ECLI:NL:RBNHO:2026:8939

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
15-283488-25
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVWArt. 6 WVWArt. 175 WVWArt. 177 WVWArt. 179 WVW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling bestuurder voor veroorzaken verkeersongeval met ernstig letsel door onvoorzichtig rijgedrag

Op 12 oktober 2025 veroorzaakte de verdachte op de Rijksweg A7 bij Den Oever een kettingbotsing door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Hij reed met hoge snelheid, slingerend en onvoldoende afstand houdend, waardoor hij tegen stilstaande voertuigen botste. Hierbij liep een bestuurder een kneuzing in de onderrug op, wat tijdelijke ziekte en verhindering veroorzaakte.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte onvoldoende aandacht had voor de verkeerssituatie, ondanks waarschuwingen via matrixborden en stilstaand verkeer. Zijn verklaring over misselijkheid en benauwdheid werd niet aannemelijk geacht. Uit politieonderzoek en getuigenverklaringen bleek dat hij met snelheden tot 170 km/uur reed.

De verdachte werd schuldig bevonden aan overtreding van artikel 6 WVW Pro (verkeersongeval met letsel door schuld) en artikel 5 WVW Pro (gevaar en hinder op de weg). De rechtbank legde een taakstraf van 160 uur op en een rijontzegging van 540 dagen, waarvan 374 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De straf weerspiegelt de ernst van het ongeval en het risicovolle gedrag van de verdachte.

De rechtbank hield rekening met het feit dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld en volgde het reclasseringsadvies dat het recidiverisico laag is. De opgelegde straf is bedoeld om de verkeersveiligheid te waarborgen en herhaling te voorkomen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 160 uur taakstraf en 540 dagen rijontzegging wegens veroorzaken verkeersongeval met ernstig letsel door onvoorzichtig rijgedrag.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15-283488-25 (P)
Uitspraakdatum: 14 juli 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 juni 2026 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. E.V. Dam, en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.D. Jansen, advocaat te Arnhem, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
feit 1
primairhij op of omstreeks 12 oktober 2025 te Den Oever, gemeente Hollands Kroon als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de A7, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- over een langer traject (slingerend) gereden heeft over de Rijksweg A7 met een hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan en/of
- niet de nodige voorzichtigheid te betrachten en/of onvoldoende aandacht te hebben voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of
- met een niet toegestane en/of gezien de wegsituatie/verkeerssituatie onverantwoord hoge snelheid te (blijven) rijden en/of zijn (hoge) snelheid niet aan te passen aan de overige aanwezige verkeersdeelnemers, te weten een of meerdere voor hem, stilstaande en/of langzaamrijdende auto’s en/of
- gezien de wegsituatie/verkeerssituatie niet of onvoldoende afstand op zijn voorganger(s) te houden en/of tegen een of meerdere voor hem stilstaande en/of langzaamrijdende personenauto’s ( Toyota Yaris kenteken [kenteken 1] en/of Renault Capture [kenteken 2]) te botsen en/of een kettingbotsing met een of meerdere personenauto’s te veroorzaken,
waardoor aan de bestuurder van de Toyota Yaris (genaamd [benadeelde 1]) en/of aan de bestuurder van de Renault Capture (genaamd [benadeelde 2]) zwaar lichamelijk letsel, (te weten aan [benadeelde 1] zware kneuzing onderrug en/of aan [benadeelde 2] breuken in bovenkaak en/of neus en/of inwendige bloedingen in mond en/of afbreken van een of meerdere tand(en) en/of gat in de neus), of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiairhij op of omstreeks 12 oktober 2025 te Den Oever, gemeente Hollands Kroon als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, A7,
- over een langer traject met hogere snelheid (slingerend) heeft gereden over de Rijksweg A7 en/of
- niet de nodige voorzichtigheid heeft betracht en/of onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of
- met een niet toegestane en/of gezien de wegsituatie/verkeerssituatie onverantwoord hoge snelheid heeft gereden en/of zijn (hoge) snelheid niet aan heeft gepast aan de overige aanwezige verkeersdeelnemers, te weten een of
meerdere voor hem, stilstaande en/of langzaamrijdende auto’s en/of
- gezien de wegsituatie/verkeerssituatie niet of onvoldoende afstand op zijn voorganger(s) heeft gehouden en/of tegen een of meerdere voor hem stilstaande en/of langzaamrijdende personenauto’s (merken Toyota Yaris (met bestuurder
[benadeelde 1]) en/of Renault Capture (met bestuurder [benadeelde 2]) is gebotst en/of een kettingbotsing met een of meerdere personenauto’s heeft veroorzaakt,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
feit 2
hij op of omstreeks 12 oktober 2025 te Den Oever, gemeente Hollands Kroon als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, A7,
- over een langer traject met hogere snelheid (slingerend) heeft gereden over de Rijksweg A7 en/of
- niet de nodige voorzichtigheid heeft betracht en/of onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of
- met een niet toegestane en/of gezien de wegsituatie/verkeerssituatie onverantwoord hoge snelheid heeft gereden en/of zijn (hoge) snelheid niet aan heeft gepast aan de overige aanwezige verkeersdeelnemers, te weten een of
meerdere voor hem, stilstaande en/of langzaamrijdende auto’s en/of
- gezien de wegsituatie/verkeerssituatie niet of onvoldoende afstand op zijn voorganger(s) heeft gehouden en/of tegen een of meerdere voor hem stilstaande en/of langzaamrijdende personenauto’s (merken Toyota Yaris (met bestuurder
[benadeelde 1]) en/of Renault Capture (met bestuurder [benadeelde 2] en/of inzittenden [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2]) en/of Ford Lincoln (met bestuurder [betrokkene 3] met inzittende [betrokkene 4]) en/of Ford Fusion ( met bestuurder [betrokkene 5] en/of
inzittende [betrokkene 6]) ) is gebotst en/of een kettingbotsing met een of meerdere personenauto’s heeft veroorzaakt,
, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om van de zaak kennis te nemen, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde feiten.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Op het standpunt van de raadsvrouw zal de rechtbank, voor zover van belang, hierna ingaan.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen.
3.3.2.
Nadere bewijsoverweging
Op grond van de bewijsmiddelen en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank het volgende vast.
Het verkeersongeval
Op 12 oktober 2025 vond er op de Rijksweg A7 ter hoogte van Den Oever een aanrijding plaats tussen de achterop komende BMW 120i die de verdachte bestuurde en de op dat moment stilstaande Toyota Yaris van slachtoffer [benadeelde 1]. Door deze aanrijding ontstond een (verdere) kettingbotsing met nog drie voertuigen: een Renault Captur, een Ford Lincoln Town Car en een Ford Fusion. Op de plek van het ongeval bestond de weg uit twee rijstroken. De verdachte reed op rijstrook twee. Op deze rijstrook was op het moment van het ongeval sprake van stilstaand verkeer wegens een openstaande brug. De inzittenden van de Toyota Yaris en de daarvóór stilstaande Renault Captur hebben door het verkeersongeval letsel opgelopen. De bestuurder van de Renault Captur ([benadeelde 2]) heeft een gebroken onderkaak, gebroken neus en inwendige bloedingen in de mond en neus opgelopen. De bestuurder van de Toyota Yaris ([benadeelde 1]) heeft een kneuzing in zijn onderrug opgelopen.
Schuld aan het ongeval in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW)De vraag waarvoor de rechtbank zich gesteld ziet, is of de verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval en zo ja, in welke mate.
Juridisch kader
Artikel 6 WVW Pro verbiedt een verkeersdeelnemer zich zodanig te gedragen dat het aan zijn schuld is te wijten dat een verkeersongeval plaatsvindt waardoor iemand overlijdt, zwaar lichamelijk letsel oploopt of waardoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden wordt veroorzaakt. Er moet minimaal sprake zijn van aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend handelen door de verdachte.
Bij de beoordeling van de mate van schuld komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het gedrag van de verdachte dient daarvoor te worden afgemeten aan dat wat van een bestuurder in het algemeen en gemiddeld genomen mag worden verwacht. In zijn algemeenheid kan niet worden aangegeven of een enkele verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van genoemd artikel. Verder kan ook niet uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag alleen worden afgeleid dat sprake is van schuld als bedoeld in deze bepaling.
De verklaring van de verdachte
De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij vlak voor het ongeval zo misselijk was dat hij moest kokhalzen, dat hij geen gelegenheid kreeg om zijn auto langs de kant van de weg te zeggen en dat hij door misselijkheid en benauwdheid de controle over zijn auto verloor voordat hij tegen de Toyota Yaris botste. Hij heeft verklaard dat hij wel auto’s voor zich zag, maar niet zag dat er sprake was van filevorming. De verdachte kan zich niet herinneren of hij de matrixborden boven de weg, die de openstaande brug, snelheidsbeperking en pijl aangaven, heeft gezien. Ten slotte heeft de verdachte verklaard dat hij met een snelheid van 105 a 110 km/uur reed en dat hij vlak voor het ongeval heeft geremd.
Beoordeling mate van schuld
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van de verdachte, voor zover deze ziet op de misselijkheid, benauwdheid en gereden snelheid, niet aannemelijk is geworden. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.
De Rijksweg A7 bestaat ter hoogte van Den Oever uit twee rijstroken. Onder normale omstandigheden geldt ter plaatse een maximumsnelheid van 100 km/uur. Ten tijde van het ongeval gaven matrixborden boven de weg aan dat de brug richting de Afsluitdijk was geopend, dat er een snelheidsbeperking van 90 kilometer/uur gold en dat het verkeer van rijstrook één naar rijstrook twee moest. In deze verkeerssituatie mocht extra voorzichtigheid van weggebruikers ter plaatse worden verwacht. De verdachte heeft zowel de matrixborden (die waarschuwden voor een geopende brug, snelheidsbeperking en afsluiting van een rijstrook en de filevorming) als de rij stilstaande auto’s niet, althans niet tijdig, opgemerkt. De verdachte heeft derhalve onvoldoende aandacht gehad voor de verkeerssituatie ter plaatse en het overige verkeer.
Daarnaast volgt uit het onderzoek van de politie dat de verdachte op circa 640 meter vóór de plek waar het ongeluk plaatsvond met een indicatieve gemiddelde snelheid van 152 km/uur heeft gereden. Circa 16 seconden later vond het ongeval plaats. De verdachte heeft enkele seconden voor het ongeval geremd, dit was echter te laat om de botsing te voorkomen. Uit de verklaringen van getuigen die de verdachte eerder hebben zien rijden op de A7 vanaf Noordbeemster, blijkt dat hij met snelheden van meer dan 170 km/uur, [1] slingerend en bumperklevend reed. Vanwege het rijgedrag van de verdachte heeft een getuige circa 20 minuten voorafgaand aan het ongeval een melding gemaakt bij de alarmcentrale 112. De verklaring van de verdachte strookt niet met deze bevindingen.
Door met een dergelijke snelheid te rijden en onvoldoende aandacht te hebben voor de verkeerssituatie en het verkeer om hem heen, heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank zeer onvoorzichtig en onoplettend gehandeld.
Letsel
Als gevolg van het ongeval heeft [benadeelde 1] een kneuzing in zijn onderrug opgelopen, waardoor hij enkele weken zijn werk en studie niet kon vervolgen en waarvan hij tot op heden hinder ondervindt. De rechtbank is van oordeel dat dit letsel kan worden aangemerkt als zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Voor wat betreft het letsel van [benadeelde 2] heeft de rechtbank onvoldoende informatie om te kunnen concluderen dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel of zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. De rechtbank zal de verdachte daarom van dit deel vrijspreken.
Conclusie
Gelet op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval is de rechtbank van oordeel dat de verdachte schuld heeft gehad aan het verkeersongeval als bedoeld in artikel 6 WVW Pro. De rechtbank merkt het verkeersgedrag van de verdachte aan als zeer onvoorzichtig en onoplettend. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de gedragingen van de verdachte gevaar op de weg veroorzaakten en het verkeer op de weg hinderden.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
feit 1
primairhij op 12 oktober 2025 te Den Oever, gemeente Hollands Kroon, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de A7, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en/of onoplettend,
- niet de nodige voorzichtigheid te betrachten en onvoldoende aandacht te hebben voor het verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse en
- met een gezien de verkeerssituatie onverantwoord hoge snelheid te rijden en
- tegen een voor hem stilstaande personenauto (Toyota Yaris kenteken [kenteken 1]) te botsen en een kettingbotsing met meerdere personenauto’s te veroorzaken,
waardoor aan de bestuurder van de Toyota Yaris (genaamd [benadeelde 1]) zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
feit 2
hij op 12 oktober 2025 te Den Oever, gemeente Hollands Kroon als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, A7,
- over een langer traject met hoge snelheid slingerend heeft gereden over de Rijksweg A7 en
- niet de nodige voorzichtigheid heeft betracht en onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse en
- met een niet toegestane en/of gezien de verkeerssituatie onverantwoord hoge snelheid heeft gereden en/of zijn (hoge) snelheid niet aan heeft gepast aan de overige aanwezige verkeersdeelnemers, te weten meerdere voor hem stilstaande auto’s en
- gezien de verkeerssituatie niet of onvoldoende afstand op zijn voorganger heeft gehouden en tegen een voor hem stilstaande personenauto (merk Toyota Yaris (met bestuurder
[benadeelde 1])) is gebotst en een kettingbotsing met meerdere personenauto’s heeft veroorzaakt,
door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.
Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van
feit 1:overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht
en
feit 2:
overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5.Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6.Motivering van de sanctie

6.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 160 uren en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en hem geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf en geen onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen op te leggen voor een langere duur dan de tijd dat hij zijn rijbewijs reeds kwijt is geweest.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De ernst van de feiten
De verdachte heeft zich als bestuurder van een personenauto schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval, waarbij hij zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld. Daarnaast heeft hij gevaar op de weg veroorzaakt en het verkeer gehinderd. Naast de aanzienlijke materiële schade aan de vijf betrokken voertuigen (waarvan er drie
total losszijn verklaard), hebben meerdere slachtoffers ernstig letsel opgelopen. In het bijzonder heeft het slachtoffer [benadeelde 1] een gekneusde onderrug aan het ongeluk overgehouden, waardoor hij enige tijd niet in staat is geweest om zijn studie te vervolgen.
De verdachte heeft met zijn handelen in meer algemene zin de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht. Voor de verdachte, andere verkeersdeelnemers en de samenleving moet duidelijk zijn dat dergelijk risicovol gedrag in het verkeer onaanvaardbaar is.
De persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte van 22 mei 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke misdrijven is veroordeeld.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 17 juni 2026. De reclassering schat het risico op recidive in als laag en adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden of interventies.
De op te leggen straf
De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf rekening gehouden met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die bij ernstige schuld in combinatie met lichamelijk letsel of tijdelijke ziekte of verhindering, uitgaan van 120 uur taakstraf en zes maanden onvoorwaardelijke rijontzegging. Hoewel de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, zal zij toch aansluiten bij de gevorderde taakstraf en daarmee afwijken van de oriëntatiepunten, omdat dit door de verdachte veroorzaakte ongeluk voor meerdere slachtoffers grote gevolgen heeft gehad en bovendien eenvoudig te voorkomen was geweest als de verdachte gewoon had opgelet.
Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 160 uren en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 540 dagen passend en geboden. De rechtbank zal, gelet op het feit dat de verdachte niet eerder voor en soortgelijk misdrijf is veroordeeld, bepalen dat een gedeelte van de ontzegging, te weten 374 dagen, vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar om de verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van die proeftijd opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit. Hij hoeft zijn rijbewijs dus niet opnieuw in te leveren als het aan de rechtbank ligt.
Gelet op de voor feit 1 primair op te leggen straf zal de rechtbank ten aanzien van de onder 2 bewezenverklaarde overtreding volstaan met schuldigverklaring en voor dat feit geen straf aan de verdachte opleggen.

7.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 9, 22c, 22d en 62 van het Wetboek van Strafrecht.
artikel 5, 6, 175, 177, 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van
honderdzestig (160) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door tachtig (80) dagen hechtenis.
Veroordeelt de verdachte ter zake van feit 1 primair tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van
vijfhonderdveertig (540) dagenmet aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Beveelt dat een gedeelte van deze bijkomende straf, groot driehonderdvierenzeventig (374) dagen,
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee (2) jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. H. Bakker, voorzitter,
mr. C.H. de Jonge van Ellemeet en mr. N. Ćulafić, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.D.C. Schoenmaker,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 juli 2026.

Voetnoten

1.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] (pagina 70-71).