ECLI:NL:RBNHO:2026:938

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000266398:B001
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:449 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing bewind wegens onvoldoende zelfstandigheid betrokkene

De kantonrechter heeft op 16 januari 2026 uitspraak gedaan over het verzoek tot opheffing van het bewind over de financiële belangen van betrokkene, ingesteld sinds 2015 vanwege zijn geestelijke toestand. Verzoekers, de ouders van betrokkene, stelden dat betrokkene in een zorginstelling woont en voldoende begeleiding krijgt om zijn financiën zelfstandig te beheren.

Betrokkene lijdt aan een autismespectrumstoornis en verblijft sinds juni 2024 in een eigen appartement binnen een woonvorm. Hoewel betrokkene aangeeft zijn financiën via een app te beheren en vertrouwen heeft in eigen kunnen, is de kantonrechter niet overtuigd dat hij dit in alle omstandigheden adequaat kan doen.

De psycholoog bevestigde dat betrokkene de zitting niet kon bijwonen vanwege spanning, maar gaf geen indicatie dat bewind niet langer noodzakelijk is. De bewindvoerders verklaarden dat betrokkene zich met moeite redt en in het dagelijks leven afhankelijk blijft van begeleiding.

Gezien de kwetsbare en afhankelijke positie van betrokkene en het ontbreken van overtuigend bewijs dat het bewind kan worden opgeheven, heeft de kantonrechter het verzoek afgewezen. Verzoekers kunnen hoger beroep instellen via een advocaat.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen wegens onvoldoende zelfstandigheid van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer
:
NL:TZ:0000266398:B001 sc
dossiernummer
:
BM54072
datum
:
16 januari 2026

beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind

op verzoek van:
[verzoeker 1] en
[verzoeker 2],
beiden wonende te [adres],
hierna te noemen: verzoekers,

met betrekking tot:[betrokkene],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],[adres],hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 26 augustus 2025;
- de nadere informatie, ontvangen op 4 september 2025;
- de akkoordverklaring van de belanghebbenden;
- de brief van [psycholoog], psychotherapeut/GZ-psycholoog, ontvangen op
26 september 2025;
- he bericht van de bewindvoerders van 16 november 2025.
Het verzoek is mondeling behandeld op 23 oktober 2025 in aanwezigheid van beide verzoekers.

beoordeling

Bij beschikking van 4 augustus 2015 is een bewind ingesteld over de goederen van betrokkene vanwege zijn geestelijke of lichamelijke toestand, met ingang van
9 september 2015, de dag waarop hij meerderjarig werd. In diezelfde beschikking zijn verzoekers, de ouders van betrokkene, tot bewindvoerders benoemd.
Verzoekers vragen om opheffing van het bewind ten behoeve van de betrokkene omdat de noodzaak niet meer aanwezig is. Verzoekers stellen dat betrokkene in zorginstelling
De Delta in IJmuiden woont en dat hij daar genoeg begeleiding en toezicht heeft. Ook stellen zij dat er geen zelfredzaamheidstraject is gevolgd omdat dit er niet in zit. Verzoekers hebben het onderhavige verzoek niet met betrokkene besproken omdat betrokkene deze materie niet goed kan plaatsen/verwerken. Verzoekers willen dit doen na goedkeuring door de kantonrechter.
[psycholoog] heeft verklaard dat betrokkene hem heeft gevraagd de volgende informatie te verstrekken. Betrokkene is sinds langere tijd in behandeling vanwege de hoofddiagnose Autismespectrumstoornis (ASS). Hij is sinds juni 2024 woonachtig in een eigen appartement in woonvorm De Delta. Dit loopt goed. Betrokkene heeft aangegeven dat hij in goed overleg met zijn ouders zijn financiën kan beheren. Zijn financiële situatie is al jaren stabiel en gezond. Hij beheert al langere tijd zijn eigen financiën via de app en kan zelf boodschappen doen en bestellingen plaatsen op internet. Hij heeft een goed overzicht van inkomsten en uitgaven en kan die goed op elkaar laten aansluiten. Daarbij blijft hij sparen en heeft hij een goede financiële buffer. Betrokkene heeft aangegeven dat hij bewindvoering niet meer nodig acht en dat hij er alle vertrouwen in heeft dat hij zijn financiën zelf kan beheren in goede afstemming, samenwerking en overleg met zijn ouders. Ook heeft betrokkene aangegeven dat hij vanwege zijn ASS niet persoonlijk bij de zitting aanwezig kan zijn omdat dit hem te veel spanning geeft.
Het verzoek wordt afgewezen. Ingevolge artikel 1:449 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen. De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat betrokkene in staat is om zijn financiële belangen zelf te behartigen. Ook is de kantonrechter van oordeel dat de gronden van het bewind nog altijd bestaan. Hij legt dit hieronder uit.
Betrokkene is tien jaar geleden onder bewind gesteld wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand. Daarbij is in aanmerking genomen dat bij betrokkene sprake is van klassiek autisme, psychotische episodes en depressiviteit. Hij verbleef op dat moment 24 uur per dag in een stilte huisje met een op een begeleiding via een PGB. Hij kwam amper buiten, had geen school of dagbesteding buitenshuis en was beperkt in het regelen van zijn financiën. Dat de omstandigheden inmiddels dusdanig zijn gewijzigd dat bewind niet langer noodzakelijk is, is niet aannemelijk geworden. In zijn brief heeft [psycholoog] de verklaring van betrokkene zelf op papier verwoord en verklaard dat het voor betrokkene te belastend is om aanwezig te zijn bij de zitting. [psycholoog] heeft overigens geen eigen toelichting gegeven waaruit afgeleid zou kunnen worden dat bewind niet langer noodzakelijk is.
De kantonrechter heeft, gelet op de stukken en de behandeling op zitting, geen aanknopingspunten om aan te nemen dat betrokkene zijn eigen financiën zelfstandig naar behoren zal kunnen beheren. Betrokkene woont begeleid en overlegt alles met de begeleiding en/of de bewindvoerders. De bewindvoerders hebben verklaard dat betrokkene zich met moeite redt. Volgens de bewindvoerders voelt betrokkene zich in het nauw gebracht als iemand op straat tegen hem praat. Betrokkene is in het leven niet zelfredzaam, maar wel met zijn geld. Als er geen bewind meer zou zijn, is de verwachting van de bewindvoerders wel dat betrokkene open naar hen zal blijven en telkens bevestiging bij hen zal blijven zoeken.
Dit alles bevestigt de kantonrechter in zijn oordeel dat bewind nog steeds noodzakelijk is. De kantonrechter is er niet van overtuigd dat het zonder bewind in alle omstandigheden waarin betrokkene kan komen te verkeren goed zal blijven gaan. Betrokkene bevindt zich nog steeds in een zeer kwetsbare en afhankelijke positie. Dat hij hulp nodig heeft en krijgt van mensen in zijn omgeving is fijn maar betekent ook dat betrokkene niet ten volle in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen en het bewind op te heffen.
Omdat [verzoeker 1] ter zitting te kennen heeft gegeven dat zij het afleggen van rekening en verantwoording aan de kantonrechter belastend vindt worden, heeft de kantonrechter de verzoekers in de gelegenheid gesteld om een professionele bewindvoerder voor te dragen die het van hen wil overnemen. De procedure is voor dit doel aangehouden tot 20 november 2025.
Op 16 november 2025 hebben de verzoekers bericht dat zij de taken die zij verrichten als bewindvoerders, zelf willen blijven voortzetten. Ook vragen zij of de kantonrechter betrokkene wil horen op zijn woonadres omdat betrokkene op een andere uitkomst had gehoopt. Betrokkene kan dan toelichten hoe verstandig hij met geld omgaat.
De kantonrechter begrijpt dat betrokkene op een andere uitkomst had gehoopt. Een huisbezoek is nu echter niet aan de orde omdat de zaak al op zitting is behandelden een persoonlijke toelichting van betrokkene niet tot een andere conclusie kan leiden wat betreft de noodzaak het bewind voort te zetten.
Gelet op hetgeen hiervoor is vermeld zal de kantonrechter het verzoek tot opheffing van het bewind afwijzen.

beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.