Partijen zijn gescheiden ouders met gezamenlijk gezag over vier minderjarige kinderen die bij de man verblijven. Het gerechtshof Leeuwarden stelde een omgangsregeling vast waarbij de moeder geleidelijk onbegeleide omgang met de kinderen zou krijgen.
De vrouw vorderde in kort geding nakoming van deze omgangsregeling en een dwangsom bij niet-naleving. De man verzette zich en vroeg tevens schorsing van de uitvoerbaarheid van de beschikking.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een vastgestelde omgangsregeling in beginsel strikt moet worden nageleefd, tenzij zwaarwegende omstandigheden dit verhinderen. De man bracht geen nieuwe feiten aan die dit rechtvaardigen. De omgang met de moeder is in het belang van de kinderen.
De rechtbank veroordeelde de man tot nakoming van de omgangsregeling met ingang van 1 februari 2013 en legde een gematigde dwangsom op. De vordering tot schorsing werd afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.