Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[de B.V.] ,2. [gedaagde sub 2] ,3. [gedaagde sub 3] ,
1.De procedure
- de dagvaarding (met producties 1 tot en met 8),
- de conclusie van antwoord (met producties 1 tot en met 3),
- het tussenvonnis van 28 mei 2025,
- de brief van 26 november 2025 namens [gedaagden] (met producties 9 en 10),
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Mr. R. Hinsen, namens Allianz, en mr. Tuit hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij tijdens de mondelinge behandeling aan de rechtbank hebben overgelegd. De spreekaantekeningen zijn daarmee onderdeel geworden van de processtukken.
2.Feiten
Ten gevolge van een fragiele constructie tussen een koperen leiding en een houten staande balk, is de leiding uit positie geraakt en heeft water vrijelijk over het bouwterrein kunnen uitstromen.’
3.Het geschil
4.De beoordeling
het realiseren, afbouwen, installeren en/of in werking stellen van Blok 22 en Blok 23, (…), hierna te noemen: hetWerk”’. Op grond van artikel 13.1 van de aannemingsovereenkomst is de aannemer verplicht het werk
“sleutelklaar” op te leveren. Daaronder wordt op grond van artikel 13.1.3 verstaan dat ‘
het Werk/ de appartementen is/zijn gereed en zijn aangesloten op de nutsvoorzieningen waaronder, (…) water (…). Aannemer zorgt voor een tijdige aanvraag van de nutsaansluitingen).’ Het aansluiten van het werk op watervoorzieningen viel dus op grond van deze aannemingsovereenkomst onder de opdracht van Hurks.
dan wel beter verankerd zijn en vastgezet met beugels, niet met tape’. [adviseur] voegt daaraan toe dat in deze zaak niet vaststaat dat het tapen de oorzaak van het bezwijken is geweest maar hij laat zich verder niet uit wat wel de oorzaak van het uit positie raken van de leiding kan zijn geweest. [gedaagden] stellen enkel dat derden de kraan mogelijk verder open hebben gezet, maar die stelling hebben zij niet onderbouwd zodat de rechtbank daaraan voorbijgaat. De rechtbank neemt daarom als vaststaand aan dat sprake was van een fragiele constructie waardoor de leiding uit positie heeft kunnen raken en het water in de parkeergarage heeft kunnen stromen.
5.De beslissing
woensdag 4 maart 2026voor uitlating door Allianz of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
getuigenwil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten per dagdeel in de maanden
maart 2026tot en met
september 2026dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eventuele eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,