ECLI:NL:RBNHO:2026:8634

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
C/15/378268
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 01.01.04 Standaard RAW Bepalingen 2020ARW 2016Gids proportionaliteit
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening toegewezen wegens onterechte uitsluiting inschrijving aanbesteding

Ballast Nedam heeft deelgenomen aan een nationale openbare aanbestedingsprocedure voor de herinrichting van een rotonde in Alkmaar, georganiseerd door Stadswerk072 namens de gemeente Alkmaar. Na een eerste controle werden kleine gebreken aan inschrijvingen hersteld, maar Ballast Nedam werd later uitgesloten vanwege vermeende afwijkingen in de inschrijving ten opzichte van het bestek.

De voorzieningenrechter beoordeelde twee specifieke onregelmatigheden: een fout in de eenheidsprijs voor het afvoeren van grond, waarbij de eenheid was gewijzigd van kubieke meters naar tonnen, en een onterechte opname van een vervallen bestekspost voor vergunningaanvragen. Beide fouten werden als objectief vaststelbare administratieve vergissingen aangemerkt die hersteld konden worden zonder wijziging van de economische inhoud van de inschrijving.

Stadswerk072 had de inschrijving van Ballast Nedam ongeldig verklaard, maar de rechtbank oordeelde dat dit disproportioneel was en in strijd met het aanbestedingsrecht. De voorlopige gunningsbeslissing werd daarom ingetrokken en Stadswerk072 werd bevolen de inschrijving alsnog mee te nemen in het beoordelingsproces. Tevens werd Stadswerk072 veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De inschrijving van Ballast Nedam is ten onrechte uitgesloten en moet worden meegenomen in de beoordeling; voorlopige gunningsbeslissing wordt ingetrokken.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/378268 / KG ZA 26-274
Vonnis in kort geding van 14 juli 2026
in de zaak van
BALLAST NEDAM INFRA REGIONALE PROJECTEN B.V.,
te Nieuwegein,
eisende partij,
hierna te noemen: Ballast Nedam,
advocaat: mr. B.J.H. Blaisse-Verkooyen en mr. R. van Exter,
tegen
STADSWERK072 N.V.,
te Alkmaar,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Stadswerk072,
advocaat: mr. K.G.O. Afriyieh.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 9
- de akte overlegging productie van de zijde van Stadswerk072
- de akte overlegging producties vervangende producties 1a t/m 1f en aanvullende productie 10 van de zijde van Ballast Nedam
- de mondelinge behandeling van 30 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van Ballast Nedam
- de pleitnota van Stadswerk072.
1.2.
Voor de mondelinge behandeling van 30 juni 2026 zijn verschenen namens Ballast Nedam de heer [betrokkene 1] (werknemer), mevrouw [betrokkene 2] (bedrijfsjurist) en de heer
[betrokkene 3] (hoofd calculatie), bijgestaan door mr. Blaisse en mr. Van Exter voornoemd en namens Stadswerk072 de heer [betrokkene 4] (inkoopadviseur), de heer [betrokkene 5] (projectleider) en de heer [betrokkene 6] (inkoopadviseur), bijgestaan door mr. Afryieh voornoemd.
1.3.
Tenslotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Stadswerk072 heeft namens de gemeente Alkmaar op 11 februari 2026 een nationale openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de opdracht “Herinrichting rotonde Bergerhout te Alkmaar”. Het gunningscriterium is de laagste prijs.
2.2.
Het bijbehorende bestek “Herinrichting rotonde Bergerhout te Alkmaar” (besteknr. 2025-16) is gedateerd 9 februari 2026 en (na de 2e Nota van Inlichtingen) aangepast op 30 maart 2026. Via TenderNed zijn een nieuw bestek en een nieuwe inschrijvingsleidraad (hierna: de leidraad) versie d.d. 30 maart 2026 bekend gemaakt.
2.3.
Ballast Nedam heeft op 16 april 2026 een inschrijving gedaan. Naast Stadswerk072 hebben BAM Infra B.V. en Strukton Wegen & Beton B.V. een inschrijving gedaan. Alle drie de inschrijvers zijn na een eerste controle op volledigheid en geldigheid van de inschrijvingen in de gelegenheid gesteld kleine geconstateerde gebreken aan de inschrijving te herstellen. Alle inschrijvers hebben hieraan voldaan.
2.4.
Op 22 april 2026 heeft Stadswerk072 aan Ballast Nedam 16 nadere verduidelijkingsvragen gesteld ter verificatie van de besteksconformiteit en de totstandkoming van diverse (eenheids)prijzen.
2.5.
Stadswerk072 heeft bij brief van 28 april 2026 meegedeeld dat de inschrijving van Ballast Nedam naar aanleiding van de inhoudelijke toetsing en een aanvullende beoordeling van de beantwoording van de verduidelijkings-/verificatievragen ongeldig is verklaard en terzijde is gelegd. Stadswerk072 heeft deze beslissing toegelicht met de mededeling dat geconstateerd is dat de inschrijfstaat van Ballast Nedam op een tweetal bestekposten niet overeenstemt met het (gewijzigde) bestek zoals geldend na publicatie van de Nota’s van Inlichtingen, terwijl in de inschrijfstaat is vermeld dat is ingeschreven op basis van ‘Besteknummer 2025-16, inclusief de Nota van Inlichtingen 1 en 2 d.d. 30 maart 2026’.
2.6.
Stadswerk072 heeft op 29 april 2026 haar gunningsbeslissing met het voornemen om de opdracht te gunnen aan BAM Infra B.V. toegestuurd aan de inschrijvers.
2.7.
Ballast Nedam heeft op 30 april 2026 bezwaar gemaakt tegen de ongeldigverklaring van haar inschrijving.

3.Het geschil

3.1.
Ballast Nedam vordert – samengevat - dat de voorzieningenrechter Stadswerk072 gebiedt om de voorlopige gunningsbeslissing zoals vastgelegd in haar brief d.d. 29 april 2026 in te trekken binnen 72 uur na de datum van dit vonnis en de inschrijving van Ballast Nedam alsnog mee te nemen in het beoordelingsproces en een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing te nemen binnen 30 kalenderdagen na de datum van dit vonnis, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Stadswerk072 in de kosten van dit geding, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Ballast Nedam stelt dat Stadswerk072 disproportioneel handelt door, in afwijking van het bepaalde in paragraaf 3.9 van de leidraad, aan Ballast Nedam geen herstelmogelijkheid te bieden.
3.3.
Stadswerk072 voert verweer.
3.4.
Op de standpunten van partijen zal hierna, voor zover hier relevant, hierna nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [naam eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
4.2.
Het gaat om een aanbestedingsrechtelijke procedure. Daarom is de vordering naar haar aard spoedeisend.
Maatstaf
4.3.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie [1] volgt dat een aanbestedende dienst onder omstandigheden een inschrijver gelegenheid mag bieden een kennelijke onregelmatigheid in zijn inschrijving te herstellen of toe te lichten. Die mogelijkheid vindt haar begrenzing waar de verlangde correctie ertoe leidt dat de inschrijver na sluiting van de inschrijving de economische inhoud van zijn aanbieding wijzigt of alsnog een commerciële keuze maakt die hem bij het indienen van de inschrijving niet meer toekomt. De beginselen van gelijke behandeling en transparantie verzetten zich tegen een dergelijke wijziging. Daartegenover staat dat deze beginselen er niet aan in de weg staan dat een objectief vaststelbare administratieve onvolkomenheid wordt hersteld als daardoor de inhoud van de oorspronkelijke aanbieding onveranderd blijft en de mededinging niet wordt beïnvloed.
4.4.
De gemeente heeft deze uitgangspunten in de leidraad zelf tot uitgangspunt genomen. In artikel 3.9 is het volgende bepaald.
Indien een gebrek in een inschrijving wordt geconstateerd dan wordt beoordeeld of deze voor herstel in aanmerking komt. We volgen hierin de algemene beginselen uit de ARW 2016 en Gids proportionaliteit. In veel gevallen is herstel niet mogelijk. Echter bij een gebrek zal een proportionaliteitstoets gedaan worden om (mede) te bepalen of uitsluiting, gelet op de aard van het gebrek, al dan niet disproportioneel is, en of er zodoende ruimte is voor herstel. Er is in ieder geval geen enkele mogelijkheid tot herstel indien dit leidt tot:
  • Een commercieel gewijzigde inschrijving van welke aard dan ook; of
  • De concurrentie op een andere manier wordt vervalst of in het geding komt.
Inschrijvingen die te laat zijn ingediend of waaraan (aanvullende) voorwaarden zijn verbonden worden ongeldig verklaard en ter zijde gelegd. Inschrijvingen die niet voldoen aan de geschiktheidseisen worden beschouwd als onaanvaardbare inschrijvingen en worden ter zijde gelegd. Conform de ARW 2016, in het geval van een gebrek in het UEA of in geval van een gebrek met betrekking tot de eventueel te verstrekken bewijsmiddelen wordt de betreffende inschrijver in de gelegenheid gebracht om het gebrek te herstellen binnen een termijn van 2 werkdagen, te rekenen vanaf de dag van verzending van het verzoek van Stadswerk072. Indien Stadswerk072 het gevraagde niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft ontvangen of indien het gebrek niet door het antwoord is hersteld, komt de ondernemer niet in aanmerking voor verdere deelname aan de procedure.
Deze maatstaf is in overeenstemming met de hiervoor weergegeven uitgangspunten van het Europese aanbestedingsrecht en geeft daaraan, voor zover hier van belang, een juiste toepassing.
4.5.
Uit het voorgaande volgt dat niet iedere wijziging van een inschrijving ontoelaatbaar is. Er is in ieder geval geen mogelijkheid tot wijziging als de verlangde correctie leidt tot een commercieel gewijzigde inschrijving. Daarvan is sprake als de economische inhoud van de oorspronkelijke aanbieding wijzigt of de inschrijver alsnog ruimte krijgt voor een nieuwe commerciële afweging. Aan de hand van deze uitgangspunten zullen beide gebreken worden beoordeeld.
Bestekspost 212010 – afvoeren grond
4.6.
In het oorspronkelijke bestek stond dat inschrijvers een eenheidsprijs moesten opgeven voor het afvoeren van 186 m3 grond. In de eerste nota van inlichtingen heeft één van de inschrijvers erop gewezen dat de stortkosten van (sterk) verontreinigde grond altijd per ton worden vastgesteld en afgerekend en om die reden verzocht de eenheid m3 om te zetten naar de eenheid ton. Stadswerk072 is daarmee akkoord gegaan en in het aangepaste bestek is te lezen dat 186 m3 is vervangen door 326 ton. Het soortelijk gewicht is erbij vermeld, te weten 1.750 kg/m3. Dat betekent dat 1 m3 grond overeenkomt met 1.750 kg ofwel 1,75 ton. Dat betekent dat 186 m3 grond correspondeert met (186 x 1.750) = 325.500 kg, afgerond 326 ton. Ballast Nedam heeft in het bestek bij deze post een eenheidsprijs geoffreerd van € 119,65 per m3. Bij 186 m3 resulteert dat in een totaalbedrag bij deze post van € 22.254,90. Ballast Nedam heeft gesteld dat uit de omrekening volgt dat haar eenheidsprijs per ton € 68,27 is.
4.7.
Vast staat dat Ballast Nedam abusievelijk de oorspronkelijke inschrijvingsstaat heeft gebruikt nadat de gemeente bij Nota van Inlichtingen had bepaald dat de betreffende post voortaan in tonnen diende te worden uitgevraagd. De gemeente heeft niet betwist dat zowel de aangeboden hoeveelheid als de daarvoor aangeboden totaalprijs uit de inschrijving kenbaar zijn en dat voor de omrekening van volume naar gewicht (kubieke meters naar tonnen) een vaste omrekenfactor geldt, die de gemeente bij haar omrekening ook heeft gebruikt. Dat leidt onontkoombaar tot de conclusie dat er sprake is van een objectief vaststelbare onvolkomenheid in de inschrijving, die op objectieve wijze kan worden hersteld. Stadswerk072 heeft betoogd dat de redenering en de berekening van Ballast Nedam dat de prijs per eenheid omgerekend van m3 naar tonnage € 68,27 is, en dat de ingediende prijs voor deze post € 22.254,90, bedraagt en er dus geen sprake is van een wijziging niet klopt. Stadswerk072 heeft aangevoerd dat de omgerekende prijs van € 68,27 maal 326 ton uitkomt op € 22.256.02, zodat de ingediende prijs objectief gezien dus wel wijzigt, ook wanneer wordt omgerekend naar tonnage. Dit geldt ook voor de eenheidsprijs die wordt gewijzigd van € 119,65 naar € 68.27. Dit is in strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat Stadswerk072 niet weet welke prijs Ballast Nedam daadwerkelijk zou hebben ingediend. Stadswerk072 heeft gesteld dat een normaaloplettende inschrijver die, na de tweede nota van inlichtingen, een nieuwe inschrijfstaat heeft ontvangen, deze moet gebruiken. Alle inschrijvers hebben dat gedaan, met uitzondering van Ballast Nedam. Ook heeft Ballast Nedam hierover geen vragen gesteld, wat voor haar eigen risico en rekening komt.
4.8.
Ballast Nedam heeft in dit verband nog benadrukt dat Stadswerk072 geen nieuwe inschrijfstaat heeft verstrekt in pdf maar slechts een rsx-bestand heeft toegestuurd dat uitsluitend een hulpmiddel is bij het invullen van een inschrijfstaat. Verder heeft zij betwist dat uit de aanbestedingsstukken de verplichting volgt om de inschrijfstaat te gebruiken.
4.9.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De wijziging van de eenheidsprijs waar Stadswerk072 op heeft gewezen is het gevolg van het feit dat niet langer in m3 wordt gerekend maar in tonnage. Wezenlijk is de prijs niet gewijzigd. Het door Stadswerk072 aangevoerde prijsverschil van € 1,12 is ook niet het verschil tussen de inschrijvingsprijs en de gewijzigde inschrijvingsprijs (van een gewijzigde prijs is immers geen sprake), maar vloeit uitsluitend voort uit de afronding van een bij de omrekening van m3 eenheidsprijs naar eenheidsprijs per tonnage uit de totaalprijs afgeleide prijs per ton op twee decimalen. Dat afrondingsverschil schept geen objectieve onzekerheid over hetgeen Ballast Nedam daadwerkelijk heeft aangeboden, te weten afvoer van een naar tonnen omgerekende hoeveelheid van 326 ton tegen een prijs van € 22.254,90. De verlangde correctie wijzigt de economische inhoud van de aanbieding niet, maar strekt uitsluitend tot omzetting van de reeds aangeboden prijs naar de door Stadswerk072 in haar aangepaste bestek voorgeschreven rekeneenheid.
Bestekspost 722730 – vervallen bestekspost aanvraag vergunningen
4.10.
Ballast Nedam heeft verklaard dat zij in haar inschrijfstaat een bedrag van € 500,- had opgenomen voor het aanvragen van vergunningen. In de eerste nota van inlichtingen heeft Stadswerk072 echter laten weten dat deze post komt te vervallen. Dat betekent dat Stadswerk072 dus niet van de opdrachtnemer zal verlangen dat er vergunningen worden aangevraagd en dat de opdrachtnemer hiervoor dus geen bedrag in rekening zal brengen. Zij heeft gesteld dat dit betekent dat Stadswerk072 Ballast Nedam had moeten toestaan die post te verwijderen, zonder dat daarmee sprake is van een werkelijke wijziging van haar inschrijving. Het gaat immers alleen om het elimineren van een post die door de aanbestedende dienst zelf al vervallen was verklaard.
4.11.
Stadswerk072 heeft betoogd dat Ballast Nedam heeft voorgesteld om de ingediende prijs van € 500,- te verwerken in de post kortingen, zodat de korting wijzigt van - € 44.144,17 naar - € 43.644,17. Stadswerk072 heeft aangevoerd dat Ballast Nedam hiermee heeft erkend dat herstel van dit gebrek niet mogelijk is zonder de inschrijving te wijzigen. Zij heeft betoogd dat het verschuiven van een eenheidsprijs naar een post met gegeven korting, niet is toegestaan, omdat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
Conform artikel 01.01.04 sub 4 van de Standaard RAW Bepalingen 2020 moet ervan worden uitgegaan dat dit voorstel van Ballast Nedam, om het bedrag in mindering te brengen op de korting in haar antwoord op de vraag om een nadere toelichting te geven, een onverbrekelijk onderdeel vormt van de inschrijving van Ballast Nedam, die daarmee dus is gewijzigd.
4.12.
Ook dit betoog van Stadswerk072 overtuigt niet. De voorzieningenrechter is van oordeel dat ook deze onregelmatigheid zich leent voor herstel. Vaststaat dat de desbetreffende bestekspost al vóór sluiting van de inschrijving door middel van een Nota van Inlichtingen uit de opdracht was verwijderd. Voor deze post behoefde derhalve geen prijs meer te worden aangeboden. Dat Ballast Nedam deze post desondanks in de inschrijving heeft laten staan, moet onder deze omstandigheden worden aangemerkt als een kennelijke administratieve vergissing. De verlangde correctie strekt uitsluitend tot verwijdering van een prijscomponent die betrekking heeft op een prestatie die geen onderdeel meer uitmaakt van de uiteindelijk uitgevraagde opdracht en waarvoor, naar mag worden aangenomen Stadswerk072 dus ook geen opdracht meer zal geven en waarvoor Ballast Nedam geen kosten meer in rekening zal brengen. Objectief kan worden vastgesteld dat verwijdering van genoemde post uit de inschrijving inhoudelijk geen wijzing van de inschrijving betreft.
4.13.
De omstandigheid dat Ballast Nedam bij haar toelichting hierop de suggestie heeft gedaan om de ingediende prijs van € 500,- te verwerken in de post kortingen, leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep van Stadswerk072 op artikel 01.01.04 van de Standaard RAW Bepalingen 2020 en meer in het bijzonder op de laatste volzin van het vierde lid, inhoudende “dat de door de inschrijver verstrekte toelichting geacht wordt een onverbrekelijk onderdeel van de inschrijving te zijn” slaagt niet. De ‘toelichting’ in de zin van die bepaling wordt gevormd door de mededeling dat de betrokken bestekspost abusievelijk in de inschrijving is blijven staan doordat over het hoofd is gezien dat deze inmiddels was vervallen. Het vervolgens door Ballast Nedam gedane voorstel omtrent de wijze waarop deze administratieve vergissing zou kunnen worden verwerkt - de verleende korting met € 500 verhogen - is geen onderdeel van die toelichting maar een suggestie voor een wijze waarop dit zou kunnen worden weggeschreven als herstel toelaatbaar wordt geoordeeld. De beantwoording van de vraag of herstel van de inschrijving mogelijk is, wordt daardoor niet bepaald. Die suggestie kan dan ook worden herroepen, zoals Ballast Nedam inmiddels heeft gedaan. Het volgen van deze suggestie is financieel gezien ook niet nodig om het resultaat van schrapping van de post te bewerkstelligen. Voldoende is dat de betrokken opdracht uitblijft.
4.14.
In die zelfde lijn heeft ook de voorzieningenrechter te Rotterdam in een vergelijkbaar geval al eens geoordeeld [2] . In die zaak deed zich ook de situatie voor waarin alle verplichte inschrijfposten op de juiste wijze waren ingevuld en er één door de aanbestedende dienst geschrapte post abusievelijk in de staat was blijven staan, terwijl de inschrijfstaat in totaal vele honderden bestekposten omvatte (...). De voorzieningenrechter overwoog in die zaak dat strikte uitleg van artikel 01.01.02 RAW in deze situatie met zich lijkt te brengen dat sprake is van een ongeldige inschrijving, maar dat in het onderhavige geval evident sprake was van een post die per abuis ten onrechte is opgenomen, terwijl verwijdering van die post in werkelijkheid de inschrijving van de inschrijver niet wijzigt. Daarom oordeelde de voorzieningenrechter dat zich een uitzonderlijke situatie voordeed en dat sprake was van een kennelijk materiële fout die zich leent voor herstel. De voorzieningenrechter overwoog expliciet dat de toepasselijkheid van de RAW-systematiek in dat oordeel is meegewogen. Verder heeft de voorzieningenrechter in dat vonnis overwogen dat het ging om een regel in de inschrijfstaat waarvoor dus ook niet langer een prijs moest worden opgegeven en daarom om een post waarvoor de gemeente, naar mag worden aangenomen, in de praktijk geen opdracht zal geven en waarvoor de inschrijver ook geen kosten in rekening zal brengen, zodat objectief kan worden vastgesteld dat verwijdering van genoemde post uit de inschrijving inhoudelijk geen wijziging van de inschrijving betekent. Dit sluit naadloos aan op de situatie die thans voorligt.
Conclusie
4.15.
Omdat beide onregelmatigheden objectief kunnen worden vastgesteld, de economische inhoud van de oorspronkelijke aanbieding daardoor niet wijzigt, geen sprake is van een commercieel gewijzigde inschrijving en evenmin aannemelijk is geworden dat de mededinging of de positie van de overige inschrijvers door de wijzigingen wordt beïnvloed, valt zonder nadere motivering niet in te zien welk rechtens te respecteren aanbestedingsrechtelijk belang wordt gediend met weigering van herstel, terwijl doel en strekking van het aanbestedingsrecht - de economisch meest voordelige (hier: laagst geprijsde) aanbieding selecteren - er mee wordt gediend.
4.16.
De slotsom is dat Stadswerk072 de verlangde correcties niet op goede gronden heeft afgewezen, en dat zij ten onrechte is gekomen tot het oordeel dat de inschrijving van Ballast Nedam mocht worden uitgesloten. De vorderingen van Ballast Nedam zijn dan ook toewijsbaar.
4.17.
De gevorderde dwangsom wordt afgewezen. Stadswerk072 heeft toegezegd dat als de voorzieningenrechter de vorderingen zou toewijzen, zij zich, als publiekrechtelijke instelling zal houden aan het vonnis. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan aangenomen moet worden dat Stadswerk072 die toezegging niet zal nakomen.
Proceskosten
4.18.
Stadswerk072 wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Ballast Nedam tot op heden begroot op:
dagvaarding € 125,57
griffierecht € 735,00
salaris advocaat € 1.177,00
nakosten
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld onder de beslissing)
totaal € 2.226,57
4.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten is ook toewijsbaar.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
gebiedt Stadswerk072 om binnen 72 uur na de datum van dit vonnis, de voorlopige gunningsbeslissing, zoals vastgelegd in haar brief van 29 april 2026 in te trekken,
5.2.
gebiedt Stadswerk072 de inschrijving van Ballast Nedam alsnog mee te nemen in het beoordelingsproces en een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing - met een nieuwe bezwaartermijn- te nemen binnen 30 kalenderdagen na de datum van dit vonnis,
5.3.
veroordeelt Stadswerk072 in de proceskosten van Ballast Nedam van € 2.226,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Stadswerk072 niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over deze kosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
1155

Voetnoten

1.HvJ EU 29 maart 2012, zaak C-599/10, SAG ELV Slovensko