Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.Het verzoek
Het verweer
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 3 februari 2026 een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet. Verzoeker vroeg de rechtbank om te voorkomen dat Vermeer Gerechtsdeurwaarders namens Woningstichting overgaat tot ontruiming van zijn woning, nadat een ontruimingsvonnis was uitgesproken.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een spoedeisende situatie vanwege de korte termijn waarop de ontruiming gepland stond. Dit zou de stabiliteit van de financiële situatie van verzoeker en een eventueel schuldhulpverleningstraject in gevaar brengen. Omdat het moratoriumverzoek niet tijdig ter zitting kon worden behandeld, werd een voorlopige voorziening getroffen.
De voorziening verbiedt de verhuurder om de woning te ontruimen zolang de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens werd bepaald dat tijdens de mondelinge behandeling zal worden besproken of verzoeker een dwangakkoord of schuldsanering wil aanvragen. Indien verzoeker dit niet overweegt, kan het moratoriumverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt totdat het moratoriumverzoek onherroepelijk is beslist of ingetrokken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de ontruiming van de woning totdat het moratoriumverzoek inhoudelijk is behandeld.