De kinderrechter van de Rechtbank Noord-Nederland behandelde het verzoek van Bjz tot verlenging van de machtiging tot plaatsing van een minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Na eerdere beschikkingen en het ontvangen van diverse rapportages, waaronder een verklaring van een gedragswetenschapper die geen instemming gaf met gesloten plaatsing, vond de kinderrechter onvoldoende grond voor verlenging.
Tijdens de zitting op 6 maart 2013, waar het kind werd bijgestaan door zijn advocaat en vertegenwoordigers van Bjz en Overstag aanwezig waren, trok Bjz het verzoek tot verlenging van de machtiging in. Het kind volgt dagbehandeling bij Overstag en woont bij Vast&Verder. Overstag biedt een regime van dwang en drang met structuur, maar nog geen 24-uursopvang.
De moeder ondersteunt het traject en het kind toont motivatie voor de behandeling. De rechtbank verklaart Bjz niet-ontvankelijk in het verzoek tot verlenging van de machtiging tot gesloten jeugdzorg, omdat het belang van het verzoek is komen te vervallen door de intrekking. Het kind krijgt passende hulpverlening via dagbehandeling en een woonplaats buiten gesloten jeugdzorg.