Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.De vordering en het verweer in het incident
3.De beoordeling in het incident
4.De beslissing
woensdag 26 augustus 2026voor
conclusie van antwoord in reconventie,
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele bodemzaak tussen [eiser] B.V. en Crown van Gelder International B.V. (CVGI) staat een geschil over de koop van drie stoomketels centraal. [Eiser] vordert nakoming van de overeenkomst of subsidiair ontbinding met schadevergoeding. CVGI verzet zich en vordert inzage in correspondentie en facturen over de verkoop van twee stoomketels aan een derde partij, CPN, om te controleren of [eiser] voordeel heeft behaald en wanprestatie heeft gepleegd.
De rechtbank overweegt dat CVGI geen nakoming vordert en zich beroept op buitengerechtelijke ontbinding. De gevraagde correspondentie is onvoldoende bepaald en betreft een ongeoorloofde fishing expedition. [Eiser] heeft reeds een representatief pakket producties overgelegd waaruit blijkt dat de verkoop aan CPN na de ontbinding plaatsvond. De gevorderde informatie is niet relevant voor de schadeposten en het geschil.
De rechtbank wijst de incidentele vordering af en veroordeelt CVGI in de proceskosten. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en verdere beslissingen worden aangehouden. Het vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en uitgesproken op 15 juli 2026.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering van CVGI tot inzage af wegens ongeoorloofde fishing expedition en veroordeelt CVGI in de proceskosten.