In deze zaak vordert verhuurder Intermaris betaling van de kosten voor het vervangen van een ernstig verstopt riool bij huurders die onder bewind staan. De verstopping werd veroorzaakt door vet en olie die door de huurders via de gootsteen werden gespoeld. De huurders betwisten dit en voeren aan dat de riolering gebrekkig was en dat de verhuurder toestemming van de bewindvoerders had moeten vragen voor reparaties.
De kantonrechter stelt vast dat de verstopping met vet over een lengte van zes tot zeven meter is vastgesteld door een loodgietersbedrijf. De huurders zijn de enige gebruikers van de woning en hebben herhaaldelijk melding gemaakt van verstoppingen die telkens werden verholpen, waarna de problemen terugkeerden. Dit wijst volgens de rechter op hun schuld aan de verstopping.
De kantonrechter oordeelt dat de huurders in strijd met hun verplichtingen als goed huurders hebben gehandeld en daardoor aansprakelijk zijn voor de schade. Het argument dat eerst sprake moet zijn van verzuim wordt verworpen omdat de tekortkoming niet ongedaan kan worden gemaakt. Ook het verweer dat de verhuurder toestemming van de bewindvoerders had moeten vragen wordt afgewezen, omdat de woning eigendom is van de verhuurder en niet onder bewind staat.
De vordering tot betaling van de herstelkosten van € 3.156,70 wordt toegewezen, evenals de wettelijke rente. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. De bewindvoerders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de kosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.