Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
van 14 juli 2026 in de zaak tegen:
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van
- het proces-verbaal van bevinding en overdracht van 31 december 2025 (p. 21-22);
- het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 1 januari 2026 (p. 106-109); en
- een tweetal schriftelijke bescheiden (p. 118 en p. 119), inhoudende verslagen van een deskundige als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 4°, Sv, zijnde rapporten NFiDENT, beide afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), gedateerd 7 januari 2026 en opgesteld door NFI-deskundige forensische drugsanalyse ing. N. van Doorn.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
8 (acht) maanden.
1 STK Koffer (Omschrijving: PL2700-25-117719-1),
1 STK Simkaart van zaktelefoon (Omschrijving: PL2700-25-117719-10).