ECLI:NL:RBNHO:2026:9230

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
C/15/379982 / HA RK 26-148
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:18 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens gebrek aan buitenlandse ervaring

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. S.K.A. Efstratiades, rechter in een belastingzaak, vanwege het ontbreken van buitenlandse ervaring en opmerkingen over de zittingsplanning. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting en geoordeeld dat het ontbreken van buitenlandse ervaring geen reden is om aan te nemen dat de rechter partijdig zou zijn.

Daarnaast zijn de opmerkingen over de zittingsplanning geen feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter raken, maar betreffen voorgenomen procesbeslissingen waartegen geen wrakingsverzoek kan worden ingediend. De wrakingskamer verklaarde het verzoek daarom kennelijk ongegrond en wees het af.

De rechtbank beveelt de voortzetting van het proces in de hoofdzaak en zendt een gewaarmerkt afschrift van de beslissing aan alle betrokken partijen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen omdat het ontbreken van buitenlandse ervaring geen grond is voor partijdigheid en zittingsplanning geen wrakingsgrond vormt.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/ 379982 HA RK 26-148
Beslissing van 13 juli 2026
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker] ,
wonende te Amsterdam,
verzoeker.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. S.K.A. Efstratiades,
hierna te noemen: de rechter.

1.Procesverloop

1.1
Verzoeker heeft bij ongedateerd bericht - een reactie op een vooraankondiging over een verzetzitting op 1 september 2026 - ingekomen bij de belastingkamer op 7 juli 2026, de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Belastingrecht, locatie Haarlem, aanhangige zaak met zaaknummer HAA 25/1380 [1] , hierna te noemen: de hoofdzaak. Wederpartij in de hoofdzaak is de inspecteur van de Belastingdienst.
1.2
De rechter heeft gereageerd en niet in de wraking berust.
1.3
De wrakingskamer heeft om de hierna te vermelden reden afgezien van behandeling van het verzoek ter zitting.

2.Het standpunt van verzoeker/ster

2.1
Verzoeker heeft in het bericht wensen over de te plannen zitting opgegeven, waaronder zijn wens de zitting digitaal te houden. Daarnaast schrijft verzoeker:
“Bij dezen wordt rechter gewraakt vanwege gebrek aan buitenlandse ervaring, S.K.A. Efstratiade heeft alleen ervaring in NL-NL (zie https:// openrechtspraak.nl/person/ad514093-056f-4900--a84fca802aedf378).

3.De beoordeling

3.1
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2
De wrakingskamer gaat uit van de volgende feiten. Op 4 februari 2026 heeft de rechtbank, in de persoon van een andere rechter, mr. M.C. van As, de beroepen van verzoeker in de zaken HAA 25/1380, HAA 25/1381, HAA 25/1382 en HAA 25/1384, op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht zonder het houden zitting niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker is daartegen in verzet gekomen. De rechtbank heeft aangekondigd de zaken op 1 september 2026 ter zitting te willen behandelen.
3.3
De feiten en omstandigheden die verzoeker ter onderbouwing van zijn verzoek naar voren heeft gebracht, kunnen geen grond opleveren voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid daardoor schade zou kunnen lijden en vormen derhalve geen grond voor wraking. Het niet hebben van buitenlandse ervaring, wat er van die stelling ook zij, kan immers niet de conclusie wettigen dat de rechter de zaak partijdig zal behandelen. De opmerkingen die verzoeker maakt over de zitting(splanning) zijn geen feiten of omstandigheden die op de rechter betrekking hebben, maar als verzoeker bedoeld heeft de (beslissingen over de) zittingsplanning ook aan het wrakingsverzoek ten grondslag te leggen, dan kan het verzoek ook evident niet slagen, omdat dat (voorgenomen) procesbeslissingen zijn waartegen niet met een verzoek tot wraking kan worden opgekomen.
3.4
Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De wrakingskamer ziet daarom met toepassing van artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht af van behandeling van het wrakingsverzoek ter zitting.
3.5
De rechtbank zal het verzoek afwijzen.

4.Beslissing

De rechtbank
4.1
wijst het verzoek tot wraking van de rechter af,
4.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
4.3
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. drs. J.H.A.C. Everaerts en mr. A.J. Wolfs, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van B. Siekman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Uit de uitspraak van 4 februari 2026, waarbij de beroepen van verzoeker niet-ontvankelijk zijn verklaard en waartegen het verzet is gericht, blijkt dat verzoeker beroep heeft ingesteld in vier zaken, met de zaaknummers HAA 25/1380, HAA 25/1381, HAA 25/1382 en HAA 25/1384. De wrakingskamer neemt aan dat het wrakingsverzoek alle vier de zaken betreft.