ECLI:NL:RBNHO:2026:905

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2602458: R-RK
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening moratorium ter voorkoming woningontruiming

De rechtbank Noord-Holland behandelde op 3 februari 2026 een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet. Verzoeker vroeg de rechtbank om te voorkomen dat Vermeer Gerechtsdeurwaarders namens Woningstichting overgaat tot ontruiming van zijn woning, nadat een ontruimingsvonnis was uitgesproken.

De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een spoedeisende situatie vanwege de korte termijn waarop de ontruiming gepland stond. Dit zou de stabiliteit van de financiële situatie van verzoeker en een eventueel schuldhulpverleningstraject in gevaar brengen. Omdat het moratoriumverzoek niet tijdig ter zitting kon worden behandeld, werd een voorlopige voorziening getroffen.

De voorziening verbiedt de verhuurder om de woning te ontruimen zolang de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens werd bepaald dat tijdens de mondelinge behandeling zal worden besproken of verzoeker een dwangakkoord of schuldsanering wil aanvragen. Indien verzoeker dit niet overweegt, kan het moratoriumverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en geldt totdat het moratoriumverzoek onherroepelijk is beslist of ingetrokken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank verbiedt de ontruiming van de woning totdat het moratoriumverzoek inhoudelijk is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Team Insolventie
Zittingsplaats Alkmaar
Rekestnummer: NL:TZ:2602458:R-RK
Uitspraak van 3 februari 2026
In de zaak van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1984 te [plaats],
wonende te ([postcode]) [plaats], [adres],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tegen
[verweerder],
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats],
gemachtigde: Vermeer Gerechtsdeurwaarders,
tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet (Fw).
Samenvatting
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De rechtbank wijst het verzoek toe.

1.De procedure

1.1
De procedure bestaat uit:
- het verzoek voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Fw inclusief bijlagen;
Op basis van de stukken is besloten het verzoek zonder zitting te behandelen.

2.Het verzoek

2.1
[verzoeker] heeft de rechtbank verzocht om Vermeer Gerechtsdeurwaarders namens Woningstichting [plaats] te verbieden over te gaan tot de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis (zaaknr./rolnr.: 11897882/ CV EXPL 25-3456) van 29 oktober 2025.
3
Het verweer
3.1
Woningstichting [plaats] heeft (vooralsnog) geen inhoudelijk verweer gevoerd.

4.De beoordeling

4.1
De rechtbank wijst het verzoek tot het treffen van de voorlopige voorziening toe, omdat de rechtbank vaststelt dat er sprake is van een spoedeisende situatie. De woningontruiming is namelijk op korte termijn aangezegd. Dat brengt mee dat de stabiliteit van de financiële situatie, en daarmee een eventueel schuldhulpverleningstraject en een geslaagd beroep op de schuldsaneringsregeling in gevaar komt. De rechtbank kan het verzoek moratorium alleen niet ter zitting behandelen vóór de datum van de geplande ontruiming. Daarom zal de rechtbank met deze voorlopige maatregel de verhuurder verbieden de woning van [verzoeker] te ontruimen, in afwachting van de mondelinge behandeling op het verzoek moratorium. Tijdens deze mondelinge zal ook aan de orde komen of schuldenares voornemens is een verzoek dwangakkoord dan wel een verzoek om schuldsanering in te dienen. Indien schuldenares geen van beide overweegt dan moet zij er rekening mee houden dat het verzoek tot moratorium niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

5.De beslissingDe rechtbank:

5.1
verbiedt Vermeer Gerechtsdeurwaarders om namens Woningstichting [plaats] om over te gaan tot ontruiming van de woning aan het adres [adres], ([postcode]) [plaats], onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig, dat wil zeggen vóór het eerste van de maand, zullen worden voldaan;
5.2
bepaalt dat deze voorziening geldt totdat de uitspraak op het moratorium onherroepelijk is geworden of dit verzoek is ingetrokken;
5.3
bepaalt dat de behandeling van het moratorium zal plaatsvinden op een nader te bepalen datum.
5.4
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van mr. M.P. de Valk, rechter. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026. [1]