In deze zaak gaat het om de vraag of de huurders van een woning de kosten van het herstel van de riolering moeten betalen aan de verhuurder, Stichting Intermaris. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de huurders, [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2], aansprakelijk zijn voor de herstelkosten omdat zij gedurende langere tijd vet en olie door de gootsteen hebben gespoeld, wat heeft geleid tot een verstopping. Dit handelen is in strijd met het goed huurderschap, waardoor de huurders verplicht zijn de schade te vergoeden. De huurders staan onder bewind, maar dit betekent niet dat de verhuurder toestemming moest vragen aan de bewindvoerder voor de reparatie. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de huurders tekort zijn geschoten in hun verplichtingen op grond van de huurovereenkomst en dat de schade, bestaande uit de kosten van het herstel van de riolering, verhaald kan worden op hun vermogen. De vordering van Intermaris tot betaling van € 3.156,70 is toegewezen, evenals de wettelijke rente. De huurders zijn ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 1.253,47.