De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk verkopen van hennep in de periode van 1 mei 2011 tot en met 16 februari 2012 en het bezit van ongeveer 41 gram hennep op 16 februari 2012. Verdachte werd vrijgesproken van het bezit van MDMA wegens onvoldoende bewijs.
De bewezenverklaring berustte op de bekennende verklaring van verdachte, getuigenverklaringen en proces-verbalen van inbeslagname. Verdachte verkocht kleine hoeveelheden hennep aan een vaste groep klanten vanuit zijn woning, waarbij de rechtbank vier concrete overtredingen vaststelde.
De rechtbank legde voor de verkoop van hennep vier maal een werkstraf van 20 uur op, gematigd ten opzichte van de eis van 50 uur per overtreding vanwege de geringe hoeveelheden en kleine kring. Voor het bezit van 41 gram hennep werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand opgelegd met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder toezicht door de reclassering.
Daarnaast werd het in beslag genomen geldbedrag van € 107,17 verbeurd verklaard omdat dit uit het strafbare feit afkomstig was. Verdachte kreeg de mogelijkheid om de werkstraffen te vervangen door hechtenis indien niet naar behoren uitgevoerd.