning), [naam 6] (specialist ergonomie van het Kenniscentrum van de NLA), [naam 7] (specialist ergonomie van het Kenniscentrum van de NLA) en
Vaststaande feiten
2 september 2022 een inspectie uitgevoerd op het vliegveld, bij werkplekken waar bagage voor passagiersvliegtuigen wordt verwerkt. De NLA constateerde dat bij het verwerken van bagage van passagiers, de fysieke belasting voor de werknemers te hoog is en dat daarbij de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) wordt overtreden. De minister heeft naar aanleiding van die inspectie aan Menzies een eis tot naleving gesteld over de wijze van verwerking van passagiersbagage in de bagagekelders en over het laden en lossen van passagiersbagage bij de vliegtuigen op de platforms.
Omvang van het geding
De toe te passen toetsingskaders
De gronden van beroep en de beoordeling daarvan
Duidelijkheid van de last
Heroverweging in bezwaar
1 november 2023 aan de minister verstrekt. Verder zijn per diezelfde datum dagroosters en andere stukken overgelegd aan de minister. Daaruit kan blijken dat taakroulatie plaatsvindt. Vanaf oktober 2023 zullen de eerste tilhulpen worden geïnstalleerd. De minister heeft deze feiten en omstandigheden niet betrokken bij de besluiten in primo en in bezwaar. Menzies stelt dat zij stukken aan de NLA heeft overgelegd die bovenstaande (de trainingen, instructies en toezicht) aantonen, op grond waarvan zij meent aan de last onder dwangsom voor een deel te hebben voldaan.
ex tunc, zal het bestuursorgaan
ex nuncmoeten bezien of sprake is van gewijzigde omstandigheden die kunnen leiden tot het niet langer handhaven van de last onder dwangsom. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister deze tweeslag miskend door alleen de feiten en omstandigheden te betrekken die zich voordeden voorafgaand aan het besluit in primo. Menzies heeft enerzijds weliswaar betwist dat sprake is van overtreding van het Arbobesluit, maar anderzijds heeft Menzies ook feiten en omstandigheden naar voren gebracht die zich voordeden na het opleggen van het besluit in primo. Daartoe heeft Menzies ook diverse stukken ingebracht, waaronder het TNO rapport. Dat dit rapport niet zou zijn ontvangen door de minister kan de rechtbank niet goed volgen. Het rapport maakt immers deel uit van de stukken in het dossier en de minister had bovendien kunnen vragen om het rapport, nu daarnaar wordt verwezen in de brief van
Dwangsom
Begunstigingstermijn
Invordering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. F.K. van Wijk, leden, in aanwezigheid van mr.F. Vermeij, griffier.