ECLI:NL:RBNHO:2026:8708

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
15/035132-25
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 141 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijke geweldpleging tegen ME voorafgaand aan voetbalwedstrijd AZ-Legia Warschau

Op 5 oktober 2023 pleegde de verdachte, als onderdeel van een groep Legia Warschau-aanhangers, openlijk geweld tegen leden van de Mobiele Eenheid (ME) in het AFAS-stadion te Alkmaar voorafgaand aan de voetbalwedstrijd AZ Alkmaar – Legia Warschau. De verdachte leverde een significante bijdrage aan het geweld door schoppende en slaande bewegingen te maken en een initiërende rol te vervullen.

De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte in vereniging geweld heeft gepleegd tegen politieagenten, waarbij onder meer schoppen, slaan, duwen en het trekken aan haren plaatsvonden. De verdediging voerde aan dat niet alle geweldshandelingen aan de verdachte bewezen konden worden, maar dit werd verworpen. De strafbaarheid van de verdachte werd bevestigd.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 240 dagen op, waarvan 211 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de ernst van het feit en persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarnaast werden de vorderingen van de benadeelde ME-leden tot schadevergoeding toegewezen, waarbij immateriële schade werd erkend en vergoed, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank verwierp bezwaren tegen de ontvankelijkheid van de vorderingen ondanks anonimiteit van benadeelden.

De uitspraak werd gewezen door de rechtbank Noord-Holland, meervoudige strafkamer te Haarlem op 9 juli 2026.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 240 dagen gevangenisstraf, waarvan 211 dagen voorwaardelijk, en toegewezen schadevergoedingen aan benadeelde ME-leden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/035132-25 (P)
Uitspraakdatum: 9 juli 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 juni 2026 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, laatst opgegeven woon- of verblijfplaats [huidige adres]
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. S.P. Visser en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. B.C.M. Sprenger, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 5 oktober 2023 in de gemeente Alkmaar openlijk, te weten, in het AFAS-stadion (gelegen aan de Stadionweg 1) kort voor de voetbalwedstrijd AZ Alkmaar – Legia Warschau, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten tegen een of meer aldaar aanwezige politieagenten door
- in gesloten formatie en/of gekleed in donkere kleding en/of met capuchon(s) en/of bivakmuts(en) en/of masker(s) en/of met sjaals bedekte hoofden en/of gezichten (met versnelde pas) (dreigend) te lopen in de richting van die politieagenten met het kennelijke doel om de confrontatie aan te gaan en/of
- ( met kracht) (al dan niet met een voorwerp) te slaan/stompen tegen, althans naar het hoofd en/of het lichaam en/of de ledematen van één of meer voornoemde politiemensen en/of
- ( met kracht) te schoppen/trappen tegen, althans naar het hoofd en/of het lichaam en/of de ledematen van één of meer voornoemde politieagenten en/of
- ( met kracht) aan de haren getrokken van een politieagent en/of
- ( met kracht) te duwen tegen één of meer voornoemde politieagenten en/of
- een dreigende en/of uitdagende houding aan te nemen en/of
- ( met kracht) meermalen te schoppen/trappen tegen, althans naar het lichaam en/of de ledematen van één of meer voornoemde politieagenten en/of
- ( met kracht) meermalen te schoppen/trappen en/of te slaan tegen, althans naar het hoofd en/of het lichaam en/of de ledematen van één of meer voornoemde politieagenten (die op dat moment in een kwetsbare positie verkeerde(n) en/of op dr grond lag(en).

2.Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
3.2
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen bewezenverklaring van openlijke geweldpleging, zij het dat naar de mening van de raadsman de meeste van de in de tenlastelegging genoemde geweldshandelingen niet ten laste van de verdachte bewezen verklaard kunnen worden. De verdachte is alleen op een politieagent afgelopen en heeft slaande en schoppende bewegingen gemaakt in diens richting. Vanaf het moment dat hij bij het hek stond heeft hij niets meer gedaan en stond hij in de verdrukking, aldus de raadsman.
3.3
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat en de volgende bewijsmotivering.
3.3.2
Bewijsmotivering
Op basis van het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken, stelt de rechtbank de volgende feiten vast.
Op 5 oktober 2023 speelde AZ een voetbalwedstrijd tegen Legia Warschau. Voorafgaand aan deze wedstrijd hebben meerdere personen geweld gebruikt tegen leden van de Mobiele Eenheid (hierna: ME-leden). Van deze ongeregeldheden zijn beelden gemaakt. Op deze beelden hebben verbalisanten vastgesteld dat een nog onbekend persoon, genaamd LWNN06 deel uitmaakt van de groep die geweld heeft gebruikt tegen de ME-leden.
Nader onderzoek naar de identiteit van LWNN06 wees uit dat op momenten waarop LWNN06 drinken kocht, werd betaald met een pinpas die op naam van de verdachte staat. Aan deze pinpas is het telefoonnummer [...] gekoppeld. Uit historische verkeersgegevens blijkt dat dit nummer op 5 oktober 2023 tussen 19:00 en 19:30 uur in de directe omgeving van het AZ-stadion in Alkmaar heeft uitgestraald.
Verder is op de beelden te zien dat LWNN06 een sticker plakt op het linkerluik van een buitenhorecagelegenheid. Deze sticker is veiliggesteld met DNA-sporen, waaronder spoornummer AAPX8392NL. Het Nederlands Forensisch Instituut heeft een rapport ontvangen dat dit DNA-spoor overeenkomt met het DNA-profiel van de verdachte.
Tot slot ontving AZ van voetbalvereniging Legia Warschau een algemene supporterslijst voor de wedstrijd AZ-Legia Warschau op 5 oktober 2023, waarop ook de naam van de verdachte voorkomt.
De rechtbank stelt op basis van deze feiten vast dat verdachte de tot dan toe onbekende LWNN06 is.
Vlak voor de wedstrijd meldt een grote groep Legia Warschau aanhangers (hierna ook: de aanhangers ich bij het AZ-stadion in Alkmaar om de wedstrijd bij te wonen. De ME-leden assisteren bij het fouilleren en toelaten van de aanhangers in een zogenoemde corridor/tussenruimte in het stadion. Hierbij worden de ME-leden al snel geconfronteerd met Legia Warschau aanhangers die zich tegen hen keren en geweld tegen hen gebruiken. De ME-leden zien zich genoodzaakt om zich terug te trekken door een zijdeur/toegangsdeur. Om de controle over de aanhangers en daarmee de orde te herstellen, betreden de ME-leden opnieuw de corridor/tussenruimte waar de aanhangers zich bevinden en voeren een charge uit. De aanhangers , die getalsmatig sterk in de meerderheid zijn, keren zich opnieuw massaal tegen de ME-leden. De aanhangers, op dat moment een groep van meer dan honderd personen, drijven de circa twintig ME-leden in het nauw, pakken wapenstokken, helmen en andere middelen van hen af en schoppen en slaan de ME-leden tegen hun lichaam en hoofd, ook met voorwerpen. Pas door de inzet van traangas wordt het geweld uiteindelijk beëindigd en kunnen de ME-leden zich onttrekken aan de aanhangers.
De rechtbank heeft hierboven vastgesteld dat de verdachte één van de aanhangers is geweest die geweld heeft gebruikt tegen de ME-leden.
Het is vaste rechtspraak dat van in vereniging plegen van openlijk geweld sprake is indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Deze bijdrage hoeft zelf niet van gewelddadige aard te zijn. Anders dan de raadsman kennelijk meent, is voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde geweldshandelingen niet vereist dat de verdachte aan al die afzonderlijke geweldshandelingen een wezenlijke bijdrage heeft geleverd. Beoordeeld moet worden of de door de verdachte geleverde bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.
De rechtbank stelt vast dat de groep Legia Warschau aanhangers, waarvan de verdachte onderdeel was, geweld heeft gebruikt tegen de ME-leden. De verdachte heeft schoppende en slaande bewegingen gemaakt richting de ME-leden. De verdachte, die steeds vooraan stond, heeft bovendien een initiërende rol gehad op het moment dat de aanhangers de aanval tegen de ME-leden inzetten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte daarmee een significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan het geweld, zodat hij dat geweld in vereniging heeft gepleegd. Dat de verdachte niet alle ten laste gelegde handelingen zelf heeft verricht doet daaraan niet af.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging.
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
hij op 5 oktober 2023 in de gemeente Alkmaar openlijk, te weten, in het AFAS-stadion gelegen aan de Stadionweg 1 kort voor de voetbalwedstrijd AZ Alkmaar – Legia Warschau, op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere aldaar aanwezige politieagenten door
- ( al dan niet met een voorwerp) te slaan tegen, althans naar het hoofd en/of het lichaam en/of de ledematen van één of meer politiemensen en
- te schoppen tegen, althans naar het hoofd en/of het lichaam en/of de ledematen van één of meer politieagenten en
- aan de haren te trekken van een politieagent en
- te duwen tegen één of meer politieagenten en
- een dreigende en/of uitdagende houding aan te nemen en
- meermalen te schoppen/trappen naar het lichaam van één of meerdere politieagenten en
- meermalen te slaan tegen het lichaam van één of meerdere politieagenten
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5.Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6.Motivering van de sanctie

6.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en aftrek van het voorarrest.
6.2
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De raadsman heeft in de eerste plaats benadrukt dat de verdachte geen deel uitmaakt van de gewelddadige ‘harde kern’ van Legia Warschau-fans en geen relevante documentatie heeft.
De verdachte is in het Verenigd Koninkrijk meer dan een jaar geschorst geweest met een enkelband, welke beperkingen vergaande gevolgen hebben gehad voor hem. Daarnaast heeft hij een partner en een huurwoning en werkt hij in de bouw. Een detentiestraf zou betekenen dat hij zijn baan en woning dreigt te verliezen. De verdachte is naar Nederland gekomen om verantwoording af te leggen en is bereid hier een taakstraf uit te voeren.
6.3
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit
Op 5 oktober 2023 heeft de verdachte zich, voorafgaand aan de voetbalwedstrijd tussen AZ en Legia Warschau in het AFAS Stadion, als onderdeel van een grote groep Legia Warschau-aanhangers schuldig gemaakt aan buitensporig geweld tegen ME-leden. Tijdens de fouillering en toelating van aanhangers keerde deze groep zich tegen de aanwezige ME-leden. De ME’ers waren sterk in de minderheid en werden in het nauw gedreven. Zij werden geschopt en geslagen, sommigen van hen terwijl ze op de grond lagen. Bij meerdere ME-leden werden helmen, schilden en wapenstokken afgepakt en tegen hen gebruikt. De situatie was zo bedreigend dat enkele ME-leden hebben overwogen hun vuurwapen gericht in te zetten ter bescherming van zichzelf en hun collega’s. Uit aangiften en verzoeken tot schadevergoeding blijkt dat diverse ME-leden lichamelijk letsel hebben opgelopen en dat velen hebben gevreesd voor hun leven. Een aantal onder hen ondervindt nog steeds lichamelijke en psychische gevolgen van het geweld.
De verdachte speelde een initiërende rol bij het geweld. Hij bevond zich vooraan toen de aanhangers de confrontatie met de ME-leden aangingen, trok samen met anderen op richting de ME en moedigde daarmee ook anderen aan zich bij het geweld aan te sluiten. Door bij te dragen aan het gepleegde geweld heeft hij een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de betrokken ME-leden. Door zijn handelen, samen met dat van zijn mededaders, kwamen de ME-leden terecht in een uiterst gevaarlijke en beangstigende situatie.
Daarbij komt dat dit voetbal gerelateerd geweld dat door een groep wordt gepleegd de massale inzet van beveiligers en politie tijdens voetbalwedstrijden nodig maakt, waarvan de kosten voor rekening komen van de club en de maatschappij. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat feiten als deze, die zich in het openbaar afspelen, leiden tot gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 11 mei 2026 van de verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Uit een uittreksel uit het European Criminal Records Information System d.d. 7 februari 2024, blijkt dat de verdachte in het Verenigd Koninkrijk eerder, in 2015, is veroordeeld voor strafbare feiten in verband met de openbare orde of verstoring van de openbare rust.
De op te leggen straf
Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat, gezien de aard en ernst van het gepleegde feit en het excessieve geweld dat is gebruikt, niet kan worden volstaan met enkel een taakstraf. De rechtbank weegt in strafmatigende zin mee dat de verdachte ruim een jaar in het Verenigd Koninkrijk is geschorst met een enkelband. De enkelband is een vrijheidsbeperkende maatregel en heeft grote impact gehad op het leven van de verdachte, mede doordat hij hierdoor zijn familie in Polen, waaronder zijn zieke moeder, niet kon bezoeken.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, aan de verdachte moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte van 211 dagen vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

7.1
Ontvankelijkheid van de vorderingen onder nummer
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelden partijen kunnen worden ontvangen in hun vorderingen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren vanwege hun anonimiteit. Op grond van artikel 361, derde lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv), en in het licht van artikel 6, eerste lid, EVRM, is de strafrechter verplicht een vordering niet-ontvankelijk te verklaren indien niet is verzekerd dat beide partijen voldoende gelegenheid hebben gehad hun standpunten te staven en daarvan bewijs te leveren. De raadsman stelt dat door de anonimiteit onduidelijk blijft wie de benadeelden zijn, wat hun precieze rol bij het geweld was en of zij op de beelden voorkomen, waardoor de verdachte zich onvoldoende kan verdedigen tegen deze anonieme vorderingen. Bovendien verwees de raadsman naar een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 19 december 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:6966), waarin is geoordeeld dat voor ontvankelijkheid van een benadeelde partij vereist is dat deze haar volledige naam en geboortedatum kenbaar maakt.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank volgt het standpunt van de raadsman niet. De raadsman heeft slechts in algemene zin aangevoerd dat de anonimiteit van een benadeelde partij tot strafprocesrechtelijke ‘knelpunten’ kan leiden, maar heeft niet aangevoerd dat één of meer van die knelpunten zich in dit geval voordoen. Bovendien staat de anonimiteit van de benadeelde partijen in dit geval niet in de weg aan hun ontvankelijkheid. De rechtbank betrekt daarbij in het bijzonder dat de benadeelde partijen/ aangevers onderscheiden kunnen worden aan de hand van een persoonlijk nummer en dat zij worden vertegenwoordigd door een advocaat.
7.2
Groepsaansprakelijkheid
Standpunt van de verdediging
De raadsman verzoekt subsidiair de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren. Hoewel de verdachten samen een groep vormen omdat zij allen geweld hebben gepleegd, betwist de raadsman dat alle gedragingen van de groep aan ieder lid kunnen worden toegerekend. Door de chaotische situatie en uiteenlopende handelingen op verschillende plekken kan niet worden gesteld dat het gedrag van de ene supporter aan een ander kan worden toegerekend wanneer die zelfstandig handelt. De vraag over de reikwijdte van de toerekening is civielrechtelijk zeer complex en het strafproces is daarvoor niet bedoeld.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt.
De regeling van artikel 6:166 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW) voorziet in een individuele aansprakelijkheid van tot een groep behorende personen (deelnemers) voor onrechtmatig vanuit de groep toegebrachte schade. De mate van betrokkenheid van de afzonderlijke deelnemers bij het onrechtmatig handelen is niet van belang. Deze individuele aansprakelijkheid vindt haar rechtvaardiging in een ieders bijdrage aan het in het leven roepen van de kans dat zodanige schade zou ontstaan. Zij vindt haar begrenzing in de eis dat de kans op het aldus toebrengen van schade hen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband (HR 2 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2914, r.o. 3.4.2).
Gelet daarop en op de deelname en de bijdrage van de verdachte aan de groep geweldplegende aanhangers, maakt dat in het onderhavige geval sprake is van groepsaansprakelijkheid.
7.3
Aantasting in de persoon op andere wijze
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ter terechtzitting meer subsidiair bepleit dat de benadeelde partijen met de nummers 11990037, 11990039, 11990041, 11990042, 11990043, 11990045, 11990046, 11990047, 11990049, 11990050, 11990051, 11990053 en 11990054 niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, omdat deze onvoldoende zijn onderbouwd. Deze vorderingen zijn niet onderbouwd met letselverklaringen of foto’s van het letsel. In deze gevallen acht de verdediging het te ver gaan om voor die benadeelde partijen een aantasting in de persoon op andere wijze te veronderstellen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat gelet op artikel 6:106 BW Pro het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen onder meer ontstaat indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van dit laatste geval kan sprake zijn als de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit volgt dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat sprake is van de in artikel 6:106 lid Pro 1, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen (HR 15 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1465). Van dit laatste is naar het oordeel van de rechtbank sprake.
De benadeelde partijen hebben (onbetwist) aangevoerd dat zij allen deel uitmaakten van de groep ME-leden tegen wie op 5 oktober 2023 in het stadion fors geweld is gebruikt. Uit het dossier blijkt dat dat geweld buitensporig is geweest. ME-leden zijn in elkaar geschopt en geslagen door een menigte die veel groter was dan de groep ME-leden. De ME-leden zijn in het nauw gedreven en werden ermee geconfronteerd dat de middelen die hen bescherming zouden moeten bieden, werden afgepakt en werden gebruikt in het geweld tegen hen. Zij geven allen aan de situatie als zeer bedreigend en beangstigend te hebben ervaren en meerdere ME-leden hebben naar hun zeggen gevreesd voor hun leven.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben de benadeelde partijen voldoende concreet onderbouwd dat zij, gelet op de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor hen, als gevolg van het handelen van de verdachte zijn aangetast in hun persoon ‘op andere wijze’ en schade hebben geleden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de gestelde immateriële schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde en voor vergoeding in aanmerking komt. Het verweer wordt verworpen.
7.4
Overige standpunten
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle vorderingen volledig kunnen worden toegewezen. Hij heeft daarnaast gevraagd om de toe te wijzen bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en te bepalen dat de verdachte voor de toegewezen bedragen hoofdelijk aansprakelijk kan worden gesteld.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft meer subsidiair het volgende aangevoerd over de verschillende vorderingen.
De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij 119938 niet-ontvankelijk te verklaren omdat het rechtstreeks verband tussen de gestelde schade en het bewezen verklaarde feit niet vaststaat. Het feit dateert van 5 oktober 2023 en de benadeelde partij heeft op 4 april 2024 de huisarts bezocht.
Ten aanzien van de benadeelde partijen 11990048 en 11990055 is de verdediging van mening dat het letsel (rode plekken) valt binnen de grenzen van hetgeen de dagelijkse uitoefening van het werk als ME'er met zich meebrengt.
De vordering van de benadeelde partij 11990041 acht de raadsman voldoende onderbouwd en het gevorderde bedrag acht hij redelijk.
De raadsman heeft tot slot verzocht de vordering van de benadeelde partij 11990035 te matigen tot een bedrag van € 400,-, de vordering van de benadeelde partij 11990040 tot een bedrag van € 1.500,- en de vordering van de benadeelde partij 11990056 tot een bedrag van € 1.000,-.
De rechtbank bespreekt deze verweren bij de betreffende vorderingen.
7.5
Oordeel van de rechtbank
De vordering van de benadeelde partij 11990035
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 750,00 wegens immateriële schade als gevolg van lichamelijk letsel en aantasting in de persoon op andere wijze.
De raadsman heeft ter terechtzitting bepleit dat de vordering dient te worden gematigd.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank komt, gelet op het letsel van de benadeelde partij, een schadevergoeding van € 750,00 billijk voor. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990037
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990038
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 400,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Wat de rechtbank hiervoor onder 7.3 heeft overwogen geldt ook voor de vordering van de benadeelde partij 11990038. Ook deze benadeelde partij is door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte op andere wijze in zijn persoon aangetast als bedoeld in artikel 6:106 lid Pro 1, aanhef en onder b, BW. Dat de benadeelde partij pas enkele maanden na het incident naar de huisarts is gegaan, doet aan het bestaan van een voldoende rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde feit niet af. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990039
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2025.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990040
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 2.149,97, bestaande uit € 2.000,00 aan immateriële schade als gevolg van lichamelijk letsel en aantasting in de persoon op andere wijze en € 149,97 aan materiële schade als gevolg van een doorlopend sportabonnement waar de benadeelde partij vanwege lichamelijk letsel geen gebruik meer van kon maken
De raadsman heeft verzocht de vergoeding voor immateriële schade van de benadeelde partij 11990040 te matigen tot een bedrag van € 1.500,-. De kosten van een sportabonnement waar de benadeelde partij geen gebruik van heeft kunnen maken, staan in een te ver verwijderd verband tot het bewezen verklaarde feit. Deze post moet daarom moet volgens de raadsman worden afgewezen.
De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade bestaande uit de kosten voor het sportabonnement niet kunnen worden toegewezen, omdat het causaal verband tussen deze kosten en het door de verdachte begane feit onvoldoende is onderbouwd. Daarom zal de gevraagde materiële post worden afgewezen.
Ten aanzien van de immateriële schade is uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Uit een namens de benadeelde partij overgelegd stuk van 11 februari 2025 blijkt dat naar aanleiding van een op 31 januari 2025 uitgevoerd psychologisch onderzoek bij de benadeelde partij een ongespecificeerde trauma- of stressor-gerelateerde stoornis is vastgesteld. Gelet daarop en op het lichamelijk letsel van de benadeelde partij acht de rechtbank een schadevergoeding van € 2.000,00 billijk. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990041
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990042
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990043
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990045
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990046
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990047
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990048
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 400,00 wegens immateriële schade als gevolg van lichamelijk letsel en aantasting in de persoon op andere wijze.
Voor toewijzing van de gevorderde immateriële schade als gevolg van het strafbare feit waarbij lichamelijk letsel is toegebracht bestaat de hiervoor genoemde wettelijke grondslag (artikel 6:106 onder Pro b BW). Voor het antwoord op de vraag welk bedrag billijk is als vergoeding van de geleden immateriële schade heeft de rechtbank telkens gekeken naar de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partijen. Ook heeft zij gekeken naar de bedragen aan immateriële schadevergoeding die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen doorgaans toekennen. Tegen de achtergrond van dit kader oordeelt de rechtbank als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, mede als gevolg van lichamelijk letsel. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990049
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990050
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990051
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990053
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990054
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 350,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990055
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 400,00 wegens immateriële schade als gevolg van lichamelijk letsel en aantasting in de persoon op andere wijze.
Voor toewijzing van de gevorderde immateriële schade als gevolg van het strafbare feit waarbij lichamelijk letsel is toegebracht bestaat de hiervoor genoemde wettelijke grondslag (artikel 6:106 onder Pro b BW). Voor het antwoord op de vraag welk bedrag billijk is als vergoeding van de geleden immateriële schade heeft de rechtbank telkens gekeken naar de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partijen. Ook heeft zij gekeken naar de bedragen aan immateriële schadevergoeding die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen doorgaans toekennen. Tegen de achtergrond van dit kader oordeelt de rechtbank als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, mede als gevolg van lichamelijk letsel. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
De vordering van de benadeelde partij 11990056
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 1.700,00 wegens immateriële schade als gevolg van lichamelijk letsel en aantasting in de persoon op andere wijze.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank komt, gelet op het letsel van de benadeelde partij, een schadevergoeding van € 1.700,00 billijk voor. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2023.
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 141 van het Wetboek van Strafrecht.

10.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 211 (tweehonderdelf) dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij 11990035
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990035 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 135,00 (honderdvijfendertig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990035, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 15 (vijftien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990037
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990037 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990037, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990038
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990038 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 400,00 (vierhonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990038, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 400,00 (vierhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 8 (acht) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990039
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990039 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990039, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990040
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990040 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van immateriële schade,waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 204,00 (tweehonderdvier euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990040, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.000,00 (tweeduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 30 (dertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990041
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990041 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990041, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990042
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990042 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990042, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990043
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990043 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990043, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990045
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990045 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990045, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990046
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990046 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990046, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990047
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990047 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990047, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990048
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990048 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 400,00 (vierhonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990048, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 400,00 (vierhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 8 (acht) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990049
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990049 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990049, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990050
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990050 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990050, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990051
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990051 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990051, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990053
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990053 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990053, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990054
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990054 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 350,00 (driehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990054, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 350,00 (driehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990055
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990055 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 400,00 (vierhonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 82,00 (tweeëntachtig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990055, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 400,00 (vierhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 8 (acht) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Vordering van de benadeelde partij 11990056
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij 11990056 ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 1.700,00 (duizend zevenhonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 135,00 (honderdvijfendertig euro).
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer met het nummer 11990056, ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.700,00 (duizend zevenhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 27 (zevenentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 5 oktober 2023.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.S. Schoorl, voorzitter,
mr. I.A. Groenendijk en mr. H.P.H.I. Cleerdin, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffiers mr. R.M. Beekhuizen en mr. T.A.F. Pomper,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 juli 2026.
mr. Cleerdin is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.