Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Vordering officier van justitie
- veroordeling voor het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde;
- oplegging van een werkstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen vervangende hechtenis;
- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;
- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;
- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie en het reclasseringsadvies;
- het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- de vordering van de officier van justitie;
- het pleidooi van de raadsvrouwe.
Volgens de reclassering heeft verdachte de afgelopen twee jaar een positieve ontwikkeling doorgemaakt, waarbij hij zich nu inzet voor zijn studie, stage en bijbaan en goed overwogen keuzes lijkt te maken. Gelet daarop schat de reclassering de kans op recidive laag in. De reclassering adviseert verdachte een werkstraf en een voorwaardelijke straf op te leggen.