ECLI:NL:RBNNE:2013:3479
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen met toekenning hoge vergoeding
De werknemer trad in 2001 in dienst bij de werkgever als chauffeur/kraanmachinist en was sinds medio 2011 weer in die functie werkzaam. Op 2 mei 2012 werd hij arbeidsongeschikt. De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen, onder verwijzing naar een sterk verslechterende financiële situatie en het toepassen van het afspiegelingsbeginsel.
De werknemer betwistte het verzoek en stelde dat hij in een eerdere functie als laborant kon terugkeren en dat het ontslag onterecht was, mede omdat het werk als chauffeur tot zijn arbeidsongeschiktheid had geleid. De werkgever voerde aan dat een andere werknemer onmisbaar was vanwege aanvullende vaardigheden zoals lassen en machineonderhoud, waardoor deze werknemer niet voor ontslag in aanmerking kwam.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid niet de reden was voor het ontslagverzoek en dat de bedrijfseconomische situatie voldoende was onderbouwd. Het beroep op de uitzondering voor onmisbare werknemers werd geaccepteerd. Vanwege de bijzondere omstandigheden werd een hogere vergoeding toegekend dan gebruikelijk, namelijk €82.500 bruto. De werkgever kreeg de gelegenheid het verzoek in te trekken, bij handhaving werd de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 juli 2013.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juli 2013 en een bruto vergoeding van €82.500 wordt toegekend.