ECLI:NL:RBNNE:2013:3797

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
25 juni 2013
Publicatiedatum
27 juni 2013
Zaaknummer
502230 CV EXPL 11-16078
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.Tj. Terpstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens niet kennelijk onredelijk ontslag en re-integratieverplichtingen

De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn werkgever over de re-integratieverplichtingen en de ontslaggrond die door het UWV is aanvaard. Na een deskundigenonderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige, waarbij ook een rit met een vrachtwagen is gemaakt, is vastgesteld dat een aangepaste stoel geen verbetering zou hebben gebracht in de lichamelijke situatie van de werknemer. Tevens was er binnen het bedrijf geen passend werk beschikbaar na 5 mei 2009.

De kantonrechter concludeert dat de werknemer wegens medische redenen ongeschikt was om zijn eigen werk te verrichten en dat de werkgever niet tekort is geschoten in haar re-integratieverplichtingen. Hoewel de werkgever niet direct een aangepaste stoel heeft geplaatst en de bejegening tijdens een gesprek in september 2009 te wensen overliet, is dit onvoldoende om het ontslag kennelijk onredelijk te achten.

De vordering van de werknemer wordt afgewezen. Gezien de onzekerheid die is ontstaan door het niet meteen plaatsen van de stoel, draagt iedere partij haar eigen proceskosten, terwijl de kosten van de deskundigen voor rekening van de werkgever blijven.

Uitkomst: De vordering van de werknemer wordt afgewezen wegens niet kennelijk onredelijk ontslag en voldoende naleving van re-integratieverplichtingen door de werkgever.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Winschoten
Zaak/rolnummer: 502230 CV EXPL 11-16078
Vonnis van 25 juni 2013
inzake

[naam],

wonende te [woonplaats],
eiser, hierna [A] te noemen,
gemachtigde: mevrouw mr. A.S. Greveling, jurist bij FNV Bondgenoten te Groningen (Postbus 11047, 9700 CA),
tegen

de besloten vennootschap [naam] B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te [adres],
gedaagde, hierna [B] te noemen,
gemachtigde: mevrouw mr. L. Sandberg, advocaat te Groningen (Postbus 723, 9700 AS).

PROCESGANG

1.
Na het tussenvonnis van 14 augustus 2012 hebben de deskundigen op 21 januari 2013 gerapporteerd. Beide partijen hebben daarop ieder twee aktes genomen. Daarna
is (opnieuw) vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.
De Wet Herziening Gerechtelijke Kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van die datum samen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland.
Het bestuur van deze rechtbank heeft bij besluit van 27 maart 2013 de behandeling van de zaken van de locatie Winschoten verplaatst naar de locatie Groningen, met het adres Guyotplein 1, 9712 NX Groningen. Winschoten blijft onderdeel van de Rechtbank Noord-Nederland, totdat de minister van Veiligheid en Justitie het besluit heeft genomen die locatie formeel te sluiten. De uitspraak in deze zaak vindt daarom te Groningen plaats.

OVERWEGINGEN

De (verdere) beoordeling van het geschil
2.
Het deskundigenonderzoek is gedaan door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige. Deze hebben kennis genomen van het procesdossier en alle over [A] bij het UWV aanwezige stukken. De deskundigen hebben gesproken met [A] en [naam] van [B]. Ook hebben de deskundigen het bedrijf van [B] en de werkplekken daar van [A] bekeken. Er is door de deskundigen een rit gemaakt met een vrachtwagen met [A] als bestuurder.
3.
De deskundigen komen tot de conclusie:
- dat een aangepaste stoel geen verbetering zou hebben gebracht in de lichamelijke situatie van [A], en,
- dat binnen het bedrijf geen passende werkzaamheden voorhanden zijn geweest na 5 mei 2009.
4.
De kantonrechter is van oordeel dat beide conclusies, die elkaar versterken, leiden tot het navolgende. [A] is voortdurend wegens een medische reden ongeschikt geweest om zijn eigen werk te verrichten. Een aangepaste stoel in een vrachtwagen zou daar geen verbetering in hebben aangebracht. Ander geschikt werk bij [B] is er voor [A] niet geweest. [B] is dan ook niet tekort geschoten in haar re-integratieverplichtingen. De door de UWV aanvaarde ontslaggrond is in deze procedure komen vast te staan.
5.
De steek die [B] heeft laten vallen is dat zij niet meteen de aangepaste stoel heeft geplaatst en de bejegening van [A] tijdens het gesprek van 15 september 2009. Dat zij die steek heeft laten vallen maakt het ontslag echter niet kennelijk onredelijk. Daarbij dient bedacht te worden dat partijen het debat hebben gevoerd over het (ten onrechte) niet plaatsen van de stoel omdat die een verbetering zou hebben teweeggebracht en over de al of niet aanwezigheid van ander geschikt werk. Dat debat heeft [A] verloren.
6.
De slotsom is dat de vordering van [A] zal worden afgewezen. Omdat de procedure onder meer is gevoerd vanwege de onzekerheid die is ontstaan omdat [B] niet meteen de aangepaste stoel heeft geplaatst, zal de kantonrechter iedere partij de eigen proceskosten laten dragen en de kosten van de deskundigen voor rekening van [B] laten.

B E S L I S S I N G

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
compenseert de proceskosten zo, dat iedere partij de aan eigen kant gevallen kosten draagt;
verstaat dat de kosten van de deskundigen voor rekening van [B] blijven.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 25 juni 2013 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
coll.:
typ: RTjT