ECLI:NL:RBNHO:2026:9048

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/15/380355 / JU RK 26-1133
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in netwerkpleeggezin

De gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers verzoekt een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die onder toezicht staat en bij haar vader woont. De vader verblijft sinds 1 juli 2026 met de minderjarige op vakantie in Thailand, waar zijn mentale gesteldheid aanleiding geeft tot ernstige zorgen. Hij is twee keer vrijwillig opgenomen in een ziekenhuis en vertoont verward gedrag, waardoor de veiligheid van de minderjarige in gevaar wordt geacht.

De kinderrechter stelt vast dat het noodzakelijk is de minderjarige uit huis te plaatsen in het belang van haar verzorging en opvoeding. Gezien het onmiddellijke en ernstige gevaar kan niet worden gewacht op een zitting. Daarom wordt de GI gemachtigd de minderjarige voor vier weken onder te brengen bij een netwerkpleeggezin, bestaande uit de oom en tante.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De behandeling van het verzoek wordt voor het overige aangehouden en een zitting wordt gepland waarbij alle betrokkenen worden gehoord, inclusief een kindgesprek met de minderjarige.

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na dagtekening of betekening. De procedure waarborgt de belangen van de minderjarige en betrokken ouders, met het oog op haar veiligheid en welzijn.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een netwerkpleeggezin voor vier weken, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/380355 / JU RK 26-1133
Datum uitspraak: 20 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 20 juli 2026.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 augustus 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI, waarna de ondertoezichtstelling vervolgens telkens is verlengd, laatstelijk ter zitting van 20 juli 2026 tot 25 november 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin (bij [de oom] (oom) en [de tante] (tante)) te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De GI verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin (bij [de oom] (oom) en [de tante] (tante)) te verlenen voor de duur van één maand en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] is sinds
1 juli 2026 met vader op vakantie in Thailand. De familie van vader (broers, schoonzus en moeder) hebben zorgen geuit over de mentale gesteldheid van vader. Vader zou verwarde uitspraken hebben gedaan en er zijn zorgen dat vader door zijn mentale gesteldheid nu geen zorg kan dragen voor [de minderjarige] . Vader is opgepakt door de politie en is twee keer (vrijwillig) opgenomen in het ziekenhuis in Thailand. De arts had vader geadviseerd om nog twee dagen in het ziekenhuis te verblijven, maar vader is weggegaan met [de minderjarige] . Familie (vz) heeft weinig contact met vader en hij doet verwarde uitspraken. Het laatste bericht over de stand van zaken omtrent [de minderjarige] en vader is dat zij van plan zijn om morgen met de trein naar een onbekende bestemming te gaan. De zorg is dat [de minderjarige] uit zicht raakt. Volgens familie is vader achterdochtig en denkt hij dat hij en [de minderjarige] getraceerd worden, dus is hij met haar op de vlucht. De veiligheid van [de minderjarige] dient onmiddellijk gewaarborgd te worden. Het is van belang dat familie (vz) haar mee kan nemen naar Nederland en dat zij de komende tijd bij oom ( [de oom] ) en tante ( [de tante] ) verblijft.
4.2.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst. [1]
4.3.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.5.
De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een netwerkpleeggezin (bij [de oom] (oom) en [de tante] (tante)) met ingang van 20 juli 2026 tot 17 augustus 2026;
5.2.
verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
5.4.
roept de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. M.M. van Weely op
[datum]in het gerechtsgebouw van deze rechtbank, aan de Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar;
5.5.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
5.6.
vraagt de griffier [de minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. van Weely, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).