ECLI:NL:RBNHO:2026:951
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.I.E. Lammers
- C.S. Schoorl
- A.K. Korteweg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot kwijtschelding ontnemingsmaatregel wegens verjaring
De verzoeker is bij vonnis van 30 juli 2014 veroordeeld wegens het opzettelijk telen van ongeveer 410 hennepplanten, een strafbaar feit onder de Opiumwet. Bij dat vonnis is tevens een ontnemingsmaatregel van € 32.699,67 opgelegd, welke onherroepelijk werd op 28 mei 2015.
In oktober 2025 diende de raadsvrouw van de verzoeker een verzoek in tot kwijtschelding of vermindering van deze ontnemingsvordering. Primair werd verzocht het gehele bedrag kwijt te schelden, subsidiair om vermindering wegens betalingsonmacht. Tijdens de zitting stelde de raadsvrouw dat de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard moest worden omdat de tenuitvoerleggingstermijn was verstreken.
Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) bevestigde dat de zaak in december 2023 was gesloten wegens verjaring. De officier van justitie steunde dit standpunt. De rechtbank oordeelde dat de tenuitvoerleggingstermijn van acht jaar, vermeerderd met een derde, was verstreken op 22 november 2023, waardoor uitvoering van de maatregel niet meer mogelijk is.
Daarom heeft de rechtbank de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de ontnemingsmaatregel.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk omdat de tenuitvoerleggingstermijn van de ontnemingsmaatregel is verstreken.