Uitspraak
1.De procedure
- de akte overleggen aanvullende producties tevens akte vermeerdering van eis van [eiser], ontvangen op 1 mei 2026,
2.Feiten
- een klachtprocedure tegen [gedaagde] bij de het College van Toezicht van het Nederlands Instituut voor Psychologen. [eiser] is bij uitspraak van 18 april 2018 niet-ontvankelijk verklaard;
3.20. In de tussentijd had [eiser] een vordering ingesteld tegen de partner van [gedaagde] tot afgifte van een bureau, dat volgens haar toebehoorde aan de nalatenschap van moeder. De rechtbank Noord-Holland heeft die vordering bij vonnis van 23 december 2020 afgewezen.3.21. Verder had [eiser] bij de Kamer voor het notariaat een klacht ingediend tegen [betrokkene 3]. Die klacht is bij beslissing van 11 augustus 2020 afgewezen. Het gerechtshof Amsterdam heeft vervolgens bij beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 6 april 2021 het daartegen ingestelde beroep van [eiser] afgewezen.3.22. [eiser] heeft daarnaast een klacht ingediend tegen de advocaat van [gedaagde], [betrokkene 2] en [betrokkene 1], waarin zij door de deken niet-ontvankelijk is verklaard.3.23. Op 12 november 2021 heeft [eiser] [betrokkene 3] in kort geding gedagvaard om haar te verbieden om geld over te maken naar de erven totdat de rechtbank in deze bodemprocedure eindvonnis heeft gewezen. De voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland heeft die vordering bij vonnis in kort geding van 6 december 2021 afgewezen.
(…) ik heb net je voice mail ingesproken. Mama is stervende. Mocht je nog willen langs komen, neem dan even contact op om af te spreken wanneer het het beste uitkomt.
3.Het geschil
4.De beoordeling
voor zover hij haar misbruikt. Een bevoegdheid wordt onder meer misbruikt als die bevoegdheid wordt uitgeoefend met geen ander doel dan het aanbrengen van schade of met een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid is verleend. Ook wanneer men in redelijkheid niet tot uitoefening van een recht kon komen, gelet op de onevenredigheid tussen de aan de orde zijnde belangen, is sprake van misbruik (lid 2). Wanneer een eiser een vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende, of moest begrijpen dat de aangevoerde gronden kansloos waren, sprake kan zijn van misbruik van procesrecht en kan een procedeerverbod gerechtvaardigd zijn [2] . Bij het opleggen van een procedeerverbod past grote terughoudendheid: de toegang tot de rechter is immers zwaarwegend [3] .
-
(…) Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] onvoldoende gesteld om te twijfelen aan de geestelijke gesteldheid van moeder ten tijde van de volmachtverlening en de periode daarna. Alle stukken waarnaar zij in dit kader verwezen heeft, hebben met elkaar gemeen dat daar geen onderzoek naar de geestelijke capaciteiten van moeder aan ten grondslag heeft gelegen. (…), vonnis rechtbank Oost-Brabant 5 april 2023;
-
(…) [eiser] heeft in hoger beroep volstaan met de enkele niet nader geadstrueerde stelling dat moeder in de ‘rechtens relevante periode’ niet meer kon schrijven en maar moeizaam praatte en hoorde, en dat moeder vele bewustzijnsvernauwende medicijnen gebruikte. Daarmee herhaalt zij de stellingen die zij in de inleidende dagvaarding al had ingenomen, zonder die van de vereiste onderbouwing te voorzien. Dat had – vanwege de gemotiveerde betwisting door de zussen – in het licht van het oordeel van de rechtbank en in dit stadium van de procedure wel op haar weg gelegen (…),arrest hof ’s-Hertogenbosch 25 maart 2025.
-
(…) Voor zover verzoekster andere verwijten maakt aan verweerster met betrekking tot de boedelbeschrijving zijn deze onvoldoende geconcretiseerd. Wat betreft de inhoud van de kluis heeft verzoekster onvoldoende onderbouwd dat de kluis geld, goud en stenen bevatte. (…) De stellingen van verzoekster rondom de inboedel en de schilderijen acht de kantonrechter onvoldoende onderbouwd en overigens van onvoldoende gewicht om tot een ontslag van verweerster te komen. Dit laatste geldt tevens voor de stellingen van verzoekster met betrekking tot de legaten, het ouderlijke telefoonnummer en de as van de overledene (…),beschikking kantonrechter ’s-Hertogenbosch 15 november 2019.
Kortom, [gedaagde] had voor deze schadepost meer moeten aanvoeren dan zij heeft gedaan.