ECLI:NL:RBNHO:2026:8816

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
C/15/380209 / JU RK 26-1104
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:113 BWArt. 1:265b BWArt. 7 Verordening Brussel-II-terArtikel 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in gesloten jeugdhulpaccommodatie

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers om een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlenen. De minderjarige verblijft reeds op basis van eerdere machtigingen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De GI verzoekt om verlenging van de uithuisplaatsing in een gespecialiseerde meidenspecifieke groep die beter aansluit bij de problematiek van de minderjarige.

De kinderrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, aangezien de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is en Nederlands recht van toepassing is conform het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. De kinderrechter weegt de belangen en concludeert dat een open groep niet passend is vanwege de kwetsbaarheden van de minderjarige en dat een spoedplaatsing noodzakelijk is om onveiligheid te voorkomen.

De ouders zijn het niet eens met de plaatsing in een meidenspecifieke groep en geven aan dat behandeling thuis mogelijk is. De minderjarige zelf geeft aan voorkeur te hebben voor een specifieke groep vanwege de afstand tot ouders. De kinderrechter acht een zitting niet af te wachten zonder gevaar voor de minderjarige en verleent de machtiging tot uithuisplaatsing voor vier weken, uitvoerbaar bij voorraad. De verdere behandeling van het verzoek wordt aangehouden en een zitting wordt gepland.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor vier weken, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/380209 / JU RK 26-1104
Datum uitspraak: 15 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 15 juli 2026.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 november 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 15 mei 2025. De ondertoezichtstelling van [de minderjarige] is daarna steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van 13 mei 2026 tot 15 mei 2027.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft op 6 februari 2026 een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De beslissing op het meer verzochte is toen aangehouden.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 februari 2026 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 15 mei 2026. Vervolgens is deze machtiging bij beschikking van 13 mei 2026 verlengd tot 15 augustus 2026.
2.5.
[de minderjarige] verblijft bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , locatie [locatie] te [plaats] .

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De GI verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

Bevoegdheid
4.1.
Door de omstandigheid dat de vader de Roemeense nationaliteit heeft, draagt de onderhavige zaak een internationaal karakter. Gelet hierop dient eerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt. Aangezien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om dit verzoek te behandelen. [1]
4.2.
Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht van toepassing is. Op grond van artikel 15 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is het Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
4.3.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] verblijft op basis van voornoemde machtiging tot uithuisplaatsing bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] . [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] adviseert een plaatsing van [de minderjarige] op een meidenspecifieke groep, zoals [groep] , [groep] of [groep] . Deze groepen beschikken over specialistische kennis en expertise op het gebied van [de minderjarige] 's problematiek/kwetsbaarheden en kunnen passende hulp en behandeling bieden. Een reguliere open groep is niet passend bij de problematiek en kwetsbaarheden van [de minderjarige] en vergroot de kans op onveiligheid enorm. Ondanks haar eerdere weerstand heeft [de minderjarige] recent bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] aangegeven open te staan voor een aanmelding bij [groep] en [groep] . [de minderjarige] spreekt een duidelijke voorkeur uit voor [groep] vanwege de afstand welke anders ontstaat tussen haar en haar ouders en andere belangrijke anderen.
4.4.
[de minderjarige] heeft de wens uit te stromen naar een open groep. Deze is gevonden in de open groep van [groep] van [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] . Zij kunnen [de minderjarige] behandelen en [de minderjarige] en haar gezin verder begeleiden bij de kwetsbaarheden en risico's waar nu sprake van is. Ouders staan niet achter een plaatsing bij een meidenspecifieke open groep. Ouders geven aan dat [de minderjarige] behandeld en begeleid kan worden vanuit huis en hebben daarnaast niet het idee dat er sprake is van trauma bij [de minderjarige] en benoemen dat zowel [de minderjarige] als zijzelf van de situatie geleerd hebben om nu zelf weer met haar verder kunnen.
4.5.
De GI wilde een regulier verzoek aan de rechtbank doen, echter is er geen tijd om dit reguliere verzoek af te wachten. [groep] heeft [de minderjarige] voorrang kunnen geven, maar houden de plek niet voor [de minderjarige] vast. [de minderjarige] zou morgen naar [groep] kunnen verhuizen en staat hier zelf ook achter. Dit spoed verzoek wordt gedaan, niet vanwege acute onveiligheid maar wel te voorkoming hiervan omdat de plek bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] gesloten wel ook eindigt, net als de gesloten maatregel en [de minderjarige] op dit moment echt nog niet terug naar huis kan.
4.6.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst. [2]
4.7.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.9.
De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] , geboren op
[geboortedatum] in [plaats] , in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 15 juli 2026 tot 12 augustus 2026;
5.2.
verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.4.
roept de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. E.G. van Roest op
[datum]in het gerechtsgebouw van deze rechtbank aan de Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar;
5.5.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
5.6.
vraagt de griffier [de minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Flipse, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 10:113 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en artikel 7 van Pro de Verordening Brussel-II-ter
2.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).