AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voorlopige voorziening tegen openbaarmaking informatie op grond van Woo
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haarlem om informatie over haar gedeeltelijk openbaar te maken op grond van een Woo-verzoek van het Haarlems Dagblad. Het college had aanvankelijk op 23 januari 2025 besloten tot gedeeltelijke openbaarmaking, maar dit besluit op 15 december 2025 ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit om 14 documenten gedeeltelijk openbaar te maken.
Verzoekster stelde dat de openbaarmaking onomkeerbare schade zou veroorzaken en dat de bezwaarprocedure daardoor zinloos zou worden. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:81 AwbPro en artikel 4.4 Woo geoordeeld dat de openbaarmaking moet worden geschorst totdat op het bezwaar is beslist, omdat geen zwaarwegend algemeen belang voor onmiddellijke openbaarmaking is gebleken en het Haarlems Dagblad niet heeft gereageerd op het verzoek om uitstel.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het besluit tot openbaarmaking geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar, en het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: Het besluit tot openbaarmaking van informatie wordt geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/6040
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 februari 2026 in de zaak tussen
[B.V.] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. S.T. Blom),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, het college.
Als derde-partij neemt aan deze zaak deel:
het Haarlems dagblad, uit Haarlem
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de beslissing van het college van 15 december 2025 om openbaarmaking van informatie over [B.V.] .
2. Verzoekster heeft tegen genoemd besluit van 15 december 2025 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om in verband met dat besluit een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om het verzoek toe te wijzen en het besluit tot (gedeeltelijke) openbaarmaking te schorsen tot twee weken nadat op bezwaar is beslist, omdat openbaarmaking van de gevraagde informatie onomkeerbaar is.
4. De voorzieningenrechter doet op grond van het bepaalde in artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
6.1
Het college heeft op 23 januari 2025 een deelbesluit genomen op het verzoek van het Haarlems Dagblad van 1 augustus 2024 om openbaarmaking van informatie over onder meer verzoekster.
6.2
Na een op verzoek van een journalist van het Haarlems Dagblad gestart bemiddelingstraject door het Adviescollege openbaarheid en informatie zijn de documenten
waarop het besluit van 23 januari 2025 zag opnieuw beoordeeld.
6.3
Bij besluit van 15 december 2025 is vervolgens het besluit van 23 januari 2025 ingetrokken en een nieuw besluit genomen op het verzoek om openbaarmaking van gegevens betrekking hebbend op [B.V.] . Besloten is om alle 14 door het Haarlems Dagblad aangewezen documenten twee weken na 15 december 2025 gedeeltelijk openbaar te maken. De openbaarmaking is met twee weken uitgesteld, omdat de verwachting is dat de betrokken partij hiertegen bezwaar zal maken, en de betrokkene de kans moet worden gegeven om het openbaar maken van de informatie tegen te houden.
7. Verzoekster heeft op 22 december 2025 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 15 december 2025, en de voorzieningenrechter verzocht om tegen dat besluit een voorlopige voorziening te treffen. In het verzoek en de aanvulling daarop van 14 januari 2026 is gesteld dat besloten is om informatie openbaar te maken die volgens verzoekster niet openbaar hoort te zijn en dat openbaarmaking van de informatie haar belangen ernstig zou schaden. Ook heeft verzoekster er op gewezen dat openbaarmaking onomkeerbaar is en openbaarmaking zou betekenen dat de behandeling van haar bezwaren geen zin meer heeft.
8. Op grond van artikel 4.4, vijfde lid, van de Woo blijft, als een voorlopige voorziening is gevraagd, openbaarmaking achterwege tot op het verzoek om een voorlopige voorziening uitspraak is gedaan. Omdat verzoekster heeft verzocht om een voorlopige voorziening is openbaarmaking van de documenten waarop het verzoek van het Haarlems Dagblad betrekking had tot op heden achterwege gebleven.
9. Per brief/mail van 30 december 2025 heeft de voorzieningenrechter het Haarlems dagblad verzocht om binnen twee weken gemotiveerd aan te geven of openbaarmaking kan wachten totdat op het bezwaar van verzoekster tegen het besluit van 15 december 2025 is beslist. Van het Haarlems Dagblad is geen reactie hierop ontvangen.
10.1
De voorzieningenrechter stelt vast dat als de documenten waarop het geschil betrekking heeft openbaar zouden worden gemaakt, dit onomkeerbare gevolgen zal hebben omdat de openbaarmaking feitelijk niet meer ongedaan kan worden gemaakt. De bezwaarprocedure zou daarmee, zoals verzoekster terecht heeft gesteld, geen zin meer hebben.
10.2
Niet gebleken is van een zwaarwegend algemeen belang bij openbaarmaking voorafgaand aan de beslissing op bezwaar. Het Haarlems Dagblad is in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
10.3
De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom, gelet op de betrokken belangen, toewijzen.
Conclusie en gevolgen
11.1
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe in die zin dat het besluit van 15 december 2025, voor zover daarmee is besloten tot openbaarmaking van informatie, wordt geschorst tot twee weken nadat het college op het bezwaar van verzoekster tegen dat besluit heeft beslist. Dit betekent dat de documenten als genoemd in het besluit van 15 december 2025 tot dan in zijn geheel niet openbaar gemaakt mogen worden.
11.2
De voorzieningenrechter ziet hierbij aanleiding om te bepalen dat het college het griffierecht moet vergoeden en te bepalen dat verzoekster ook een vergoeding krijgt van de gemaakte proceskosten, met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 934,-. Het college moet deze vergoeding betalen.
Beslissing
De voorzieningenrechter
wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
schorst het besluit van 15 december 2025, voor zover daarmee besloten is tot openbaarmaking van informatie, tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op het bezwaar van verzoekster;
bepaalt dat het college verzoekster het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 194,- vergoedt;
veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan proceskosten van verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.