De eiser heeft in januari 2012 een tijdelijke aanstelling gekregen bij de Politieacademie als docent B, zonder dat in het aanstellingsbesluit een proeftijd werd vermeld. Het college van bestuur verleende ontslag met ingang van mei 2012 op grond van vermeende ongeschiktheid tijdens de proeftijd en het verstrekken van onjuiste en onvolledige inlichtingen.
De rechtbank oordeelt dat het aanstellingsbesluit niet kan worden gekwalificeerd als een proeftijdaanstelling omdat hierover geen duidelijke afspraken zijn gemaakt en dit niet in het besluit is vermeld. Hierdoor kan het ontslag op grond van ongeschiktheid tijdens de proeftijd geen stand houden.
Daarnaast heeft de rechtbank vastgesteld dat de eiser geen onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt over zijn werkervaring, opleidingen en vaardigheden. De vermeende onvolledigheid over het niet succesvol afronden van een rijopleiding is niet als ontslaggrond aangevoerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en herroept het primaire ontslagbesluit.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van de eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.