De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers om de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen te verlengen. De kinderen en hun ouders hebben de Bulgaarse nationaliteit en wonen in Nederland. De ondertoezichtstelling was eerder opgelegd vanwege zorgen over huiselijk geweld gepleegd door de vader.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de ouders en vertegenwoordigers van de GI aanwezig, met tolken voor de Bulgaarse taal. De kinderen maakten geen gebruik van de mogelijkheid om hun mening te geven. De moeder erkent inmiddels de problematiek en staat open voor hulpverlening, terwijl de vader de hulpverlening inmiddels is gestart.
De kinderrechter oordeelt dat de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen nog niet is weggenomen en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is gebleken vanwege wisselende medewerking van de ouders. Daarom is verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om de hulpverlening te borgen en de omgang tussen vader en kinderen te monitoren.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak of betekening.