ECLI:NL:RBNHO:2026:8776

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
15/087712-26
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36b SrArt. 36c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit van cocaïne, MDMA, 2-MMC en traangas met deels voorwaardelijke gevangenisstraf

De rechtbank Noord-Holland heeft op 9 juli 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die op of omstreeks 21 maart 2026 te Haarlem opzettelijk in bezit was van aanzienlijke hoeveelheden cocaïne (344,46 gram), MDMA (66,46 gram), 2-MMC (100,87 gram) en een traangasbusje, een wapen in de zin van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank verklaarde de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, mede op basis van een bekennende verdachte en de bewijsmiddelen in de bijlage. De feiten kwalificeerden als strafbare feiten onder de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. De verdachte werd strafbaar verklaard.

Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de hoeveelheid harddrugs die duidt op handel en verspreiding, en het gevaar van het bezit van traangas. Ook werd meegewogen dat de verdachte eerder een strafbeschikking had wegens soortgelijke feiten en dat de reclassering een laag-gemiddeld recidiverisico inschatte.

De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 90 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast werden bepaalde in beslag genomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer en andere teruggegeven aan de verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 90 dagen gevangenisstraf, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/087712-26 (P)
Uitspraakdatum: 9 juli 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 juni 2026 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[huidige adres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. A.M.H.G. Peters en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. D.R. Kops, advocaat te Breukelen en waarnemend voor mr. C.C. Polat, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1
hij, op of omstreeks 21 maart 2026 te Haarlem opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 344,46 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en/of ongeveer 66,46 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Feit 2
hij, op of omstreeks 21 maart 2026, te Haarlem opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 100,87 gram 2-MMC, in elk geval een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan;
Feit 3
hij. op of omstreeks 21 maart 2026 te Haarlem een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een traangas-spuitbusje, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.

2.Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.
3.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich met betrekking tot de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.
De rechtbank heeft vastgesteld dat ten aanzien van de bewezen verklaarde feiten sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Gelet daarop zal voor deze feiten worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen opgenomen in de bijlage van dit vonnis op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen.
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
Feit 1
hij omstreeks 21 maart 2026 te Haarlem opzettelijk aanwezig heeft gehad 344,46 gramvan een materiaal bevattende cocaïne en
66,46 gram van een materiaal bevattende MDMA;
Feit 2
hij omstreeks 21 maart 2026 te Haarlem opzettelijk aanwezig heeft gehad 100,87 gram 2-MMC;
Feit 3
hij omstreeks 21 maart 2026 te Haarlem een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een traangas-spuitbusje, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod,
feit 2
opzettelijk handelen in strijd met het onder artikel 2a, eerste lid, onder C van de Opiumwet gegeven verbod,
feit 3
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5.Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6.Motivering van de sanctie

6.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van het voorarrest.
6.2
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair verzocht om een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het reeds uitgezeten voorarrest en subsidiair om een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen op te leggen waarvan 30 dagen voorwaardelijk en met aftrek van het voorarrest.
6.3
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van 344,46 gram cocaïne, 66,46 gram MDMA en 100,87 gram 2-MMC. Deze stoffen zijn schadelijk voor de gezondheid van personen. Gelet op de hoeveelheden, moeten de drugs bestemd zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in harddrugs gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit. Het gaat dan niet alleen om de strafbare feiten die gebruikers plegen ter financiering van hun behoefte aan deze stof, maar ook om ernstige geweldsfeiten, zoals afrekeningen in het criminele circuit, en ondermijnende criminaliteit, zoals witwassen. Daarnaast is in het huis van de verdachte een busje traangas aangetroffen, zijnde een wapen in de zin van de Wet wapens en munitie. Het ongecontroleerde bezit daarvan brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. De rechtbank rekent dit alles de verdachte aan.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 maart 2026 van de verdachte. Hieruit blijkt dat aan de verdachte reeds eerder een strafbeschikking is opgelegd wegens feiten die vallen onder de Opiumwet. De rechtbank weegt deze omstandigheid ten nadele van de verdachte mee bij de straftoemeting.
Verder heeft de rechtbank kennis genomen van het over de verdachte uitgebrachte reclasseringsadvies van 13 mei 2026. De reclassering schat het risico op recidive in als laag-gemiddeld. Zij adviseren bij een veroordeling een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden, omdat interventies of toezicht niet nodig worden geacht.
De op te leggen straf
Gelet op de aard en ernst van de feiten acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening gehouden met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Voor het aanwezig hebben van tussen de 500 en 1000 gram harddrugs is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van ten minste drie maanden als oriëntatiepunt geformuleerd en voor het voorhanden hebben van een traangasbusje een geldboete ter hoogte van € 350,-. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de conclusies van de reclassering aanleiding tot het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 90 dagen, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, aan de verdachte moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte van 30 dagen vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.
7. Beslissingen met betrekking tot in beslag genomen, niet teruggegeven goederen
Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen en niet teruggegeven:
STK Weegschaal (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835222, USA Weigh);
1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835231, Myweigh Triton T3);
1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835215, Grijs);
1 STK Tas (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835243, Zwart);
1 STK Papier (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835247, Ponypacks);
1 STK Schaal (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835241);
1 PR Schoenen (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835197, Wit, merk: Louis Vuitton);
1 PR Schoenen (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835206, Zwart, merk: Gucci);
1 STK Tas (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835202, Zwart, merk: Gucci);
1 PR Schoenen (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835201, Zwart, merk: Gucci);
1 STK Jas (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835211, Blauw, merk: Stone Island);
1 PR Schoenen (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835193, Wit, merk: Prada);
1 STK GSM (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835325, Paars, merk: Samsung);
1 STK GSM (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835327, Apple);
1 STK Mes (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835195, Zwart);
7.940,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835180).
De officier van justitie vordert onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen genoemd onder 1 t/m 6 en teruggave aan de verdachte van de voorwerpen genoemd onder 7 t/m 16.
De raadsman kan zich vinden in het voorstel van de officier van justitie.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de voorwerpen genoemd onder 1 t/m 6, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat
de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten met behulp van die voorwerpen zijn begaan en het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen is in strijd met de wet of het algemeen belang.
Teruggave aan de verdachte
De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de voorwerpen genoemd onder 7 t/m 16, dienen te worden teruggegeven aan verdachte. Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat er een verband bestaat tussen deze voorwerpen en een bewezen verklaard feit.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
artikelen 2, 2a, 10 en 10b van de Opiumwet;
artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

9.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
90 [negentig] dagenmet bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 30 [dertig] dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Onttrekt aan het verkeer:
STK Weegschaal (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835222, USA Weigh);
1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835231, Myweigh Triton T3);
1 STK Weegschaal (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835215, Grijs);
1 STK Tas (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835243, Zwart);
1 STK Papier (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835247, Ponypacks);
1 STK Schaal (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835241).
Gelast de teruggave aan de verdachte van:
7. 1 1 PR Schoenen (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835197, Wit, merk: Louis Vuitton);
7. 1 1 PR Schoenen (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835206, Zwart, merk: Gucci);
7. 1 1 STK Tas (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835202, Zwart, merk: Gucci);
7. 1 1 PR Schoenen (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835201, Zwart, merk: Gucci);
7. 1 1 STK Jas (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835211, Blauw, merk: Stone Island);
7. 1 1 PR Schoenen (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835193, Wit, merk: Prada);
7. 1 1 STK GSM (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835325, Paars, merk: Samsung);
7. 1 1 STK GSM (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835327, Apple);
7. 1 1 STK Mes (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835195, Zwart);
7. 1 7.940,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1100-2026065658-1835180).
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door:
mr. I.A. Groenendijk, voorzitter,
mr. C.S. Schoorl en mr. H.P.H.I. Cleerdin, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffiers mr. R.M. Beekhuizen en T.A.F. Pomper,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 juli 2026.
mr. Cleerdin is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.