ECLI:NL:RBNHO:2026:9023

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
15/045846-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 6:6:12 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging TBS-maatregel met dwangverpleging voor betrokkene met borderline en alcoholproblematiek

De rechtbank Noord-Holland heeft op 7 juli 2026 besloten de TBS-maatregel met dwangverpleging van betrokkene te verlengen met één jaar. Betrokkene verblijft momenteel als passant in een penitentiaire inrichting en wacht op opname in een forensisch psychiatrisch centrum. De behandeling is nog niet gestart.

De kliniek adviseerde een verlenging van twee jaar vanwege de complexiteit van de persoonlijkheidsproblematiek en het feit dat betrokkene nog niet is opgenomen. De psycholoog stelde vast dat betrokkene een borderlinepersoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en ernstige alcoholproblemen heeft, met een hoog risico op recidive, vooral onder invloed van alcohol.

De officier van justitie vorderde een verlenging van twee jaar, terwijl betrokkene en zijn raadsman een verlenging van slechts één jaar bepleitten vanwege het grillige behandelverloop en het ontbreken van recente behandelgegevens. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke vereisten voor verlenging zijn vervuld, maar verlengde de maatregel slechts met één jaar om de voortgang van de behandeling nauwgezet te kunnen volgen.

De rechtbank benadrukte het belang van veiligheid en de noodzaak om over een jaar opnieuw te worden geïnformeerd over het behandeltraject. De beslissing weerspiegelt een afweging tussen de ernst van de stoornis en het belang van een zorgvuldige monitoring van de behandeling.

Uitkomst: De TBS-maatregel met dwangverpleging wordt verlengd met één jaar om de voortgang van de behandeling te monitoren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/045846-18
Uitspraakdatum: 7 juli 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste Pro lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen, locatie Esserheem
hierna: de betrokkene,
met twee jaar.

1.De procedure

Bij vonnis van deze rechtbank van 3 juli 2018 is aan de betrokkene de maatregel van tbs met voorwaarden opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
De termijn van de tbs nam een aanvang op 6 juli 2018.
De termijn is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 5 juni 2025 met één jaar.
Bij beslissing van deze rechtbank van 16 december 2025 is de tbs met voorwaarden omgezet in tbs met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: tbs met dwangverpleging).
De onderhavige vordering is op 29 april 2026 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
  • een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder a Sv, gedateerd 21 april 2026, afkomstig van Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) de Oostvaarderskliniek (hierna: de kliniek) en ondertekend door drs. M. van Berkel, plaatsvervangend hoofd van de inrichting;
  • een Pro Justitia rapport ter zake de advisering over de wenselijkheid van de verlenging van de tbs, opgemaakt door drs. B. Koudstaal, klinisch psycholoog, gedateerd 18 maart 2026.
Op 23 juni 2026 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. De betrokkene is gehoord. Verder waren aanwezig de officier van justitie, mr. K. Leyendeckers, en de raadsman van de betrokkene, mr. F.H.J. van Gaal, advocaat te Wijchen.
Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2.Het advies van de kliniek

Het advies van de kliniek houdt, voor zover relevant, het volgende in:
Betrokkene verblijft als passant in het EZV te Veenhuizen, wachtend op plaatsing in een tbs-kliniek. Betrokkene staat op de wachtlijst voor FPC de Oostvaarderskliniek en is nog niet opgenomen. Derhalve is een behandeling nog niet gestart. De kliniek adviseert de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met een termijn van twee jaar te verlengen.

3.Het advies van de psycholoog

In het rapport van de psycholoog B. Koudstaal is onder meer het volgende opgenomen:
Bij betrokkene is sprake van een borderlinepersoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol.
Uit de risicotaxatie-instrumenten komt voor betrokkene een hoog risico op herhaling naar voren (risicolevel V), bij een laag tot matig aantal beschermende factoren. Deze inschatting komt overeen met de klinische indruk. Bij betrokkene neemt het risico op geweld toe in situaties waarin spanningen oplopen en zijn beperkte emotieregulatie vaardigheden en coping onder druk komen te staan. In dergelijke omstandigheden blijkt betrokkene kwetsbaar voor het hervatten van alcoholgebruik. Onder invloed van alcohol neemt zijn impulsiviteit toe, raakt hij emotioneel ontregeld en verliest hij de controle over zijn gedrag, waarna hij agressief kan reageren. Zowel personen uit zijn directe omgeving als onbekenden kunnen dan het doelwit worden van zijn boosheid. Alcoholgebruik moet vooral gezien worden als een ontremmende factor die de onderliggende persoonlijkheidsproblematiek versterkt, maar niet als de kern van het probleem zelf. De kern van de problematiek ligt in de persoonlijkheidsproblematiek van betrokkene, waarin moeite met emotieregulatie, beperkte copingvaardigheden en een lage frustratietolerantie centraal staan. Wanneer deze factoren samenkomen met middelengebruik kan de situatie snel escaleren.
De afgelopen jaren is in het kader van de tbs met voorwaarden hard gewerkt aan het terugdringen van recidive. Daarbij is een groot aantal interventies geprobeerd en is ook geschakeld met zorg- en beveiligingsniveau. Betrokkene laat een terugkerend patroon zien, waarbij hij aanvankelijk meewerkt maar waar de behandeling vroeg of laat stagneert en voortijdig wordt afgebroken. Hierna volgen spijt en goede voornemens en krijgt betrokkene een nieuwe kans, met als gevolg dat bovenstaande cyclus zich al snel weer herhaald. Nadat betrokkene zich in de loop van 2025 in steeds risicovollere situaties ging begeven en zelf ook aangaf geen controle meer te ervaren, is besloten tot omzetting naar tbs met bevel tot verpleging. Hoewel betrokkene het huidige kader inmiddels disproportioneel noemt, biedt het in de visie van ondergetekende ook mogelijkheden. De behandeling dient zich te richten op de persoonlijkheidsproblematiek en binnen een FPC kan deze behandeling intensief en langdurig geboden worden. Daarnaast biedt het kader van de dwangverpleging op termijn goede mogelijkheden om op maat te resocialiseren en – passend bij de problematiek van betrokkene – zo nodig op en af te schalen in zorg- en beveiligingsniveau.
Ondergetekende adviseert de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen en de verpleging te continueren. Aangezien betrokkene op dit moment passant is in een PI, de feitelijke plaatsing binnen de kliniek naar verwachting nog enige tijd zal duren en er vervolgens nog een intensieve behandeling op het gebied van de persoonlijkheidsproblematiek dient plaats te vinden, is een verlenging van korter dan twee jaar niet realistisch.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van
de tbs met dwangverpleging met twee jaar.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het rapport van de psycholoog blijkt dat de psychische stoornis bij de betrokkene nog aanwezig is. Uit het rapport blijkt verder dat er een hoog risico op herhaling is indien alle beschermende factoren zouden wegvallen. De verlenging van de termijn van de tbs is daarom nodig. Omdat de feitelijke plaatsing van betrokkene binnen de kliniek naar verwachting nog even zal duren en vervolgens nog een intensieve behandeling nodig is, is een verlenging korter dan twee jaar niet realistisch.

5.Het standpunt van betrokkene

De betrokkene is het niet eens met de vordering van de officier van justitie en heeft verzocht
de verlenging te beperken tot één jaar. De betrokkene geeft aan dat hij hulp nodig heeft maar dat er nu helemaal niets gebeurt, omdat hij moet wachten op een plek in de tbs-kliniek.
Namens de betrokkene heeft de raadsman in het bijzonder naar voren gebracht dat het behandelverloop van de betrokkene tot nu toe grillig is geweest. Sinds 2018 is de betrokkene in veel klinische en forensische settings behandeld, met verschillende vormen van zorg en beveiliging. Omdat de psycholoog niet ter zitting is verschenen en er geen wettelijke aantekeningen zijn, is er op dit moment te weinig informatie beschikbaar om de verlenging van de tbs-maatregel met twee jaar te rechtvaardigen.
Gelet op het voorgaande, verzoekt de raadsman de verlenging van de tbs-maatregel te beperken tot één jaar zodat er na dat jaar gekeken kan worden hoe het gaat met de betrokkene en of er al sprake is van een behandeling.

6.De beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkene verblijft als tbs-passant in detentie en (nog) niet wordt behandeld. Om deze reden beschikt de rechtbank niet over recente aantekeningen over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene. Wel beschikt de rechtbank over het voorlopig advies van de kliniek en het rapport van de psycholoog. Gelet hierop acht de rechtbank zich, in afwijking van het bepaalde in artikel 6:6:12 lid 1 Sv Pro, voldoende voorgelicht om op de vordering te kunnen beslissen.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, stelt de rechtbank vast dat bij de betrokkene nog steeds een ziekelijk stoornis bestaat en is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de termijn van de tbs van de betrokkene vereist. Redengevend is dat uit het rapport van de psycholoog voldoende blijkt dat er bij beëindiging van de tbs-maatregel en het wegvallen van de beschermde factoren sprake is van een hoog risico op herhaling. Aan de wettelijke vereisten voor de verlenging van de tbs-maatregel wordt dus voldaan. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de tbs-maatregel is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden met welke termijn de tbs-maatregel moet worden verlengd.
In 2018 is de behandeling van de betrokkene begonnen in de tbs met voorwaarden. Sinds de beslissing tot omzetting van de tbs met voorwaarden naar tbs met dwangverpleging op 16 december 2025, is de betrokkene als passant gedetineerd in afwachting van plaatsing in een tbs-kliniek. Ter zitting is gebleken dat de betrokkene binnen een week een intake heeft bij de kliniek, maar dat het op dit moment nog onduidelijk is of en zo ja wanneer hij in de kliniek zal worden opgenomen. Er is dan ook nog geen concreet zicht op (aanvang van) een behandeling.
De psycholoog heeft geadviseerd de tbs met twee jaren te verlengen en de verpleging te continueren, omdat niet valt te verwachten dat de behandeling van de betrokkene binnen een kortere termijn zal worden afgerond. De rechtbank onderschrijft deze verwachting van de psycholoog. Desondanks zal de rechtbank de tbs-maatregel met slechts één jaar verlengen. De betrokkene heeft al een lang en onregelmatig tbs-traject doorlopen, waarin verschillende behandelpogingen zijn gedaan en een nieuwe behandeling, ondanks een passantentermijn van inmiddels een half jaar, nog niet is aangevangen. Wel is er op korte termijn een intake gepland, hetgeen maakt dat de rechtbank de spreekwoordelijke vinger aan de pols wil houden en over één jaar deugdelijk geïnformeerd wil worden over het behandeltraject van de betrokkene.

7.De beslissing

De rechtbank:
Wijst de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk toe en
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van
[betrokkene]met
één jaar.
Wijst de vordering voor het overige af.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gewezen door:
mr. N. Ćulafić, voorzitter,
mr. H.H.E. Boomgaart en mr. N.M.L. Rogmans, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van der Meij
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 juli 2026