ECLI:NL:RBNNE:2013:4460
Rechtbank Noord-Nederland
- Verzet
- F. de Jong
- L.M.E. Kiezebrink
- M.J.B. Holsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen voortgezette tenuitvoerlegging buitenlandse straf
De veroordeelde heeft op 5 maart 2013 verzet ingesteld tegen de voortgezette tenuitvoerlegging van een in Portugal opgelegde gevangenisstraf, op grond van artikel 45 van Pro de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS). Dit verzet werd behandeld op 29 mei 2013, waarbij de officier van justitie en de raadsvrouw van de veroordeelde zijn gehoord. De veroordeelde deed schriftelijk afstand van zijn recht om te worden gehoord.
De verdediging stelde dat uit het Portugese vonnis niet blijkt dat de veroordeelde niet bij verstek is veroordeeld en dat de veroordeelde niet op de hoogte was van de Nederlandse VI-regeling, die minder gunstig zou zijn dan de Portugese. Zij betoogde dat de beslissing van het gerechtshof Arnhem van 16 mei 2012 ondeugdelijk was omdat geen rekening was gehouden met de gunstigere Portugese regeling, wat in strijd zou zijn met artikel 10 lid 2 van Pro het Verdrag overbrenging gevonniste personen (VOGP).
De officier van justitie concludeerde tot niet-ontvankelijkheid omdat het verzet zich richtte tegen een Nederlandse rechterlijke beslissing, waartegen geen verzet mogelijk is, en omdat het Portugese vonnis duidelijk maakte dat de veroordeelde aanwezig was bij de behandeling, zodat geen sprake was van een verstekvonnis. Ook was de veroordeelde op de hoogte gebracht van de Nederlandse VI-regeling.
De rechtbank oordeelde dat het verzet niet ontvankelijk is omdat het zich richt tegen een Nederlandse beslissing en het Portugese vonnis geen verstekvonnis is. Hierdoor kwam de rechtbank niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de verdediging. De veroordeelde werd niet ontvankelijk verklaard in zijn verzet.
Uitkomst: De veroordeelde is niet ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen de voortgezette tenuitvoerlegging van zijn Portugese gevangenisstraf.