ECLI:NL:RBNHO:2026:8687

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
C/15/373400
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 6:171 BWArt. 5.9 Besluit bouwwerken leefomgevingArt. 4.12 Besluit bouwwerken leefomgeving
Verwijzingen
614 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige bouwactiviteiten en schade aan aangrenzende woning door heiwerkzaamheden en funderingswerkzaamheden

De rechtbank Noord-Holland behandelt een civiele zaak tussen buren over schade aan de woning van eiser veroorzaakt door hei- en bouwwerkzaamheden van gedaagde op het aangrenzende perceel. Gedaagde voerde heiwerkzaamheden uit zonder geldige omgevingsvergunning en zonder voorafgaande nulmeting, ondanks waarschuwingen van de gemeente en verzoeken van eiser. Dit leidde tot trillingen en scheurvorming in de woning van eiser.

Eiser vordert onder meer een verklaring voor recht van onrechtmatig handelen, schadevergoeding voor herstelkosten, deskundigenkosten, verblijfskosten en een verbod op wijzigingen aan mandelige zaken. Gedaagde betwist het causaal verband tussen zijn werkzaamheden en de schade en wijst op bestaande oude scheuren.

De rechtbank oordeelt dat gedaagde onzorgvuldig heeft gehandeld door zonder vergunning en nulmeting heiwerkzaamheden uit te voeren en onvoldoende maatregelen te treffen. De aansprakelijkheid voor de schade door heiwerkzaamheden wordt voorlopig aangenomen, maar de omvang en het causaal verband met andere werkzaamheden zijn nog onduidelijk. Daarom wordt een deskundigenbericht gelast om de schade, oorzaak en herstelkosten te onderzoeken. Partijen krijgen gelegenheid zich hierover uit te laten. De zaak wordt aangehouden tot de deskundigenrapportage is afgerond.

Uitkomst: Gedaagde handelde onzorgvuldig bij heiwerkzaamheden zonder vergunning en nulmeting, voorlopige aansprakelijkheid voor schade; deskundigenbericht gelast voor verdere beoordeling.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/373400 / HA ZA 26-22
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

2.
[eiser 2],
beiden wonende te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: (in enkelvoud) [eiser 1] , en afzonderlijk [eiser 1] en [eiser 2] ,
advocaat: mr. S.R. Kieffer,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

2.
[gedaagde 2],
beiden wonende te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: (in enkelvoud) [gedaagde 1] , en afzonderlijk [gedaagde 1] en [gedaagde 1] ,
advocaat: mr. L.A.H.M. Creemers.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • het vonnis in incident tevens tussenvonnis in de hoofdzaak van 25 februari 2026
  • de akte nadere producties (28 tot en met 42) en wijziging van eis van de zijde van [eiser 1]
  • de aanvullende producties A tot en met F van de zijde van [gedaagde 1]
  • de aanvullende producties G tot en met J van de zijde van [gedaagde 1]
  • de mondelinge behandeling van 1 mei 2026 tijdens welke zitting de advocaten het woord gevoerd hebben aan de hand van spreekaantekeningen en van welke zitting de griffier aantekeningen heeft bijgehouden.
1.2.
Partijen hebben ter zitting afspraken gemaakt over het aanbrengen van een goot tussen hun beider panden en over het laten uitvoeren van hoogtemetingen aan de woning van [eiser 1] . Deze afspraken zijn vastgelegd in een proces-verbaal. Met betrekking tot de resterende geschilpunten hebben zij de rechtbank verzocht vonnis te wijzen, waarna vonnis is bepaald op heden.

2.De uitgangspunten

2.1.
[eiser 1] is sinds 28 oktober 1991 eigenaar van het perceel met woning aan de [adres 1] in [plaats] (hierna ook: (het pand of het perceel) [adres 1] ). [gedaagde 1] is sinds 29 maart 2016 eigenaar van het perceel met woning aan de [adres 2] te [plaats] (hierna ook: (het pand of het perceel) [adres 2] ). De erven grenzen aan elkaar.
2.2.
[eiser 1] bewoont [adres 1] . [gedaagde 1] heeft [adres 2] tot nu toe niet bewoond. Hij heeft het gebruikt als werkplaats en opslagruimte en is het vanaf juni 2024 gaan verbouwen. [gedaagde 1] en [gedaagde 1] zijn sinds 2 januari 2026 gescheiden.
2.3.
In 2021 heeft [gedaagde 1] bij de gemeente [plaats] -Volendam (hierna: de gemeente) een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verhogen van de kap van het pand [adres 2] en voor de bouw van een aanbouw. Deze omgevingsvergunning is na het doorlopen van een bezwarenprocedure verleend. Bij besluit van 6 maart 2024 heeft de gemeente de in 2021 verleende omgevingsvergunning ingetrokken. Op of rond die datum heeft [gedaagde 1] de bewoners van de buurpercelen, onder wie [eiser 1] , ingelicht dat hij van plan was binnen een aantal weken te beginnen met heiwerkzaamheden op perceel [adres 2] .
2.4.
In een brief van 7 maart 2024 heeft [eiser 1] aan [gedaagde 1] verzocht een nulmeting te laten uitvoeren aan zijn pand [adres 1] en geëist dat hij een CAR-verzekering zou afsluiten zodat alle schade die de bouw-/verbouwwerkzaamheden zouden veroorzaken aan het pand van [eiser 1] gedekt zou zijn door die verzekering. Verder heeft [eiser 1] [gedaagde 1] in deze brief op voorhand volledig aansprakelijk gesteld voor alle schade die door de bouw-/verbouwwerkzaamheden veroorzaakt zou worden aan zijn pand.
[gedaagde 1] heeft geen nulmeting laten uitvoeren aan de woning van [eiser 1] .
2.5.
Op 29 mei 2024 heeft [betrokkene 1] , juridisch beleidsmedewerker Bouwen & Milieu bij de gemeente (hierna: [betrokkene 1] ), in een telefoongesprek met [gedaagde 1] hem tot drie keer toe meegedeeld dat hij niet kon bouwen omdat de eerder aan hem verleende omgevingsvergunning was ingetrokken.
2.6.
Op 1 juni 2024 heeft [gedaagde 1] heiwerkzaamheden laten uitvoeren op zijn perceel. Bij het slaan van de eerste pulspaal werden ernstige trillingen veroorzaakt bij omliggende percelen. Het slaan van een tweede pulspaal werd vervolgens gestaakt. [gedaagde 1] had op dat moment zelf geen CAR- verzekering.
2.7.
Op 3 juni 2024 had [gedaagde 1] een afspraak met [betrokkene 1] en heeft hij haar verteld dat hij op 1 juni 2024 begonnen was met heiwerkzaamheden. De gemeente heeft vervolgens bij besluit van 6 juni 2024 een bouwstop opgelegd.
2.8.
[eiser 1] constateerde bij thuiskomst van zijn vakantie op 9 juni 2024 scheurvorming in de draagmuur tussen de keuken en de bijkeuken van zijn pand [adres 1] (hierna ook: de keukenmuur). In een brief van 14 juni 2024 heeft hij [gedaagde 1] op de hoogte gesteld van de aangetroffen scheuren en hem voor deze schade aansprakelijk gesteld.
2.9.
Op 2 september 2024 heeft [gedaagde 1] opnieuw een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van het pand [adres 2] .
2.10.
Nadat [gedaagde 1] , tijdens een bezwarenzitting in verband met de nieuwe aanvraag op 9 oktober 2024 in het Stadskantoor, had gezegd niet op de hoogte te zijn van door [eiser 1] geleden schade, heeft [eiser 1] [gedaagde 1] in een brief van 11 oktober 2024 nogmaals aansprakelijk gesteld voor de schade en hem een termijn gegeven om met een voorstel te komen voor schadeloosstelling. [gedaagde 1] heeft op die brief niet gereageerd.
2.11.
In een brief van 23 november 2024 heeft [eiser 1] [gedaagde 1] een herinnering gestuurd van zijn brief van 11 oktober 2024 en hem nog een laatste termijn gegeven om met een voorstel voor schadeloosstelling te komen. Ook op deze brief heeft [gedaagde 1] niet gereageerd.
2.12.
In opdracht van [eiser 1] heeft [bedrijf 1] B.V. op 17 februari 2025 een offerte (met verval datum 19 maart 2025) uitgebracht van € 9.141,39 (inclusief btw) voor herstel van de scheurvorming in de keukenmuur. In een offerte van 31 maart 2026 heeft [bedrijf 1] het bedrag van de offerte verhoogd naar € 9.420,00 (inclusief btw), in verband met inflatie.
2.13.
Op 20 februari 2025 heeft de gemeente op de aanvraag van 2 september 2024 opnieuw een omgevingsvergunning verleend aan [gedaagde 1] . In de vergunning staat onder meer dat bij het heien alleen gebruik mag worden gemaakt van zogenoemde schroefpalen (groutinjectiepalen). Een funderingsadvies van [bedrijf 2] B.V., afgegeven op 20 januari 2025, maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning. In dit advies staat onder meer:
Funderingsadvies
(…)
Geotechnisch kan worden volstaan met groutinjectiepalen van Ø 114 mm. schacht en Ø 180 mm. schil, in het vaste zand wordt een paal rond 300 mm. gevormd met paalbelastingen van 200 kN(…)
Uitvoering
Uitvoering dient bij voorkeur te geschieden door een in het geadviseerde paalsysteem gespecialiseerd, gerenommeerd funderingsbedrijf. Dit paalsysteem wordt gevormd door het op en neer bewegen van een paalschacht, waarbij tijdens deze handeling grout in overdruk gemengd wordt met zand van de te funderen formatie. Hierbij is het van het grootste belang dat er een goede controle is op de overdruk van het te vormen groutlichaam. Alles is afhankelijk van de machinist van de funderingsmachine, immers, de schacht van Ø 300 mm. wordt in de grond gevormd en is dus niet controleerbaar. (…) Ten einde een goede kwaliteit van de paalfundering te kunnen waarborgen zal de begeleiding en de interpretatie van de groutdruk in relatie met de diepte door een deskundige toezichthouder beoordeeld moeten worden. (…)
2.14.
Voor de heiwerkzaamheden op 1 juni 2024 had [gedaagde 1] een aannemer in de arm genomen. Op dit moment voert hij de bouwwerkzaamheden uit in eigen beheer via zijn eenmanszaak, [bedrijf 3] .
2.15.
In een brief van 20 maart 2025 heeft (de advocaat van) [eiser 1] [gedaagde 1] aansprakelijk gesteld voor schade van € 10.441,39 (herstelkosten van de keukenmuur van € 9.141,39, kosten voor de aanschaf van tegels van € 300,00 en kosten voor verblijf elders tijdens herstelwerkzaamheden van € 1.000,00). In deze brief heeft (de advocaat van) [eiser 1] [gedaagde 1] ook gesommeerd de gegevens van het heibedrijf dat op 1 juni 2024 de heiwerkzaamheden had verricht te delen.
In antwoord op deze brief heeft (de advocaat van) [gedaagde 1] meegedeeld dat [gedaagde 1] zelf ook een expert heeft ingeschakeld. De gegevens van het heibedrijf heeft [gedaagde 1] niet aan [eiser 1] verschaft. Vervolgens heeft correspondentie plaatsgevonden tussen de advocaten van partijen. Dit heeft niet geleid tot een oplossing.
2.16.
In de nacht van 24 op 25 april 2025 is op de bouwplaats van [gedaagde 1] een muur, die direct grensde aan de erfgrens met perceel [adres 1] , omgevallen tegen de uitbouw van de woning van [eiser 1] . De brandweer heeft die nacht de bouwplaats bezocht en de gemeente geïnformeerd over de gevaarlijke situatie. De bouwtoezichthouder van de gemeente, [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) heeft op 25 april 2025 om 10:36 uur mondeling een bouwstop opgelegd aan [gedaagde 1] . In zijn rapportage staat:
(…) Bij mijn opname heb ik vast gesteld dat inderdaad de achterste 3m van de bouwmuur tussen huisnummer [adres 2] en [adres 1] is ingestort. De muur was nog in één stuk maar leunde tegen de achteruitbreiding van huisnummer [adres 1] aan. Het was bij mijn opname al niet meer zichtbaar omdat de sloper de ingestorte muur al klein had gehakt en had afgevoerd. Er stond voor het huis een aanhanger vol met steenpuin. Maar ik heb enkele foto’s van de eigenaar ontvangen. Er is ook een hemelwaterafvoer verloren gegaan. Nu loopt het regenwater tussen de 2 woningen en daarvoor vreest de buurman ook omdat dit mogelijk zijn fundering zal aantasten. (…)
De gehele achtergevel is weg gesloopt. Aan de achterzijde van de woning is nu het verband van de woning weg. Men heeft dat getracht te verstevigen/stutten met wat schoren van de bouwmuur naar de vloer maar dit is geen stevige constructie. De schoren zijn verankerd aan vloerplanken, raveelbalkje of een klamp met kleine houtschroeven. Daarnaast zijn er aan de kant van nummer [adres 1] ook stempels aangebracht onder de 1e verdiepingsvloer. Die staan op richels en randjes van een afgebrokkelde vloer. Dit is ondeugdelijk. En aan de andere kant zijn twee baddingen over de nieuwe geschroefde palen gelegd en daarop staan enkele constructielen/stempels. Dit is geen deugdelijke constructie. Het is allemaal erg wankel en zonder verband.
(…) In overleg met onze Ro-Handhaving jurist [betrokkene 1] (…) [betrokkene 1] heb ik om 10:36 uur mondeling het werk stil gelegd en de eigenaar verboden mensen in zijn woning toe te laten. Dit omdat ik niet voor de veiligheid kan instaan. (…) De eigenaar dient een plan van aanpak te laten maken door zijn Hoofdconstructeur Bureau Atlas. Pas dan mag hij weer verder met de werkzaamheden.
2.17.
In opdracht van [eiser 1] heeft [betrokkene 3] van [bedrijf 4] (hierna: [betrokkene 3]) op 25 april 2025 een bouwkundig onderzoek uitgevoerd aan de woning van [eiser 1] ( [adres 1] ) om te beoordelen of de scheurvorming samenhangt met de renovatie die plaatsvindt in het pand [adres 2] .
In zijn rapport schrijft [betrokkene 3]:
Bouwkundige onvolkomendheden
Gehele woning nummer [adres 2] is ontgraven tot ver onder de betonplaat waardoor grondslag kan wegzakken onder de betonplaat vandaan, waardoor verzakking kan plaatsvinden, noodzakelijk is om er voor zorg te dragen dat hemelwaterafvoer niet in de bouwput terecht komt (reeds aangegeven aan de aannemer) tevens is het van belang dat het aanbrengen van een tijdelijke damwand noodzakelijk is. Doordat de gehele achtergevel verwijderd is, is er geen stabiliteit meer in de achtergevel. Met spoed stabiliteitsschoren aanbrengen in overleg met de constructeur.(…)
Aanwezige scheurvorming door zetting renovatie aangrenzende woning. Belangrijk is te weten of een constructeur zich bezig heeft gehouden met deze renovatie, de wijze van stempelen en ruige ontgravingen betwijfelen wij dit.
[betrokkene 3] heeft zijn constateringen op 25 april 2025 ook per e-mail gedeeld met de advocaat van [eiser 1] , die deze informatie op zijn beurt heeft gedeeld met de advocaat van [gedaagde 1] .
2.18.
[gedaagde 1] heeft vervolgens een houten constructie gemaakt om meer stabiliteit te brengen in zijn pand. Nadat deze oplossing op 28 april 2025 was goedgekeurd door de gemeente mocht [gedaagde 1] van de gemeente weer verder met zijn werkzaamheden.
2.19.
In een e-mail van 28 april 2025 heeft de advocaat van [eiser 1] aan [betrokkene 1] van de gemeente het volgende meegedeeld:
(…)
De familie [gedaagde 1] voert sloop- en bouwwerkzaamheden uit die constructief onjuist en onveilig zijn. Ter volledigheid treft u de zienswijze van een bouwkundige [rb: [betrokkene 3]] van afgelopen vrijdag.
Cliënten lijden hierdoor schade en vrezen gerechtvaardigd voor nadere schade. Via deze route wordt nogmaals gevraagd naar de bevestiging dat een bouwstop wordt afgekondigd. (…) Graag vernemen cliënten ook welke veiligheidsmaatregelen worden voorgeschreven. (…)
2.20.
[gedaagde 1] heeft op 2 mei 2025 een proces-verbaal van constatering laten opmaken op perceel [adres 2] door gerechtsdeurwaarder [betrokkene 4]. Hierbij waren aanwezig de advocaat van [gedaagde 1] en als deskundige namens [gedaagde 1] [betrokkene 5] van [bedrijf 5] (hierna: [betrokkene 5]). In dit proces-verbaal staat:
Geconstateerd:
Dat er inderdaad een grote verbouwing in uitvoering is.
Dat het betreft de bouwplaats voor een tussenwoning (…)
In het bijzonder richt deze constatering zich op de staat van de fundering (of het ontbreken hiervan) van het belendende perceel staande en gelegen aan de [adres 1] .
(…)
De aangezochte deskundige heer [betrokkene 5] voornoemd heeft ter plaatse een conclusie verbonden aan hetgeen zichtbaar met het blote oog waar te nemen was en de uitspraak van deze bevindingen luidt geciteerd:
De fundering van de bestaande bebouwing en nieuwe aanbouw is koud op elkaar gestort. Dus niet constructief verankerd. De bestaande fundering van de oud-bouw is instabiel, getuige de foto’s van een gat in deze fundering waarvan de bovenwapening zichtbaar is (…) Het betreft de foto van het rooster met een gat van ongeveer 60 cm.”
2.21.
In een brief van 8 mei 2025 heeft de gemeente [gedaagde 1] het volgende meegedeeld:
Op 25 april 2025 heeft onze bouwtoezichthouder geconstateerd dat u, op het perceel [adres 2] in [plaats] , de woning constructief onveilig aan het verbouwen bent. (…) Onze bouwtoezichthouder heeft reeds meerdere keren een bezoek aan uw bouwplaats moeten brengen en aanwijzingen gegeven. Op 25 april jl. heeft hij u gesommeerd per direct met de (bouw)werkzaamheden te stoppen. Vervolgens is in samenwerking met uw constructeur de constructie van het bouwwerk weer in veiligheid gebracht. Hiermee is de mondeling opgelegde bouwstop opgeheven.
Het gaat om de volgende overtreding(en)
U bent in overtreding omdat u een bouwwerk verbouwt in strijd met de (constructieve) technische eisen uit het Besluit bouwwerk leefomgeving (Bbl). Op grond van artikel 5.9 jo. 4.12 van het Bbl is het niet toegestaan op een dusdanige wijze te bouwen dat de constructieve veiligheid in gevaar komt.
(…)
Wij zien u als overtreder omdat u eigenaar van het perceel [adres 2] in [plaats] bent.
Preventieve last onder dwangsom
Voor wat betreft het verbouwen van de woning in strijd met de constructieve eisen opgenomen in het Bbl op het perceel [adres 2] in [plaats] , hebben wij besloten u hierbij (…) een preventieve last onder dwangsom op te leggen. Inmiddels hebben onze toezichthouders u reeds meerdere keren instructies gegeven inzake het veilig bouwen.
Gelet op het gevaar voor overtreding en gezien de aard van de overtreding, leggen wij deze dwangsom zonder verdere vooraankondiging aan u op voor wat betreft het niet bouwen conform de constructieve eisen opgenomen in het Bbl.
2.22.
Naar aanleiding van het proces-verbaal van constatering van 2 mei 2025 heeft [eiser 1] [betrokkene 3] op 18 mei 2025 opnieuw een onderzoek laten instellen. [betrokkene 3] schrijft hierover:
OMSCHRIJVING SITUATIE
(…)
Betreft 2 woningen die door de midden bouwmuren gedeeltelijk gekoppeld zijn door 2 maal halfsteensmuur met een midden spouw van circa 20 tot 25 cm.
Fundatie uitbouw is een op zichzelf staande fundering die koud tegen de oudbouw aan gewerkt is. De koppeling met de oudbouw met de later aangebrachte uitbouw is niet constructief gekoppeld door middel van een knipvoeg.
De oudbouw is voorzien van een palen constructie die verankerd is aan de vloer, de vloer is de draagconstructie van de gehele woning, in de woning scheidende betonwand is een rooster gemaakt (tijdens de eerste bouw van de woning deze is mogelijk t.b.v. lucht toevoer).
Door deze sparing is de fundatie oudbouw niet instabiel geworden, heeft niets te maken met de constructieve draag constructie betonvloer.
Ter verduidelijking:
Foto’s (…) hebben te maken met bewuste sparing en totaal niet met de later gerealiseerde uitbouw.
(…)
De laatste ongenummerde fotos hebben te maken dat bij de eerste bouw een sparing is meegenomen voor mogelijke luchttoevoer voormalige verwarming beton wand.
(…)
Aanwezige scheurvorming wordt zoals nu te zien alleen maar erger door renovatie [adres 2] (…)
Nog een extra aandacht punt is de stabiliteit van de woning met het mogelijk verzakken van de grondslag t.p.v. scheidingswanden.
2.23.
Op 15 september 2025 heeft gerechtsdeurwaarder [betrokkene 4] op verzoek van [gedaagde 1] nogmaals een proces-verbaal van constatering opgemaakt. In dit proces-verbaal staat:
Mij (…) begeven naar de woning (…) [adres 2] (…) Dit was een vervolg op mijn bezoek d.d. 2 mei 2025 waarbij een constatering heeft plaatsgevonden in het kader van de fundering van de bouwplaats waar een verbouwing van de woning van requirant wordt uitgevoerd.
Aldaar ter plaatse sprak ik met (…) [gedaagde 1] (…) mr. L.A.H.M. Creemers (…) en de heer [betrokkene 5]. (…) [betrokkene 5] (…) als door de gemachtigde van requirant aangezochte deskundige op het gebied van funderingstechniek en tevens getuige.
(…) Vervolgens heb ik:
GECONSTATEERD
Dat het betreft de bouwplaats voor een tussenwoning (…)
Dat de verbouwing gestaag vordert, (…)
(…)
De aangezochte deskundige (…) [betrokkene 5] (…) heeft ter plaatse een conclusie verbonden aan hetgeen door hem zelf zichtbaar met het blote oog waar te nemen was en de uitspraak van deze bevindingen luidt geciteerd:
“Er is geen causaliteit van de geheide stalen buispaal [adres 2] aan de rechterzijde en vermeende schade aan opstallen [adres 1] . Het betreft oude, reeds bestaande scheuren.”
2.24.
Op 19 september 2025 heeft [betrokkene 2] als toezichthouder van de gemeente vastgesteld dat op [adres 2] werd gebouwd in afwijking van de verleende omgevingsvergunning. Op 24 september 2025 heeft hij mondeling een bouwstop aan [gedaagde 1] opgelegd. Dit besluit is bij brief van 29 september 2025 van de gemeente aan [gedaagde 1] bevestigd onder last van een dwangsom als hij zijn bouwwerkzaamheden zou voortzetten. Daarbij heeft de gemeente benadrukt dat [gedaagde 1] pas verder mag gaan met de werkzaamheden als hij beschikt over een nieuwe (technische) omgevingsvergunning ten behoeve van de toegepaste constructie.
[gedaagde 1] heeft ing. [betrokkene 6] van [bedrijf 6] (hierna: [betrokkene 6]) ingeschakeld om namens hem een nieuwe (technische) omgevingsvergunning aan te vragen voor de toe te passen constructie. Ten tijde van de zitting op 1 mei 2026 was door de gemeente op deze aanvraag nog niet beslist.
2.25.
Na daartoe op 28 november 2025 verkregen verlof van de voorzieningenrechter heeft [eiser 1] conservatoir beslag laten leggen op perceel [adres 2] ten laste van [gedaagde 1] .
2.26.
In opdracht van [eiser 1] heeft op 17 maart 2026 [betrokkene 7] van [bedrijf 7] B.V. (hierna: [bedrijf 7]) een bouwkundig onderzoek uitgevoerd aan de woning van [eiser 1] ( [adres 1] ). [bedrijf 7] schrijft in haar rapportage van 26 maart 2026:
2.3
Opdracht
[eiser 1] heeft [bedrijf 7] verzocht een onderzoek in te stellen naar:
  • Mogelijke verzakking van de woning
  • De ontstane schade in beeld brengen
  • Een gat in de fundering van de woning van [eiser 1] dat zichtbaar is vanaf [adres 2] (…)
3.INRICHTING VAN HET ONDERZOEK
In het kader van ons onderzoek hebben wij op 17 maart 2026 een bezoek gebracht aan de woning van [eiser 1]
om een bouwkundige inspectie uit te voeren. Daarbij hebben wij eveneens de woning op [adres 2] bezocht en gesproken met de heer [gedaagde 1] , eigenaar van deze woning en tevens het “gat” in de fundatie geïnspecteerd.
BEVINDINGEN
(…)
Daarnaast merken wij op dat vrachtverkeer stapvoets dient te rijden in deze straat vanwege de trillingen die dit verkeer kan veroorzaken vanwege de bodemgesteldheid.
(…)
4.3
Opening in fundering
(…) Aan de achterzijde in het fundament van de zijgevel van [adres 1] en dus tussen [adres 2] en [adres 1] is een opening zichtbaar in de gevel. Deze is van binnenuit afgeschermd met een rooster en betreft de ventilatie van de kruipruimte (…)
Dit rooster dient vrij gehouden te worden om adequate ventilatie van de kruipruimte te waarborgen.
(…)
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
Conclusies
Op basis van het uitgevoerde bouwkundig onderzoek aan de woning gelegen aan de [adres 1] te [plaats] ,
concluderen wij het volgende:
5.1.1
Verzakking en funderingsstabiliteit
• Er zijngeen concrete indicatorenwaargenomen die wijzen op verzakking van de woning van [eiser 1] .
• De geplaatste scheurwijdtemeter op de overgang met huisnummer [adres 3] toont weliswaar enige
verschuiving, maar er is geen aantoonbaar verband met mogelijke verzakking van de woning van [eiser 1]
(…)
• De geconstateerde scheuren in de woning zijn volgens [eiser 1] direct na de heiwerkzaamheden ontstaan en nadien niet toegenomen, wat duidt op een eenmalige impact zonder voortschrijdende verzakking.
5.1.2
Schade en oorzaak
• De scheuren in de uitbouw nabij de deur, met name bij de stalen kolom met ligger, zijn zeer waarschijnlijk
het gevolg van trillingen tijdens de heiwerkzaamheden met pulspalen op 1 juni 2024. Deze kunnen met
zekerheid niet als krimpscheuren worden geclassificeerd.
• Voor de overige scheurvormingen (keuken-plafondovergang, woonkamer plafond-wand, hal/gang,
keukenwand) kan geen definitieve oorzaak worden vastgesteld vanwege het ontbreken van een
bouwkundige vooropname voorafgaand aan de werkzaamheden.
5.1.3
Situatie naastgelegen woning
• De rigoureuze werkzaamheden aan [adres 2] (volledige nieuwe fundering, afgraving, pulspalen gevolgd door
boorpalen) vormen een significant risico voor schade aan aangrenzende panden.
• Het ontbreken van vooropnames door de eigenaar van [adres 2] bemoeilijkt de bewijsvoering bij
schademeldingen. [eiser 1] heeft voorafgaande aan de bouwwerkzaamheden hiervoor schriftelijk
gewaarschuwd.
5.2
Aanbevelingen
5.2.1
Hoogtemeting
Om een definitief en objectief beeld te krijgen van eventuele verzakking of niveauverschillen van de woning, bevelen wij aan om een professionele hoogtemeting uit te laten voeren door een erkend landmeetkundig bureau of bouwkundig adviesbureau (…)
5.2.2
Preventief onderhoud
  • Zorg ervoor dat het ventilatierooster in de kruipruimte (gat in fundering achterzijde zie punt 4.3) vrij blijft van obstakels om adequate ventilatie te waarborgen en vochtproblemen te voorkomen
  • Voorkom wateroverlast tussen de woningen

3.Het geschil en de standpunten van partijen

3.1.
[eiser 1] vordert, na wijziging van eis, dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat [gedaagde 1] onrechtmatig handelde/handelt jegens [eiser 1] door zijn zorgplicht te schenden en/of door zijn heiwerkzaamheden en/of door het creëren van een schadelijke toestand, zodat [gedaagde 1] aansprakelijk is voor schade die [eiser 1] daardoor lijdt;
II. [gedaagde 1] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag van € 9.420,08 + P.M. voor herstel van schade, specifiek voor herstel van de scheuren in de keukenmuur, vermeerderd met rente vanaf de dag van sommatie,
III. [gedaagde 1] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van schadevergoeding voor nog niet bekende schade door toedoen van de bouwwerkzaamheden door [gedaagde 1] , vermeerderd met de wettelijke rente, nader op te maken hij staat,
IV. voor recht verklaart - om verdere schade vast te stellen - dat een professionele hoogtemeting (door een erkend landmeetkundig bureau of bouwkundig adviesbureau) tot de zorgplicht van [gedaagde 1] wordt gerekend en/of [gedaagde 1] beveelt voor zijn rekening en risico een dergelijke meting uit te laten voeren, binnen tien dagen na dit vonnis,
V. [gedaagde 1] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag van € 1.149,50 en/of € 2.178,- (incl. btw) voor deskundigheidskosten, vermeerderd met rente vanaf de dag van sommatie,
VI. [gedaagde 1] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag ad € 1.000,00 voor verblijf elders als de scheuren in de muren worden hersteld, vermeerderd met rente vanaf de dag van sommatie,
VII. [gedaagde 1] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag ad € 765,09 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente vanaf de dag van sommatie,
VIII. [gedaagde 1] hoofdelijk verbiedt zonder instemming van [eiser 1] mandelige zaken en/of zaken rondom de erfgrens tussen de erven van [gedaagde 1] en [eiser 1] te vervangen of te wijzigen en/of zaken te vervangen of te wijzigen en/of bouwactiviteiten te verrichten die invloed hebben op de woning van [eiser 1] , op straffe van verbeurte van een dwangsom,
XI. [gedaagde 1] veroordeelt in de vergoeding van de kosten voor de gelegde conservatoire beslagen van € 697,15 en/of € 331,-,
XII. [gedaagde 1] veroordeelt in de kosten van deze procedure.
3.2.
[eiser 1] legt aan zijn vorderingen – samengevat – ten grondslag dat [gedaagde 1] onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. Hij betoogt dat [gedaagde 1] als aannemer niet heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam aannemer mag worden verwacht en dat hij bij zijn werkzaamheden niet de op hem als aannemer rustende zorgplicht in acht genomen heeft. [gedaagde 1] is volgens [eiser 1] als mede-eigenaar van het perceel en mede-opdrachtgever eveneens aansprakelijk voor het onzorgvuldig handelen van [gedaagde 1] en de door hem ingeschakelde aannemer, ook zij heeft volgens [eiser 1] niet de zorgplicht in acht genomen die van haar mag worden verwacht ten opzichte van omwonenden bij het laten uitvoeren van werkzaamheden aan haar perceel.
3.3.
[gedaagde 1] voert verweer. Hij betwist dat de gestelde schade het gevolg is van de uitgevoerde heiwerkzaamheden of van andere werkzaamheden die hij heeft uitgevoerd en hij betwist de inhoud van de door [eiser 1] overgelegde deskundigenrapporten. Hij wijst in dat verband op de conclusie van zijn eigen deskundige, [betrokkene 5], zoals daarvan blijkt uit de in zijn opdracht opgestelde processen-verbaal van constatering. Verder betwist [gedaagde 1] de hoogte van de gevorderde schade.

4.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
4.1.
[eiser 1] stelt dat [gedaagde 1] zijn zorgplicht heeft geschonden en daarom onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld:
1) door heiwerkzaamheden uit te (laten) voeren zonder geldige omgevingsvergunning, zonder voorafgaande nulmeting naar de staat van de woning van [eiser 1] , zonder te zorgen voor een geldige CAR-verzekering (waardoor eventuele schade niet verzekerd was) en door daarbij aanvankelijk met pulspalen te werken en niet direct te kiezen voor trillingsarme schroefboorpalen;
2) door een schadelijke toestand te creëren door ondergraving van de fundering van [gedaagde 1] en het niet opvangen van hemelwater tussen de panden van [eiser 1] en [gedaagde 1] ; en
3) doordat hij zich kennelijk vrij acht mandelige zaken zoals de hemelwaterafvoer en schutting ongevraagd te verwijderen.
[eiser 1] stelt verder dat hij door het onrechtmatig handelen van [gedaagde 1] schade heeft geleden en dreigt te lijden. Volgens [eiser 1] heeft het slaan van de eerste pulspaal dusdanig zware trillingen veroorzaakt dat hierdoor schade is ontstaan in de vorm van scheuren in verschillende muren. Verder vreest [eiser 1] dat zijn woning is gaan verzakken door de ondergraving van de fundering van [gedaagde 1] en het niet opvangen van hemelwater tussen de panden van [eiser 1] en [gedaagde 1] . Bij een opname op 12 februari 2025 in verband met de aanleg van glasvezelkabels heeft [bedrijf 7] geen scheuren in de voorgevel van de woning van [eiser 1] geconstateerd. Op 5 juni 2025 en 20 januari 2026 is echter wel scheurvorming geconstateerd. Dit duidt volgens [eiser 1] mogelijk op verzakking van zijn woning door de ondergraving van de fundering van het pand van [gedaagde 1] en het niet opvangen van hemelwater tussen [adres 1] en [adres 2].
4.2.
Volgens [gedaagde 1] hebben de verbouwingswerkzaamheden aan zijn woning geen schade veroorzaakt aan de woning van [eiser 1] ; er is volgens [gedaagde 1] geen sprake van causaal verband tussen de werkzaamheden aan [adres 2] en de door [eiser 1] opgevoerde schade. Hij betwist de inhoud van het rapport van [betrokkene 3] en wijst op de conclusie van [betrokkene 5], die heeft geconstateerd dat de fundering van de woning van [eiser 1] niet voldoende stevig is en dat het om oude scheuren gaat. Verder betwist [gedaagde 1] dat op hem de plicht zou hebben gerust om voor aanvang van de heiwerkzaamheden een nulmeting te laten uitvoeren aan de woning van [eiser 1] . Tot slot betwist [gedaagde 1] dat hij ongevraagd mandelige zaken heeft verwijderd; de schutting is volgens [gedaagde 1] niet mandelig en over de gezamenlijke hemelwaterafvoer hebben partijen overeenstemming bereikt.
Aansprakelijkheid [gedaagde 1] ?
4.3.
[gedaagde 1] houdt zich beroepsmatig via zijn eenmanszaak bezig met reparatie- en onderhoudswerkzaamheden. Hij heeft, behalve de heiwerkzaamheden in juni 2024, de renovatie- en bouwwerkzaamheden aan het pand [adres 2] zoveel mogelijk in eigen beheer uitgevoerd via zijn eenmanszaak. Daarbij is hij opgetreden als aannemer. In die hoedanigheid mocht van hem de nodige zorgvuldigheid worden verwacht om het ontstaan van schade aan eigendommen van derden te voorkomen. Ook bij het uitbesteden van de heiwerkzaamheden mocht van [gedaagde 1] , als aannemer, de nodige zorgvuldigheid worden verwacht. De mate van zorgvuldigheid die in een concreet geval kan worden gevergd, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zoals de aard en ingrijpendheid van de werkzaamheden, de voorzienbaarheid van schade, de te verwachten ernst van (de gevolgen van) de beschadiging, de mogelijkheid om onderzoek te verrichten, de praktische mogelijkheden en kosten om voorzorgsmaatregelen te treffen en de eventuele bijzondere kwetsbaarheid van het buurperceel.
Heiwerkzaamheden
4.4.
Naar het voorshands oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde 1] jegens [eiser 1] niet de vereiste zorgvuldigheid in acht genomen bij het laten uitvoeren van heiwerkzaamheden op 1 juni 2024. De rechtbank licht dit hierna toe.
4.5.
Niet in geschil is dat [gedaagde 1] op 1 juni 2024 heiwerkzaamheden heeft laten uitvoeren op zijn perceel zonder geldige omgevingsvergunning en dat hierbij pulspalen zijn gebruikt. Uit de overgelegde stukken blijkt bovendien dat [gedaagde 1] ervan op de hoogte was dat zijn omgevingsvergunning was ingetrokken en dat [betrokkene 1] hem namens de gemeente op 29 mei 2024, dus kort vóór 1 juni 2024, in een telefoongesprek er tot drie keer toe op heeft gewezen dat hij niet mocht gaan heien omdat de vergunning was ingetrokken. Verder heeft [gedaagde 1] , ondanks uitdrukkelijke verzoeken daartoe van [eiser 1] , geen nulmeting laten uitvoeren voorafgaand aan de werkzaamheden, hoewel de bodemgesteldheid ter plaatse in combinatie met de gehanteerde heimethode, daarvoor voldoende aanleiding gaf. In dit verband is relevant dat het hier om oude panden gaat in een straat waar het vrachtverkeer stapvoets moet rijden vanwege de trillingen die dit verkeer kan veroorzaken vanwege de bodemgesteldheid. Daar komt nog bij dat [gedaagde 1] op 1 juni 2024 zelf nog geen (CAR-) verzekering had afgesloten om zich in te dekken tegen eventuele schade die veroorzaakt kon worden door de werkzaamheden op zijn perceel. Weliswaar heeft [gedaagde 1] aangevoerd dat de heier wel verzekerd was onder een CAR-verzekering, maar hier kan [gedaagde 1] zich in de gegeven omstandigheden niet achter verschuilen. Hij heeft immers destijds geen informatie verschaft over de naam van het heibedrijf, zodat het voor [eiser 1] ook niet mogelijk was het heibedrijf aan te spreken. Inmiddels is het, naar zeggen van [gedaagde 1] , te laat om het heibedrijf aan te spreken omdat schademeldingen binnen drie maanden gedaan moesten worden. Tot slot heeft [gedaagde 1] bij het slaan van de eerste pulspaal zelf ook geconstateerd dat dit zeer zware trillingen tot gevolg had op panden in de omgeving, maar heeft hij er vervolgens toch niet voor gekozen de heiwerkzaamheden direct stil te leggen. Dit is uiteindelijk pas gebeurd op dringend verzoek van omwonenden. Dit alles in onderling verband en samenhang bezien maakt naar het voorshands voordeel van de rechtbank dat [gedaagde 1] bij het laten uitvoeren van de heiwerkzaamheden onzorgvuldig heeft gehandeld jegens [eiser 1] en dat hij voor eventuele schade die door de heiwerkzaamheden is ontstaan jegens [eiser 1] aansprakelijk is. Daarmee staat nog niet vast welke schade in causaal verband staat met de verrichte heiwerkzaamheden en hoe groot de schade is.
Schadelijke toestand creëren
4.6.
Voor de vraag of [gedaagde 1] onrechtmatig heeft gehandeld door een schadelijke toestand te creëren door ondergraving van de fundering van [adres 2] en het niet opvangen van hemelwater tussen de panden van [eiser 1] en [gedaagde 1] , heeft de rechtbank behoefte aan voorlichting door een deskundige over de voorzienbaarheid van schade, de te verwachten ernst van (de gevolgen van) de schade door de werkzaamheden, de mogelijkheid om onderzoek te verrichten, de praktische mogelijkheden en kosten om voorzorgsmaatregelen te treffen en de eventuele bijzondere kwetsbaarheid van het buurtperceel.
Aansprakelijkheid [gedaagde 1] ?
4.7.
Voor [gedaagde 1] ligt de situatie anders dan voor [gedaagde 1] ; zij is immers niet in hoedanigheid van aannemer opgetreden. Het betoog dat zij als (mede-) opdrachtgever (naar de rechtbank begrijpt: zonder meer) aansprakelijk is voor werkzaamheden van [gedaagde 1] en de door hem ingeschakelde aannemer gaat naar het voorshands oordeel van de rechtbank niet op. Kennelijk beroept [eiser 1] zich op kwalitatieve aansprakelijkheid uit hoofde van art. 6:171 BW Pro. De werkzaamheden zijn echter niet verricht in het kader van een bedrijf van [gedaagde 1] , zodat van aansprakelijkheid op grond van artikel 6:171 BW Pro geen sprake kan zijn. Ook rust op [gedaagde 1] geen risico aansprakelijkheid in haar hoedanigheid van mede-eigenaar van [adres 2] . Dit maakt echter niet dat geheel is uitgesloten dat [gedaagde 1] aansprakelijk is voor schade door de bouwwerkzaamheden. Onder bepaalde omstandigheden, indien aan bouwwerkzaamheden een aanmerkelijk risico verbonden is dat aan een ander pand schade wordt toegebracht en dit risico zich vervolgens heeft verwezenlijkt, kan immers niet zonder meer worden aanvaard dat de eigenaar van het beschadigde pand ( [eiser 1] ) de daardoor veroorzaakte schade moet dragen en kan sprake zijn van een onrechtmatige daad die verplicht tot vergoeding van de schade die daarvan het gevolg is. [1]
Geen onrechtmatigheid met betrekking tot mandelige zaken
4.8.
De rechtbank is voorshands van oordeel dat niet is gebleken van het zonder instemming van [eiser 1] vervangen of wijzigen van mandelige zaken door [gedaagde 1] . Het had in het licht van de gemotiveerde betwisting door [gedaagde 1] , die een grensreconstructie in het geding heeft gebracht, op de weg van [eiser 1] gelegen nader te onderbouwen dat de schutting mandelig is. Dit heeft [eiser 1] niet gedaan. Over de hemelwaterafvoer hebben partijen inmiddels afspraken gemaakt. Voor het overige heeft [eiser 1] zijn betoog op dit punt niet onderbouwd, zodat er naar het voorshands oordeel van de rechtbank geen aanleiding is voor het opleggen van een verbod op straffe van een dwangsom zoals gevorderd onder VIII.
Schade, causaal verband en stelplicht en bewijslast
4.9.
[gedaagde 1] betwist dat sprake is van causaal verband tussen door en in opdracht van hem uitgevoerde werkzaamheden en de door [eiser 1] opgevoerde schade.
4.10.
De door [eiser 1] opgevoerde schade bestaat uit scheuren in verschillende muren van zijn woning en mogelijke verzakking van zijn woning.
4.11.
De rechtbank stelt voorop dat de stelplicht en bewijslast voor het causaal verband en de schade in beginsel op [eiser 1] rusten. Doordat er geen nulmeting is uitgevoerd, is [eiser 1] evenwel in een nadelige bewijspositie komen te verkeren. Het is nu immers lastig om te bepalen of de scheuren al bestonden dan wel zijn veroorzaakt door het heien en/of andere bouwwerkzaamheden van [gedaagde 1] . Het had naar het voorshands oordeel van de rechtbank in ieder geval voor het heien op de weg van [gedaagde 1] gelegen een nulmeting te verrichten. Daarbij speelt mee dat [gedaagde 1] heeft gekozen voor een heimethode die niet trillingsvrij was, waarvoor geen vergunning was verleend, terwijl de panden van [eiser 1] en [gedaagde 1] vlakbij elkaar staan, het om oude panden gaat, de bodemgesteldheid aanleiding gaf voor een nulmeting en [eiser 1] expliciet om een nulmeting had verzocht. [gedaagde 1] heeft dit verzoek geheel onbeantwoord gelaten en stelt zich pas in deze procedure op het standpunt dat een nulmeting niet verplicht was. Door na te laten voorafgaand aan het heien een nulmeting te verrichten en op het verzoek van [eiser 1] te reageren heeft [gedaagde 1] zijn zorgplicht, die de strekking heeft bewijsproblemen te voorkomen, geschonden. De rechtbank zal met deze schending rekening houden bij de bewijslast. Dat houdt in dat de rechtbank – behoudens door [gedaagde 1] te leveren tegenbewijs – voorshands aannemelijk acht dat de uitgevoerde heiwerkzaamheden schade hebben veroorzaakt aan de woning van [eiser 1] . Voor wat betreft de andere werkzaamheden (het ondergraven van de fundering en het niet opvangen van hemelwater tussen de panden van [eiser 1] en [gedaagde 1] ) zal het mede van de uitkomst van het te gelasten deskundigenbericht afhangen wat de bewijsrechtelijke gevolgen zijn van het niet laten uitvoeren van een nulmeting.
Schade bestaande uit scheuren in de muren van de woning van [eiser 1]
4.12.
Op 9 juni 2024 heeft [eiser 1] scheurvorming geconstateerd in de keukenmuur.
Later heeft [eiser 1] daarnaast melding gemaakt, van:
• een scheur in de overgang tussen wand bij de keuken en het plafond
• scheuren tussen plafond en buitenmuur woonkamer
• een scheur bij de balk tussenwand met hal/gang
• een scheur bij de keukenwand bij verlaagd plafond.
4.13.
De rechtbank constateert dat beide partijen deskundigenrapporten in het geding hebben gebracht. [eiser 1] heeft rapporten overgelegd van [betrokkene 3] en [bedrijf 7], terwijl [gedaagde 1] twee processen-verbaal van constatering van de deurwaarder heeft overgelegd waarin de conclusies van [betrokkene 5] (onder meer over de staat van de fundering van [adres 1] ) zijn weergegeven. Deze rapporten en de processen-verbaal zijn met elkaar in tegenspraak.
Volgens [betrokkene 3] is de aanwezige scheurvorming veroorzaakt door zetting van de aangrenzende woning. [bedrijf 7] heeft over de scheuren in de keukenmuur geconcludeerd dat ze zeer waarschijnlijk het gevolg zijn van trillingen tijdens de heiwerkzaamheden op 1 juni 2024 en dat ze met zekerheid niet als krimpscheuren worden geclassificeerd.
Over de andere scheuren heeft [bedrijf 7] geconcludeerd dat geen definitieve oorzaak kan worden vastgesteld vanwege het ontbreken van een bouwkundige vooropname voorafgaand aan de werkzaamheden.
[betrokkene 5] heeft daarentegen geconcludeerd dat de scheuren oud zijn en al aanwezig waren vóór het heien.
Gelet op de over en weer ingeschakelde deskundigen, die elkaar tegenspreken, staat van de scheuren nog niet vast of er een causaal verband bestaat met de verrichte werkzaamheden op het perceel van [gedaagde 1] en hoe groot de schade is. De rechtbank overweegt daarom om een onderzoek door een deskundige in te laten stellen.
Mogelijke verzakking
4.14.
Partijen hebben afspraken gemaakt over het laten uitvoeren van hoogtemetingen door FUGRO, zoals voorgeschreven onder 5.2 van het rapport van [bedrijf 7], tot één jaar na beëindiging van de bouwwerkzaamheden. Hiermee vervalt, naar het voorlopig oordeel van de rechtbank, het belang van [eiser 1] bij zijn vordering onder IV. Gelet op de conclusie van [bedrijf 7] dat er (op 17 maart 2026) geen concrete indicatoren zijn waargenomen die wijzen op verzakking van de woning van [eiser 1] , is op dit moment nog niet vast te stellen of [eiser 1] door de heiwerkzaamheden of door andere bouwwerkzaamheden van [gedaagde 1] schade heeft geleden aan zijn woning in de vorm van verzakking. De rechtbank stelt voor de deskundige ook op dit punt vragen te stellen.
Deskundige
4.15.
De rechtbank geeft partijen in overweging om een onderzoek door één door de rechtbank te benoemen deskundige in te laten stellen, waarbij aan de deskundige vragen zullen worden gesteld over:
- de voorzienbaarheid van schade ten gevolge van ondergraving van de fundering van [adres 2] en het niet opvangen van hemelwater tussen de panden van [eiser 1] en [gedaagde 1] , de te verwachten ernst van deze eventuele schade en de praktische mogelijkheden en kosten om voorzorgsmaatregelen te treffen;
- de aannemelijkheid van schade aan de woning van [eiser 1] door ondergraving van de fundering van [adres 2] en het niet opvangen van hemelwater tussen de panden van [eiser 1] en [gedaagde 1] , en, ingeval van schade, de te verwachten omvang daarvan en de kosten van herstel daarvan
- de aannemelijkheid van schade aan de woning van [eiser 1] door de heiwerkzaamheden op 1 juni 2024, en, ingeval van schade, de omvang daarvan en de kosten van herstel daarvan.
Gelet op hetgeen de rechtbank heeft overwogen onder 4.11 zal de rechtbank bepalen dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door [gedaagde 1] moet worden betaald. In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet dragen.
4.16.
Voordat de rechtbank overgaat tot benoeming van een deskundige, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over:
- de wenselijkheid van het hiervoor in
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.voorgestelde deskundigenbericht;
- het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n)
- een bij voorkeur gezamenlijk voorstel voor (een) te benoemen deskundige(n) danwel een aantal namen van deskundigen waaruit de rechtbank kan kiezen;
- de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.
4.17.
De rechtbank is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van funderings- en trillingsschade en dat de volgende vragen moeten worden gesteld:
Was het, gelet op de wijze van ondergraving van de fundering van [adres 2] en het niet opvangen van hemelwater tussen de panden [adres 2] en [adres 1] , te verwachten dat hierdoor schade in de vorm van scheuren of verzakking zou ontstaan aan [adres 1] , mede gelet op de afstand tussen de panden, de leeftijd en bouwkundige staat van de panden en op de bodemgesteldheid ter plaatse?
Zo ja, kunt u een beschrijving geven van de ernst van de te verwachten schade en de praktische mogelijkheden en kosten om voorzorgsmaatregelen te treffen?
Hoe aannemelijk is het dat de ondergraving van de fundering van [adres 2] en het niet opvangen van hemelwater tussen de panden [adres 2] en [adres 1] daadwerkelijk schade hebben veroorzaakt aan de woning van [eiser 1] ( [adres 1] ), mede gelet op de afstand tot deze woning, de leeftijd en bouwkundige staat van de woning en op de bodemgesteldheid ter plaatse?
Indien aannemelijk is dat schade is ontstaan door de ondergraving van de fundering van [adres 2] en het niet opvangen van hemelwater tussen de panden [adres 2] en [adres 1] , kunt u dan een concrete beschrijving geven avn deze schade?
Hoeveel zou het kosten om de schade (waarvan aannemelijk is dat deze in causaal verband staat met de wijze van ondergraving van de fundering van [adres 2] en het niet opvangen van hemelwater tussen de panden [adres 2] en [adres 1] ) te herstellen?
Verwacht u in de toekomst dat zich nog (extra) schade zal voordoen aan de woning van [eiser 1] ( [adres 1] ) die in causaal verband staat met de wijze van ondergraving van de fundering van [adres 2] en het niet opvangen van hemelwater tussen de panden [adres 2] en [adres 1] ? Zo ja, kunt u dan een inschatting maken van de wijze en kosten van hertstel?
Hoe aannemelijk is het dat de op 1 juni 2024 uitgevoerde heiwerkzaamheden schade hebben veroorzaakt aan de woning van [eiser 1] ( [adres 1] ), mede gelet op de afstand tot deze woning, de leeftijd en bouwkundige staat van de woning en op de bodemgesteldheid ter plaatse?
Indien aannemelijk is dat schade is ontstaan door de trillingen door hei werkzaamheden, van welke geconstateerde schade is het dan aannemelijk dat deze in causaal verband staat met de trillingen?
Hoeveel zou het kosten om de schade (waarvan aannemelijk is dat deze in causaal verband staat met de trillingen) te herstellen?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechtbank volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
De rechtbank zal de deskundige vragen of:
• de deskundige vrijstaat tegenover partijen,
• of de deskundige beschikbaar is om binnen redelijke termijn het onderzoek te starten
• hoe lang de deskundige denkt nodig te hebben voor het onderzoek.
4.18.
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich bij akte kunnen uitlaten over hetgeen onder 4.16 is vermeld. Partijen moeten elkaar de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum toesturen, zodat zij in hun definitieve akte ook direct op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
4.19.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 12 augustus 2026 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht zoals omschreven in r.o.4.15 tot en met 4.17,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
1155

Voetnoten

1.Vgl. HR 12-01-2024, ECLI:NL:HR:2024:17.