Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak tussen
Aviapartner B.V., uit Schiphol, eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Samenvatting
Procesverloop
mr. [naam 2] (juridisch adviseur afdeling handhaving), [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] (senior medewerker afdeling boete, dwangsom en inning), [naam 6] (specialist ergonomie van het Kenniscentrum van de NLA) en [naam 7] (destijds inspecteur, thans projectleider fysieke belasting NLA).
Vaststaande feiten
5 september 2023, 8 mei 2024 en 22 augustus 2024 stelt de rechtbank de volgende feiten vast die zij tot uitgangspunt heeft genomen.
2 september 2022 een inspectie uitgevoerd op het vliegveld, bij werkplekken waar bagage voor passagiersvliegtuigen wordt verwerkt. De NLA constateerde dat bij het verwerken van bagage van passagiers, de fysieke belasting voor de werknemers te hoog is en dat daarbij de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) wordt overtreden. De minister heeft naar aanleiding van die inspectie op 14 maart 2023 aan Aviapartner een eis tot naleving gesteld, over de wijze van verwerking van passagiersbagage in de bagagekelders en over het laden en lossen van passagiersbagage bij de vliegtuigen op de platforms.
Omvang van het geding
De toe te passen toetsingskaders
De gronden van beroep en de beoordeling daarvan
Heroverweging in bezwaar
ex tunc, zal het bestuursorgaan
ex nuncmoeten bezien of sprake is van gewijzigde omstandigheden die kunnen leiden tot het niet langer handhaven van de last onder dwangsom. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister deze tweeslag miskend door alleen de feiten en omstandigheden te betrekken die zich voordeden voorafgaand aan het besluit in primo. Aviapartner heeft enerzijds betwist dat sprake is van overtreding van het Arbobesluit, maar anderzijds heeft Aviapartner - in bezwaar - ook feiten en omstandigheden naar voren gebracht die zich voordeden na het opleggen van het besluit in primo. Daartoe heeft Aviapartner onder meer het plan van aanpak van medio september 2023 ingebracht en een controlerapport van april 2024. In het licht van het toegepaste toetsingskader kan het betoog van de minister dat deze rapporten niet gebruikt kon worden omdat deze zijn ingediend na de last, niet worden gevolgd. De rechtbank kan ook niet goed volgen waarom voor de weerlegging van het argument dat er geen of een onvoldoende systeem van taakroulatie zou zijn, wordt verwezen naar enkele korte gesprekken met medewerkers en supervisors. Temeer nu Aviapartner naar eigen zeggen op de hoorzitting in bezwaar documenten heeft overgelegd die het standpunt van Aviapartner kunnen bevestigen. Een nadere onderbouwing zijdens de minister daarvoor ontbreekt in het bestreden besluit.