Sterk Heiwerken vordert van Knol vergoeding van netto loonschade die zij heeft betaald aan haar werknemer na een arbeidsongeval. De rechtbank beoordeelt de berekening van het nettoloon, waarbij onder meer de premie voor de collectieve zorgverzekering en stortingen in het tijdspaarfonds als onderdeel van het nettoloon worden erkend.
Knol betwist dat alle stortingen in het tijdspaarfonds tot het nettoloon behoren, maar de rechtbank volgt Sterk Heiwerken en haar accountant dat deze netto betalingen wel degelijk deel uitmaken van het loon. De netto loonschade wordt vastgesteld op €34.798,00 over de periode juli 2010 tot en met juli 2012.
Verder speelt de vraag of de ziekteverzuimverzekering van Sterk Heiwerken, die uitkeringen aan haar heeft gedaan, subrogatie in haar rechten op Knol heeft. De rechtbank oordeelt dat er slechts sprake is van voorschotten en geen definitieve uitkeringen, zodat subrogatie niet aan de orde is en de volledige netto loonschade kan worden verhaald op Knol.
De rechtbank veroordeelt Knol tot betaling van in totaal €43.044,05 inclusief re-integratie- en juridische kosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding, en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.