ECLI:NL:RBNHO:2026:8700

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
C/15/369791
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:85 BWArt. 42 FaillissementswetArt. 118 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oproeping curator voor beoordeling vernietigd pandrecht en vorderingen in faillissement Sabrosan

In deze civiele procedure vorderen eisers betaling van aanzienlijke bedragen van gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2, gebaseerd op een rekening-courantschuld en geldleningen aan Sabrosan Holding B.V. (Sabrosan). Sabrosan is failliet verklaard, waarna de curator het pandrecht van eisers op de vorderingen van Sabrosan heeft vernietigd. Dit pandrecht was essentieel voor de positie van eisers als schuldeiser jegens gedaagden.

Gedaagde sub 2 betwist de hoogte van de schuld en stelt dat zij niet weet aan wie zij bevrijdend kan betalen, omdat zowel eisers als de curator betaling vorderen. De rechtbank erkent dat de vernietiging van het pandrecht door de curator van doorslaggevend belang is voor de beoordeling van de vorderingen.

Daarom gelast de rechtbank eisers om de curator op te roepen om zijn standpunt over de geldigheid van het pandrecht en de vorderingen tegen gedaagden kenbaar te maken. De curator krijgt de gelegenheid om een conclusie van antwoord in te dienen en eventueel zelf een vordering in te stellen. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar een rolzitting over zes weken.

Uitkomst: De rechtbank gelast eisers de curator op te roepen voor een zienswijze over het vernietigde pandrecht en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/369791 / HA ZA 25-618
Vonnis van 17 juni 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van

1.[eiseres sub 1] ,

gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudend te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer,
hierna te noemen: [eiseres sub 1] ,
2.
PUURT WAT ZUURT B.V.,
gevestigd en kantoorhoudend te Zuid-Scharwoude, gemeente Langedijk,
hierna te noemen: PWZ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in voorwaardelijke reconventie,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. B. Lem,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats,
hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,
gedaagde partij,
advocaat: mr. R.C. van Wieringhen Borski,
2.
[gedaagde sub 2],
wonend te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
advocaat: mr. E.P. van der Ree,
3.
SABROSAN HOLDING B.V.,
gevestigd te Alkmaar,
hierna te noemen: Sabrosan,
niet verschenen,
gedaagde partij.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 januari 2026, waarin de rechtbank een mondelinge behandeling voor de meervoudige kamer heeft bevolen;
- het proces-verbaal van de op 2 juni 2026 gehouden mondelinge behandeling en de daarin genoemde stukken.
1.2.
Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank bepaald dat zij in deze zaak vonnis zal wijzen.

2.De feiten

2.1.
In 2004 zijn [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] met elkaar in gemeenschap van goederen getrouwd.
2.2.
[gedaagde sub 1] is enig aandeelhouder en bestuurder van Sabrosan. Sabrosan is enig aandeelhouder van [de B.V.] (hierna: [de B.V.] ). Bestuurder van [de B.V.] is [gedaagde sub 1] . [gedaagde sub 1] oefende via [de B.V.] een advocatenpraktijk uit in Alkmaar.
2.3.
Tussen [gedaagde sub 1] en Sabrosan is op 30 juli 2018 een rekening-courantovereenkomst tot stand gekomen (hierna: de rekening-courantovereenkomst).
2.4.
[eisers] hadden gelden aan [de B.V.] uitgeleend. In juni 2025 heeft Sabrosan als leningnemer twee overeenkomsten met de titel “overeenkomst van geldlening” ondertekend: op 6 juni 2025 de overeenkomst met [eiseres sub 1] als leninggever en op 11 juni 2025 de overeenkomst met PWZ als leninggever. De gelden die Sabrosan van [eisers] heeft geleend, zijn (mede) gebruikt om de lening van [de B.V.] aan [eisers] af te lossen.
2.5.
Op 13 juni 2025 is bij de Belastingdienst een pandakte geregistreerd, waarin is vermeld dat Sabrosan al haar bestaande en toekomstige vorderingen op derden aan [eisers] verpandt.
2.6.
[gedaagde sub 1] heeft op 20 juni 2025 een echtscheidingsverzoek ingediend.
2.7.
Op 22 augustus 2025 hebben [eisers] aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in een brief meegedeeld dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] per 20 juni 2025 een rekening-courantschuld aan Sabrosan hadden van € 728.992,00 en dat Sabrosan deze vordering op [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op 13 juni 2025 aan [eisers] heeft verpand. [eisers] hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in deze brief gesommeerd om de rekening-courantschuld aan [eisers] te betalen.
2.8.
[eisers] hebben op 25 augustus 2025 ten laste van [gedaagde sub 2] onder de Rabobank conservatoir derdenbeslag laten leggen. Op 26 augustus 2025 hebben [eisers] ten laste van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] conservatoir beslag laten leggen op de echtelijke woning van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . Dit beslag is na levering van de woning komen te rusten op een deel van de koopprijs dat de notaris voor [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] onder zich is blijven houden.
2.9.
[de B.V.] is op 4 november 2025 failliet verklaard. Op 11 november 2025 is het faillissement van Sabrosan uitgesproken. Mr. M.R. van Zanten is in beide faillissementen tot curator aangesteld.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eisers] vorderen de volgende verklaringen voor recht:
I. een verklaring voor recht dat Sabrosan in hoofdsom € 627.000,00 aan [eisers] is verschuldigd, te vermeerderen met rente;
II. een verklaring voor recht dat [gedaagde sub 1] op 20 juni 2025 € 728.992,00 aan Sabrosan verschuldigd was en dat [gedaagde sub 2] voor deze schuld hoofdelijk aansprakelijk is.
Daarnaast vorderen [eisers] dat de rechtbank [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan [eisers] van een bedrag van € 728.992,00 (te vermeerderen met 2% contractuele rente vanaf 20 juni 2025) dan wel een bedrag van € 725.723,00 (te vermeerderen met 2% contractuele rente vanaf 30 juni 2025). Ten slotte vorderen [eisers] dat de rechtbank [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en Sabrosan hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten (waaronder de beslagkosten en te vermeerderen met wettelijke rente) en dat de rechtbank het vonnis, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad verklaart.
3.2.
[eisers] leggen aan hun vorderingen het volgende ten grondslag. [eisers] hebben in juni 2025 een geldlening aan Sabrosan versterkt en op 13 juni 2025 een stil pandrecht gevestigd op de vorderingen van Sabrosan. [gedaagde sub 1] heeft een rekening-courantschuld aan Sabrosan waarvoor ook [gedaagde sub 2] hoofdelijk aansprakelijk is. Sabrosan kan haar leningen bij [eisers] niet terugbetalen en verkeert in verzuim. [eisers] hebben mededeling gedaan van het pandrecht aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] en kunnen de rekening-courantschuld daarom uitwinnen.
3.3.
[gedaagde sub 1] voert geen inhoudelijk verweer. [gedaagde sub 1] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
3.4.
[gedaagde sub 2] voert wel inhoudelijk verweer. [gedaagde sub 2] betwist onder meer de hoogte van de rekening-courantschuld aan Sabrosan en van de vorderingen van [eisers] Verder voert [gedaagde sub 2] onder meer aan dat zij niet weet aan wie zij bevrijdend kan betalen. Naast [eisers] heeft namelijk ook de curator in het faillissement van Sabrosan haar gesommeerd tot betaling van de rekening-courantschuld. [gedaagde sub 2] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure.
in voorwaardelijke reconventie
3.5.
Als de rechtbank (een deel van) de vorderingen van [eisers] toewijst, dan vordert [gedaagde sub 2] opheffing van het beslag dat [eisers] ten laste van haar onder de Rabobank hebben gelegd. In dat geval vordert [gedaagde sub 2] ook dat de rechtbank [eisers] in de proceskosten veroordeelt en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart.
3.6.
[eisers] voeren verweer en concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde sub 2] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde sub 2] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde sub 2] in de kosten van deze procedure.

4.De beoordeling

4.1.
Na het aanhangig maken van deze procedure, is Sabrosan failliet verklaard. Daarop is de procedure tussen [eisers] en Sabrosan geschorst.
4.2.
[gedaagde sub 2] heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 2 juni 2026 productie 30 overgelegd. Productie 30 is een e-mail van de curator in het faillissement van Sabrosan van 22 mei 2026 aan (de advocaat van) [gedaagde sub 2] . De curator heeft [gedaagde sub 2] in deze e-mail gesommeerd om € 725.723,00 aan de boedel te betalen. Dit bedrag is volgens de curator de rekening-courantschuld van [gedaagde sub 1] aan Sabrosan, waarvoor [gedaagde sub 2] in de visie van de curator op grond van artikel 1:85 van Pro het Burgerlijk Wetboek hoofdelijk aansprakelijk is. Daarnaast heeft de curator [gedaagde sub 2] in zijn e-mail van
22 mei 2026 laten weten dat hij het pandrecht van [eisers] op vorderingen van Sabrosan op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro heeft vernietigd (zodat [gedaagde sub 2] de rekening-courantschuld volgens de curator slechts bevrijdend aan de boedel van Sabrosan kan betalen).
4.3.
De rechtbank is het met [gedaagde sub 2] eens dat de vernietiging van het pandrecht door de curator van belang is voor de beoordeling van de geldvordering die [eisers] tegen [gedaagde sub 2] (en [gedaagde sub 1] ) hebben ingesteld. Immers, door de vernietiging van het pandrecht, kunnen [eisers] niet als schuldeiser van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden beschouwd. Indien het pandrecht wel geldig blijkt te zijn (zoals [eisers] en [gedaagde sub 1] stellen), zijn [eisers] wel schuldeiser van [gedaagde sub 1] en, in beginsel, [gedaagde sub 2] . De rechtbank vindt het daarom zinvol en noodzakelijk dat de curator wordt opgeroepen om zijn zienswijze op (de geldigheid van) het pandrecht en daarmee op de vorderingen tegen [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] te geven. Partijen hebben op de mondelinge behandeling desgevraagd laten weten tegen oproeping van de curator geen bezwaar te hebben.
4.4.
De rechtbank zal [eisers] gelasten om de curator in het faillissement van Sabrosan overeenkomstig artikel 118 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op te roepen tegen de rolzitting van deze rechtbank van over zes weken. Bij deze oproeping dienen [eisers] alle processtukken aan de curator te laten meebetekenen. Als de curator in de procedure verschijnt, zal hij in de gelegenheid worden gesteld om een conclusie van antwoord te nemen waarin hij zijn standpunt kenbaar kan maken. De curator kan dan desgewenst ook zelf een vordering instellen.
4.5.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
gelast [eisers] om de curator in het faillissement van Sabrosan overeenkomstig artikel 118 Rv Pro in het geding tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op te roepen tegen de rolzitting van
29 juli 2026,
5.2.
bepaalt dat bij deze oproeping afschriften van de tot dusverre ingediende processtukken alsmede een kopie van het tussenvonnis van 14 januari 2026 en van dit vonnis aan de curator in het faillissement van Sabrosan dienen te worden meebetekend,
5.3.
verwijst de zaak naar de rol van
29 juli 2026voor het overleggen door [eisers] van een kopie van de oproeping,
5.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf (voorzitter), mr. B. de Metz en mr. J. Tromp, rechters, bijgestaan door mr. N.M. Bindhammer, griffier, en in het openbaar bij vervroeging uitgesproken op 17 juni 2026.