Op 26 november 2011 vond een geweldsincident plaats te Harlingen waarbij het slachtoffer ernstig letsel opliep. Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag, zware mishandeling en openlijke geweldpleging. Tijdens de terechtzitting op 14 maart 2013 werd het bewijs onderzocht, waaronder verklaringen van getuigen en het slachtoffer.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde, medeplegen van poging tot doodslag, niet wettig en overtuigend bewezen kon worden omdat alleen één getuige verklaarde dat verdachte geweld had gebruikt. Andere bewijsmiddelen ontbraken. Ook voor de subsidiaire tenlasteleggingen, waaronder zware mishandeling en openlijke geweldpleging, was onvoldoende bewijs aanwezig om verdachte te veroordelen.
De verklaringen van het slachtoffer werden niet als betrouwbaar bewijs aangenomen vanwege mogelijke beïnvloeding door gesprekken met getuigen. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van alle tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Verdachte en benadeelde partij dragen elk hun eigen kosten.