Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:886

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
C/15/373526 / JU RK 26-51
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EU) 2019/1111Art. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstig risico op uitbuiting en ontregeling

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige die zich ernstig risicovol gedraagt. Na eerdere machtigingen en een spoedmachtiging is de situatie van de minderjarige verslechterd door meerdere incidenten, waaronder weglopen, contact met dominante meerderjarige mannen en zelfbeschadiging.

De minderjarige verblijft momenteel in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, maar weigert afspraken na te komen en loopt risico op verdere ontregeling. De GI stelt dat een gesloten plaatsing noodzakelijk is om haar veiligheid te waarborgen en stabilisatie te bereiken. De minderjarige zelf verzet zich tegen de machtiging en wil naar een open groep met ambulante hulp.

De kinderrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is. Gezien de ernst van de problemen, het falen van lichtere interventies en de noodzaak om verdere escalatie te voorkomen, wordt de machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden verleend. De kinderrechter benadrukt het belang van verdere diagnostiek, traumabehandeling en onderzoek naar het netwerk van de minderjarige.

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden vanwege ernstige risico’s op uitbuiting en ontregeling van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie [plaats] , gemeente [gemeente]
Zaaknummer: C/15/373526 / JU RK 26-51
Datum uitspraak: 15 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. A.S. Kamphuis uit Alkmaar.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 8 januari 2026;
  • de beschikking spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van de kinderrechter in deze rechtbank van 8 januari 2026 en de daarin opgenomen stukken;
  • de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 9 januari 2026, aangevuld na gesprek met [de minderjarige] ontvangen op 15 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 januari 2026 bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , locatie [locatie] in [plaats] , gemeente [gemeente] . Daarbij waren aanwezig:
  • [de minderjarige] met haar advocaat;
  • de vader;
- de moeder;
  • [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI;
  • [gedragswetenschapper] , gedragswetenschapper bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] ;
  • [stagiaire] , stagiaire.
1.3.
[de minderjarige] heeft voorafgaand aan de zitting, in het bijzijn van mr. A.S. Kamphuis, apart een gesprek gevoerd met de kinderrechter.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van 2 oktober 2025 heeft de kinderrechter [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 2 oktober 2026. Ook is een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 2 oktober 2025 tot 7 november 2025.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 november 2025 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 7 augustus 2026.
2.4.
Bij beschikking van 8 januari 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 8 januari 2026 tot 5 februari 2026. De beslissing op het meer verzochte is aangehouden tot onderhavige zitting.
2.5.
[de minderjarige] verblijft op grond van voornoemde machtiging bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] te [plaats] .

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt aansluitend op de spoedmachtiging een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
3.2.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI het volgende naar voren gebracht. Vanaf 28 december 2025 hebben zich meerdere incidenten voorgedaan die wijzen op risicovol gedrag. [de minderjarige] blijft zich onttrekken aan toezicht en zij maakt keuzes die haar ontwikkeling ernstig bedreigen. Op 1 januari is [de minderjarige] weggelopen tijdens verlof. Zij kwam pas terug na intensieve bemiddeling door JIM en [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] . [de minderjarige] is daarna nog diverse malen weggelopen. Op 6 en 7 januari kwam nieuwe zorgwekkende informatie binnen. [de minderjarige] was met een man van rond de 21 jaar in [plaats] , die haar zeer dominant behandelde. Daarnaast heeft [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] aangegeven dat [de minderjarige] zichzelf snijdt in haar gezicht. Op 8 januari is [de minderjarige] aangetroffen in een woning in [plaats] met vier meerderjarige mannen, waarbij sprake was van een dominante houding richting haar. [de minderjarige] is niet eerlijk over waar zij zich bevindt en met wie zij contact heeft. Ondanks inspanningen om [de minderjarige] in een open setting te laten verblijven en hulpverlening op te starten, is de situatie nu niet langer houdbaar. [de minderjarige] blijft wel in contact met [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , de GI en de ouders, maar weigert afspraken na te komen en zij stelt zichzelf bloot aan een ernstig risico op uitbuiting, grensoverschrijding en verdere ontregeling. Gezien de opeenvolgende incidenten, het escaleren van risico’s, zelfbeschadiging, contacten met oudere mannen en het falen van lichtere interventies, is een gesloten plaatsing noodzakelijk om [de minderjarige] haar veiligheid te waarborgen, stabilisatie te realiseren en passende behandeling op te starten.
3.3.
De GI heeft ter zitting aangevuld dat de diagnostiek nog niet volledig is afgerond. Qpido van Levvel is een geschikte partij voor de traumabehandeling, maar de zorg is niet ingekocht door de gemeente. De GI is op dit moment in overleg met de gemeente om Qpido alsnog te laten starten, aangezien de ingekochte zorg niet aansluit bij de hulpvraag van [de minderjarige] . Verder moet worden bekeken wat maakt dat [de minderjarige] bepaalde contacten continue blijft opzoeken.

4.De standpunten

[de minderjarige]
4.1.
Door en namens [de minderjarige] is – samengevat – het volgende naar voren gebracht. Verzocht wordt om de aansluitende machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden af te wijzen. [de minderjarige] wil naar een andere open groep met ambulante hulpverlening en het maakt haar niet uit waar. [de minderjarige] staat op het punt om haar leven weer op te pakken. Zij wil weer naar school in februari en naar werk gaan. [de minderjarige] kan mensen niet in vertrouwen nemen. Één van de jongens met wie [de minderjarige] is aangetroffen in [plaats] , was haar vriend. Verder heeft [de minderjarige] traumabehandeling nodig, maar hier wacht zij al langere tijd op. Er moet in kaart worden gebracht wat [de minderjarige] nodig heeft. Ook moeten de zorgen goed worden onderzocht, aangezien [de minderjarige] en de hulpverlening een andere visie hierover hebben.
De ouders
4.2.
De ouders staan achter het verzoek. Het is voor [de minderjarige] haar eigen veiligheid.
De gedragswetenschapper
4.3.
[de minderjarige] is enige tijd geleden naar de open groep gegaan en er lag een goed plan. In zeer korte tijd is er een enorme omslag geweest. Vanuit de open setting waren er veel zorgen om [de minderjarige] . Het onttrekken voor langere perioden en de zelfbeschadiging aan het gezicht hebben de zorgen verdubbeld. Het netwerk van [de minderjarige] en de reden waarom zij naar deze contacten toetrekt moet in kaart worden gebracht. Qpido lijkt goed aan te sluiten bij [de minderjarige] . Ook is het contactherstel met de ouders van belang.

5.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1.
De kinderrechter constateert dat de moeder de Turkse nationaliteit heeft. Dit brengt mee dat deze zaak een internationaal karakter heeft, waardoor de kinderrechter moet beoordelen of haar in deze zaak rechtsmacht toekomt. Indien dit het geval is, moet de kinderrechter het toepasselijke recht bepalen.
5.2.
Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Verordening (EU) 2019/1111 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (Brussel II-ter) zijn ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Nu [de minderjarige] haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe.
5.3.
Nu de Nederlandse rechter bevoegd is op de verzoeken te beslissen, zal op grond van artikel 15 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 Nederlands recht op het
verzoek worden toegepast.
Ten aanzien van de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
5.4.
In hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, ziet de kinderrechter geen aanleiding om anders te oordelen over de verzochte spoedmachtiging gesloten jeugdhulp dan in de beschikking van 8 januari 2026 is beslist. Die beschikking zal dan ook worden gehandhaafd.
Ten aanzien van de machtiging gesloten jeugdhulp
5.5.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.6.
Op grond van de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat aan de hiervoor genoemde gronden is voldaan. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt. [de minderjarige] heeft eerder een periode in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verbleven. In november 2025 is zij naar een open groep van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] gegaan, vanwege de stappen die zij had gezet. De zorgen over [de minderjarige] zijn in december 2025 onverhoopt en in hoog tempo sterk toegenomen. [de minderjarige] stelt zichzelf bloot aan een ernstig risico op uitbuiting, grensoverschrijding en verdere ontregeling. [de minderjarige] houdt zich niet aan de afspraken en heeft zich diverse keren onttrokken aan het toezicht door weg te lopen van de groep. Zij verbleef dan in andere steden met onbekende contacten en zij was niet dan wel slecht bereikbaar voor de begeleiding. [de minderjarige] is onlangs aangetroffen in een woning in [plaats] met vier meerderjarige mannen, waarbij sprake was van een dominante houding richting haar. Daarnaast zijn er zorgen over haar emotionele welzijn, vanwege haar sombere stemmingen en het snijden in haar eigen gezicht. De veiligheid van [de minderjarige] kan binnen een open setting niet langer worden gewaarborgd. De kinderrechter acht een gesloten plaatsing noodzakelijk om te stabiliseren, verdere escalatie te voorkomen en ervoor te zorgen dat zij zich niet kan onttrekken aan de hulpverlening. Duidelijk is dat goed onderzocht moet worden wat [de minderjarige] nodig heeft om stappen vooruit te zetten. Gebleken is dat de diagnostiek nog niet volledig is afgerond en de traumabehandeling nog niet is gestart. De kinderrechter begrijpt de frustratie die [de minderjarige] ervaart over het feit dat de traumabehandeling zo lang op zich laat wachten. Inmiddels is Qpido een geschikte partij bevonden om de behandeling uit te voeren, maar het is nog onduidelijk of en wanneer de hulpverlening kan gaan starten. Er is geen, althans onvoldoende, zicht op het (vrienden)netwerk van [de minderjarige] . Het is van groot belang dat dit netwerk in kaart wordt gebracht en dat wordt onderzocht of de zorgen terecht zijn en waarom zij naar deze contacten toetrekt. Ook moet worden onderzocht wat er de afgelopen periode precies is gebeurd. Positief is dat [de minderjarige] gemotiveerd is om haar schoolgang in februari weer op te pakken. De kinderrechter hoopt dat het [de minderjarige] lukt om deze motivatie vast te houden en te profiteren van de geboden hulpverlening.
5.7.
Gezien het voorgaande acht de kinderrechter voortzetting van het verblijf van [de minderjarige] binnen [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] noodzakelijk. De kinderrechter zal daarom aansluitend op de spoedmachtiging een machtiging tot gesloten jeugdhulp ten aanzien van [de minderjarige] verlenen voor de verzochte duur, te weten voor de duur van drie maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, tot 5 mei 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026 door mr. A.S. van Leeuwen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Bergmans als griffier, en op schrift gesteld op 26 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).