De vennootschap onder firma [eiseres], voormalig lid van de coöperatieve kwekersvereniging Dutch Tulip Selections U.A. (DTS), vordert dat de vijf overgebleven leden van DTS hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag dat DTS aan haar verschuldigd is op grond van een arrest van het gerechtshof Den Haag. [eiseres] stelt dat de leden onjuist derdenverklaringen hebben afgelegd waarin zij verklaren niets aan DTS verschuldigd te zijn, omdat volgens de statuten en een bestuursbesluit uit 2015 alle kosten gelijkelijk over de leden worden verdeeld.
De rechtbank stelt dat op [eiseres] als beslaglegger de stelplicht en bewijslast rusten om aan te tonen dat ten tijde van het beslag een rechtsverhouding bestond op grond waarvan DTS een vordering op de leden had. Uit de statuten volgt dat geldelijke bijdragen door het bestuur moeten worden vastgesteld en dat een bestuursbesluit hierover ontbrak ten tijde van het beslag. Ook het huishoudelijk reglement vereist een bestuursbesluit voor het opleggen van leningen aan DTS.
De rechtbank oordeelt dat de bestuursbesluiten die de kostenverdeling regelen niet volstaan om een vordering op de leden te doen ontstaan. Omdat geen bestuursbesluit is genomen om de leden een bijdrage te laten betalen, bestond er geen vordering van DTS op de leden ten tijde van het beslag. De derdenverklaringen van de leden zijn daarom correct en de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. [eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten.