ECLI:NL:RBNNE:2013:4619

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
25 juli 2013
Publicatiedatum
26 juli 2013
Zaaknummer
18/830628-12
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs opzet witwassen over periode van drie jaar

Verdachte werd beschuldigd van witwassen van aanzienlijke geldbedragen die via zijn bankrekening waren gegaan in de periode van juli 2009 tot november 2012. Het openbaar ministerie stelde dat verdachte wist dat het geld afkomstig was uit criminele activiteiten, althans dat hij dat redelijkerwijs had moeten vermoeden.

Tijdens de terechtzittingen op 22 april en 11 juli 2013 werd vastgesteld dat verdachte geld had uitgeleend aan een medeverdachte en dit met vergoeding terugontving. De verklaringen van verdachte waren consistent en niet hoogst onwaarschijnlijk. Er was geen bewijs dat het geld uit een misdrijf afkomstig was.

De officier van justitie en de verdediging waren het eens over vrijspraak wegens ontbreken van opzet. De rechtbank oordeelde dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen konden worden en sprak verdachte vrij. De rechtbank nam daarbij mee dat verdachte geen vermoeden had van criminele herkomst van het geld en dat de bedragen over een lange periode werden terugbetaald.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Noord-Nederland op 25 juli 2013, met drie rechters en een griffier aanwezig.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/830628-12
Op tegenspraak
raadsman: mr. R.J.E. van Haarst
vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 25 juli 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum/-plaats verdachte],
wonende te[woonadres/-plaats verdachte],
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van
22 april 2013 en 11 juli 2013.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
dat hij
in de gemeente(n)[woonadres/-plaats verdachte] en/of[gemeente 1] en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een persoon, genaamd [medeverdachte], althans alleen,
in of omstreeks de periode van 13 juli 2009 tot en met 13 november 2012
een gewoonte heeft gemaakt van
het verwerven en/of voorhanden hebben en/of overdragen en/of omzetten en/of
gebruik maken van een of meer voorwerpen, te weten van een of meer geldbedragen en/of van het verbergen en/of verhullen van de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding of de verplaatsing van die/dat geldbedrag(en) dan wel van het verbergen en/of verhullen wie de rechthebbende(n) op dit/dat geldbedrag(en) waren/was en/of die/dat geldbedrag(en) voorhanden had(den)
hebbende genoemde [medeverdachte] en/of diens mededader(s) (zakelijk weergegeven)
namelijk (telkens)
- van zijn bankrekening(en) aangezienlijke geldbedrag(en) overgemaakt naar de
bankrekening(en) en/of de creditcardrekening van verdachte en/of zijn
echtgenote, te weten:
  • in 2009 in totaal (ongeveer) 3.100 euro en/of (ongeveer) 7.800 euro en/of
  • in 2010 in totaal (ongeveer) 18.170 euro en/of (ongeveer) 21.450 euro en/of
  • in 2011 in totaal (ongeveer) 18.075 euro en/of (ongeveer) 11.790 euro en/of
  • in 2012 in totaal (ongeveer) 6.070 euro en/of (ongeveer) 6.240 euro,
in totaal (ongeveer) 92.695 euro en
hebbende verdachte
- van zijn bankrekening(en) aanzienlijke geldbedragen overgemaakt naar de
bankrekening(en) van [medeverdachte] en/of [betrokkene], te weten:
  • in 2009 in totaal (ongeveer) 11.700 euro en/of (ongeveer) 3.275 euro en/of
  • in 2010 in totaal (ongeveer) 33.300 euro en/of (ongeveer) 575 euro en/of
  • in 2011 in totaal (ongeveer) 19.318,52 euro en/of
  • in 2012 in totaal (ongeveer) 6.580 euro en/of (ongeveer) 4.740 euro
in totaal (ongeveer) 79.488,52 euro
zulks terwijl hij (telkens) wist, dat (het verschil tussen) die geldbedrag(en) -onmiddellijk of
middellijk- afkomstig waren/was uit enig misdrijf;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
dat hij
in de gemeente(n) [woonadres/-plaats verdachte] en/of[gemeente 1] en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een persoon, genaamd [medeverdachte], althans alleen,
in of omstreeks de periode van 13 juli 2009 tot en met 13 november 2012
meermalen, althans eenmaal (telkens) een of meer voorwerpen, te weten een of
meer geldbedragen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft
overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en), te weten die/dat
geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt en/of de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding of de verplaatsing van die/dat geldbedrag(en) heeft verborgen en/of verhuld dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat geldbedrag(en) waren/was en/of die/dat geldbedrag(en) voorhanden had(den)
hebbende genoemde [medeverdachte] en/of diens mededader(s) (zakelijk weergegeven)
namelijk (telkens)
- van zijn bankrekening(en) aangezienlijke geldbedrag(en) overgemaakt naar de
bankrekening(en) en/of de creditcardrekening van verdachte en/of zijn
echtgenote, te weten:
  • in 2009 in totaal (ongeveer) 3.100 euro en/of (ongeveer) 7.800 euro en/of
  • in 2010 in totaal (ongeveer) 18.170 euro en/of (ongeveer) 21.450 euro en/of
  • in 2011 in totaal (ongeveer) 18.075 euro en/of (ongeveer) 11.790 euro en/of
  • in 2012 in totaal (ongeveer) 6.070 euro en/of (ongeveer) 6.240 euro,
in totaal (ongeveer) 92.695 euro en
hebbende verdachte
- van zijn bankrekening(en) aanzienlijke geldbedragen overgemaakt naar de
bankrekening(en) van [medeverdachte] en/of [betrokkene], te weten:
  • in 2009 in totaal (ongeveer) 11.700 euro en/of (ongeveer) 3.275 euro en/of
  • in 2010 in totaal (ongeveer) 33.300 euro en/of (ongeveer) 575 euro en/of
  • in 2011 in totaal (ongeveer) 19.318,52 euro en/of
  • in 2012 in totaal (ongeveer) 6.580 euro en/of (ongeveer) 4.740 euro
in totaal (ongeveer) 79.488,52 euro
zulks terwijl hij (telkens) wist, dat (het verschil tussen) die geldbedrag(en) -onmiddellijk of
middellijk- afkomstig waren/was uit enig misdrijf;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
dat hij
in de gemeente(n)[woonadres/-plaats verdachte] en/of[gemeente 1] en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een persoon, genaamd [medeverdachte], althans alleen,
in of omstreeks de periode van 13 juli 2009 tot en met 13 november 2012
meermalen, althans eenmaal (telkens) een of meer voorwerpen, te weten een of
meer geldbedragen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft
overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en), te weten die/dat
geldbedrage(en) gebruik heeft gemaakt en/of de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of de vervreemding of de verplaatsing van die/dat geldbedrag(en) heeft verborgen en/of verhuld dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat geldbedrag(en) waren/was en/of die/dat geldbedrag(en) voorhanden had(den)
hebbende genoemde [medeverdachte] en/of diens mededader(s) (zakelijk weergegeven)
namelijk (telkens)
- van zijn bankrekening(en) aangezienlijke geldbedrag(en) overgemaakt naar de
bankrekening(en) en/of de creditcardrekening van verdachte en/of zijn
echtgenote, te weten:
  • in 2009 in totaal (ongeveer) 3.100 euro en/of (ongeveer) 7.800 euro en/of
  • in 2010 in totaal (ongeveer) 18.170 euro en/of (ongeveer) 21.450 euro en/of
  • in 2011 in totaal (ongeveer) 18.075 euro en/of (ongeveer) 11.790 euro en/of
  • in 2012 in totaal (ongeveer) 6.070 euro en/of (ongeveer) 6.240 euro,
in totaal (ongeveer) 92.695 euro en
hebbende verdachte
- van zijn bankrekening(en) aanzienlijke geldbedragen overgemaakt naar de
bankrekening(en) van [medeverdachte] en/of [betrokkene], te weten:
  • in 2009 in totaal (ongeveer) 11.700 euro en/of (ongeveer) 3.275 euro en/of
  • in 2010 in totaal (ongeveer) 33.300 euro en/of (ongeveer) 575 euro en/of
  • in 2011 in totaal (ongeveer) 19.318,52 euro en/of
  • in 2012 in totaal (ongeveer) 6.580 euro en/of (ongeveer) 4.740 euro
in totaal (ongeveer) 79.488,52 euro
zulks terwijl hij (telkens) redelijkerwijs moest vermoeden, dat (het verschil tussen) die
geldbedrag(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren/was uit enig
misdrijf;

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde gevorderd. De officier van justitie stelt daarbij dat niet is komen vast te staan dat verdachte wist van de criminele herkomst van het geld dat hij van [medeverdachte] ontving. Er kan niet worden bewezen dat verdachte opzettelijk heeft witgewassen.
De officier van justitie heeft aangevoerd dat wel wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het meer subsidiair ten laste gelegde schuldwitwassen. Verdachte heeft grote contante storingen op zijn rekening geaccepteerd. Verdachte heeft hierbij onzorgvuldig gehandeld, waarmee zijn schuld is bewezen.
Standpunt van de verdediging
Evenals de officier van justitie heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder primair en subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. De raadsman voert aan dat de opzet niet kan worden bewezen nu niet kan worden gesteld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het geld van[medeverdachte]
afkomstig was van een criminele activiteit.
Ook ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde dient vrijspraak te volgen. De raadsman voert aan dat verdachte niet redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het aan hem betaalde of door hem terugbetaalde geld van criminele activiteit afkomstig was. De raadsman wijst op de hoogte van de bedragen en de langere periode waarin deze bedragen werden gestort. Verdachte wist dat [medeverdachte] meerdere baantjes had en dat hij daarnaast kennelijk in financiële nood verkeerde.
Beoordeling
Vrijspraak
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij dat de vereiste opzet op het witwassen niet bewezen kan worden. Uit het strafdossier en het onderzoek ter terechtzitting is niet naar voren gekomen dat verdachte wist dat de gestorte gelden middellijk of onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf.
Ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat niet gebleken is dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat het aan hem (terug)betaalde geld middellijk of onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf en dat de aan verdachte gestorte bedragen een criminele herkomst hadden.
Uit het strafdossier en de verklaringen van verdachte ter zitting blijkt dat hij over een lange periode van ongeveer 3 jaar geld uitleende aan [medeverdachte]. Deze bedragen kreeg hij met een vergoeding teruggestort op zijn rekening. Ter zitting heeft verdachte, met betrekking tot de € 13.206,48 aan vermeende winst/opbrengst, nader uitleg gegeven. De hoogte van dit bedrag wordt onder meer verklaard door het feit dat leningen aan [medeverdachte] ook via zijn rekening contant werden teruggestort.
Nu de verklaring van verdachte niet hoogst onwaarschijnlijk is en hij tevens aannemelijk heeft weten te maken dat hij over de herkomst van de gelden van [medeverdachte] geen enkel vermoeden had en zich in het strafdossier geen bewijs bevindt waaruit valt af te leiden dat het niet anders kan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is, acht de rechtbank ook het meer subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte ook hiervan vrij.

BESLISSING

De rechtbank:
- verklaart het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. L.W. Janssen, voorzitter, L.M.E. Kiezebrink en
F.J. Agema rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Mulder als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 juli 2013.
De Wet Herziening Gerechtelijke Kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van die datum tezamen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland.